interview

‘We gaan niet goed om met de dood, dat heb ik ook gemerkt toen ik mijn vrouw verloor’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe tv-programma De slapelozen, 6 dilemma’s voor radiomaker Frits Spits.

Hassan Bahara
Frits Spits
 Beeld Frank Ruiter
Frits SpitsBeeld Frank Ruiter

Hoe gaat het met je? Goed of gemiddeld?

‘Gemiddeld. Het onverwachte van het verlies (Spits verloor in 2018 zijn vrouw en jeugdliefde Greetje aan longkanker, red.) is er wel van af, maar af en toe word ik er nog door overvallen. Deze week liep ik door de Albert Heijn en zag daar de speculaas en kruidnoten, waar Greetje altijd dol op was. Dat is zo’n moment waarop je een terugslag hebt.

‘Dat ‘gemiddeld’ heb ik van stripauteur Marten Toonder. Die heb ik ooit ontmoet op een literair festival in Rotterdam waar ik hem mocht interviewen, hij was al 96. Ik vroeg hem: hoe is het met u? Hij: gemiddeld. Dat antwoord ben ik nooit vergeten, me niet realiserend dat ik het ooit zelf zou gebruiken. Het betekent dat het soms goed gaat, soms niet. Maar het gaat wel beter dan drieënhalf jaar geleden.

‘Ik ben gelukkig met het boek dat ik heb kunnen schrijven, Mijn West Side Story, dat in oktober uitkwam. Dat is voor mij de ultieme poging geweest om te kijken hoe ik moet doorgaan na het verlies van Greetje. Het boek draait om mijn fictieve conversatie met de in 1990 overleden componist Leonard Bernstein, maker van de originele musical West Side Story, over twee geliefden die van hun omgeving niet bij elkaar mogen zijn. Greetje en ik vonden West Side Story de mooiste musical die er is. Het was de eerste film die we samen hebben gekeken. De liedjes Tonight, Maria, en A Boy Like That vonden wij ongeëvenaard.

‘In het boek ga ik met Bernstein in gesprek over leven en dood, over de samenleving, hoe we met elkaar dienen om te gaan. We gaan zo slecht om met de dood, vind ik. Dat gold ook voor mij toen Greetje overleed. Dat moet anders en daar probeer ik met dit boek greep op te krijgen.’

Nachtbraker of ochtendmens?

‘Ik ben een ochtendmens. Nachtbraken zit er bij mij niet meer in. Ik sta iedere morgen om 7 uur op. Dan luister ik naar het nieuws op de radio of lees ik een krant. En daarna ga ik aan het werk of doe ik iets in de tuin.

‘Na de dood van Greetje ben ik wat slechter gaan slapen, dus ik heb mij goed kunnen inleven in het programma De slapelozen. Afgelopen nacht heb ik ook slecht geslapen. Het is niet te voorspellen. Soms word ik opeens wakker om 3 uur ’s nachts, dan zijn er veel dingen waarover ik pieker. Dat kan ook iets kleins zijn. Bijvoorbeeld: ik moet op tijd sinterklaascadeaus halen. Dat deed ik altijd samen met Greetje, maar nu moet ik dat alleen doen. Ik probeer dan de hele tijd te bedenken hoe zij dat gedaan zou hebben. Dat maakt onrustig.

‘Grondstof voor De slapelozen op tv is het gelijknamige radioprogramma dat ik in augustus presenteerde. Voor het tv-programma zijn de mensen opgezocht die in augustus ’s nachts naar de radio belden. Het programma begint met mij in de radiostudio en dan is er opeens een harde overgang naar een boer die ’s nachts in zijn stal bezig is of een kunstenaar die in de nacht geïnspireerd raakt.’

Laren of Eindhoven?

‘Oei, ik hou van allebei. Maar ik geloof dat ik toch voor Laren kies, omdat ik daar langer woon en me er erg prettig voel. Het is een prettig dorp met prettige mensen. Hier zijn mijn drie zoons opgegroeid en naar school gegaan. Maar ik moet eerlijk toegeven dat als ik de Demer oploop in Eindhoven en ik hoor de eerste zachte g, ik niet weet welk antwoord ik dan zou geven. In Eindhoven ben ik opgegroeid, ik hou van dat taaltje, ik hou van PSV.

‘In 1978 zijn we vanwege mijn radiowerk naar Laren verhuisd. Dat was in het begin wel even wennen. Er heerste een andere mentaliteit. In Brabant staat de achterdeur altijd open. Vooral Greetje heeft aan Laren moeten wennen. Maar het is uiteindelijk gelukt om te integreren.

‘Ik heb er nooit zo naar gekeken, maar nu je zo zegt dat ik een gezegend bestaan heb – getrouwd met mijn jeugdliefde, drie leuke, maatschappelijk geslaagde zoons – dan is dat denk ik wel zo. Daar zit geen plan achter. Ik denk dat ik altijd heb begrepen hoe belangrijk het is om vertrouwen en liefde te geven. Want dat krijg je altijd terug. Dat probeer ik ook als radiomaker. Ik geef iets van mijzelf – mijn respect voor taal, voor mijn medemens – en krijg daar veel warmte voor terug.’

Frits Spits
 Beeld Frank Ruiter
Frits SpitsBeeld Frank Ruiter

Doorloper of terugkijker?

‘Ik ben vooral een doorloper. Ik ben vooral nieuwsgierig naar het nieuwe, naar wat er nog komt en wat ik nog allemaal kan doen.

‘Ik zeg altijd: ik ben niet nostalgisch, maar weemoedig. Nostalgisch is hartstochtelijk verlangen naar iets wat geweest is. Weemoedigheid is: het jammer vinden dat iets voorbij is, maar er vrede mee hebben dat het in het verleden ligt.

‘Of ik niet terugkijk omdat mijn ouders de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog bij ons vandaan probeerden te houden? Dat kan, maar dat is dan wel jouw filosofie. Ik heb mijn ouders erg lief gehad en altijd bewonderd om wat ze hebben gedaan.

‘Mijn vader, Sam Ritmeester, wilde in de Tweede Wereldoorlog de Duitsers bestrijden en sloot zich aan bij de Prinses Irene Brigade, een legeronderdeel dat naar Engeland was uitgeweken. Op die manier eindigde hij aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Eindhoven, waar hij huisarts werd en later clubarts van PSV. Mijn moeder, de schrijfster Hanny Meijler, verloor haar ouders in Auschwitz. Zij sprak altijd indirect over hun lot. Dat is natuurlijk een drama, dat de geschiedenis je ervan weerhoudt om te vertellen wie je bent. Ze had een foto van haar ouders die ze elke avond kuste. In een van haar boeken, Afkloppen, schrijft ze over haar moeder, die een geweldige verhalenverteller was. Dat is een schoonheid van een boek, zo liefdevol.

‘Na hun overlijden hebben we de as van mijn ouders bij het dorp Les Avants in Zwitserland verstrooid. Daar waren ze in de Tweede Wereldoorlog naartoe gevlucht en daar is ook mijn oudste zus geboren. Drie jaar geleden ben ik bij de bomen geweest waar de as van mijn ouders lag om ze te vertellen dat Greetje is overleden.’

Hermans of Mulisch?

‘Hermans. Die schrijft zo verdomd goed. Vind jij zijn werk grimmig? Sommige van zijn romans zijn grimmig, maar niet altijd. Ik heb hem een keer gesproken en vond het een buitengewoon aardige man.

‘Hermans beschrijft het leven als chaotisch. We bewegen ons in een wereld waar de regie vaak ontbreekt, we raken er in verdwaald, en ook al bedoelen we het goed, het lukt ons vaak niet om aan de chaos te ontsnappen. Dat is niet mijn visie op het leven, maar ik vind het wel een interessante. En uiteindelijk heeft hij medelijden met ons allemaal.

‘Daarnaast is Hermans een ongeëvenaarde stilist. Daar hecht ik veel belang aan: een mooie stijl. Kort geleden had ik op de radio een gesprek met acteur Joost Prinsen die met In alle ernst een bundeling maakte van de meer ernstige stukken van Godfriend Bomans. Daarin las ik een zin die mij aansprak, dat de betekenis als een huid zo strak gespannen moet staan om een woord. Daarmee bedoelt Bomans dat je je woorden zo moet rangschikken dat ze precies vertellen wat jij wil, maar ook zo dat het mooi en meeslepend is.’

De taalstaat of De avondspits

De taalstaat. Zonder twijfel. In dat programma komt alles samen: muziek, taal, verdieping. Dat heb ik altijd gewild. De avondspits (tussen 1978 en 1988, red.) was een vrolijk muzikaal programma, met ook serieuze elementen, maar de lol stond voorop. Met De taalstaat heb ik echt het idee dat ik iets toevoeg aan de radioprogrammering.

‘Ik ben geen taalpurist. Ik ben een liefhebber van de taal. Toen we in 2014 met De taalstaat bij KRO NCRV begonnen kreeg ik nog wel eens de opmerking: o leuk, een radioprogramma over taalfoutjes. Maar dat doen we niet, want daarmee ontmoedig je mensen alleen maar. Wij willen het vooral hebben over de schoonheid van de Nederlandse taal, wat je er allemaal mee kunt.

‘Ik sprak onlangs Neerlandicus Jelle Stegeman die een geschiedenis van de Nederlandse taal schreef. Zijn stelling is dat de Nederlandse taal altijd in ontwikkeling is. Dat vind ik een geweldig iets. Ik ben ook helemaal niet bang dat het Engels het Nederlands gaat overnemen. Laatst hoorde ik journalist Jeroen Wollaars in Nieuwsuur over ‘boosteren’ spreken, in de zin van: een boosterprik tegen corona. Hij had stimulans kunnen zeggen, maar boosteren vond ik mooier. Van een Engels woord maakte hij een Nederlands werkwoord.’

CV:

Eindhoven, 19 januari 1948, geboren als Frits Ritmeester

1952: Nutsschool Akkerstraat

1960: bedenkt de naam Frits Spits

1960: HBS-A Gemeentelijk Lyceum Eindhoven

1974-1978: leraar Nederlands Rommert Casimir HAVO (Eindhoven)

1973: proefuurtje radio maken bij het programma Proefdraaien (NOS)

1978: verhuist naar Laren

1978-1995: De Avondspits,

1979: Poplijnen voor NOS-radio op Hilversum 3.

1990-1994: NOS Taal.

1995-2013: Tijd voor Twee bij Radio 2 voor de KRO.

1996 en 1997: winnaar Marconi Award

2006-2012: De Strepen van Spits bij Radio 2 voor de KRO.

2008: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

2008: 2008: Oeuvre Award (Marconi Award)

Vanaf 2014 - heden: De Taalstaat .

2019: boek Alles lijkt zoals het was, een ode aan de muziek, het leven, en de liefde

2019: verkozen tot belangrijkste radiomaker van de eeuw door een vakjury van de VARA-gids

2021: boek Mijn West Side Story

2021: radio en tv-programma De slapelozen

Meer over