tv-recensiearno haijtema

We bevinden ons op een kantelpunt in de geschiedenis, betoogde cineast Alain de Halleux

null Beeld

Oef, hoe een documentaire met een koude douche het zomerse Weekend van de Betrekkelijke Versoepelingen afsloot. Ontnuchterend was het gefilmde, zondag laat bij Humans 2Doc vertoonde essay Zand in de machine van de Belgische cineast Alain de Halleux. Waar menigeen hoopt en bidt dat de ergste ellende van corona achter ons ligt, kwam De Halleux in een anderhalf uur durend betoog met de sombere mededeling dat het virus zelf niet het probleem van 2020 en 2021 is. Nee, het virus toont slechts aan hoe kwetsbaar de wereld is: corona is niet meer dan een zandkorreltje in de dolgedraaide machinerie van het neoliberalisme en consumentisme.

Getuigen-deskundigen van over heel de globe droeg De Halleux aan om zijn stelling te stutten dat de mensheid zich met de coronacrisis op een kantelpunt in de geschiedenis bevindt. Een voor een droegen ze bewijs aan voor de deplorabele staat van het kapitalistisch systeem. Voor de onhoudbaarheid van het consumentisme. De doem van de klimaatcrisis. De vervreemding door digitalisering. De vloek van het globalisme. De democratische tekortkomingen.

Geen nieuwe thema’s, maar corona heeft ze, zo toonde De Halleux wel aan, extra veel én gelijktijdig nieuwe urgentie gegeven. Verfrissend was dat hij niet alleen wetenschappers en politici van naam aan het woord liet, maar ook gezag verleende aan een theatermaker, kinderen, de leiders van inheemse volkeren in de Amazone, daklozen en ‘gewone’ burgers. Die laatsten filosofeerden tijdens hun eerste knipbeurt bij de kapper sinds de lockdown terloops over de manier waarop de overheid ze in de steek had gelaten en had voorgelogen over het wel of niet dragen van mondkapjes. Hoe ze waren gekweld door eenzaamheid, of zich noodgedwongen hadden verzoend met de opsluiting.

null Beeld Human 2Doc
Beeld Human 2Doc

Een Franse dakloze vertelde hoe hij en zijn lotgenoten de eerste slachtoffers werden van de lockdown, simpelweg doordat openbare toiletten en wasgelegenheden meteen werden gesloten: ‘Van die maatregelen hebben wij meer te vrezen dan van het virus.’ Een dorpshoofd in de Amazone relativeerde hoe corona de zoveelste bedreiging was van zijn volk, na talrijke andere ziekten zoals de mazelen en de pokken, die de kolonisator had gebracht. Zijn volk kan wel wát hebben, was de strekking van zijn woorden. Maar intussen ziet hij hoe het regenwoud zucht onder de klimaatcrisis en het ecologisch systeem in onbalans is geraakt.

Liefde, humor en creativiteit moeten ons in staat stellen de catastrofe af te wenden waarvan corona slechts de opmaat vormt. Dat was althans de escape die De Halleux de kijker bood aan het einde van zijn bijna murw beukende betoog. Zijn film zelf bood, behalve veel scherpe analyses, niet al te veel hoop op een goede afloop. Of die moest komen van de poëtische bespiegeling van een schoolmeisje dat opmerkte dat de regen zo lekker ruikt sinds de lockdown, omdat de lucht zo schoon is. Zintuiglijke intelligentie van een jonge generatie.