Watertrappelen

Marokkaanse Marokkanen en Europese Marokkanen blijken zich in de publieke ruimte, bijvoorbeeld een zwembad, heel verschillend te gedragen...

Tien kilometer buiten Meknes is een zwembad dat wat exclusiever is dan het doorsnee publieksbad, het kost je 35 dirham, drieënhalveeuro, om binnen te komen. Er zijn ligstoelen om het zwembad, er is een grasveld bij, er is een restaurant en er is een hamam voor mannen en een voor vrouwen. Het complex, dat Aïn Salama heet, wordt omringd door heuvels – van het voorjaar waren die nog groen, nu zijn ze geel. Er is bij het zwembad ook een parkeerplaats en in deze tijd, hoogzomer, staan daar veel auto’s met een Nederlands, Frans, Spaans of Belgisch kenteken – auto’s van Europese Marokkanen. De Marokkaanse Marokkanen zeggen: de hmir, de ezels, zijn gekomen, in plaats van ezels noemen ze ze ook wel les vacances, de vakantiegangers, wat iets vriendelijker klinkt. Het zouden er ruim een miljoen zijn, deze vakantiegangers, genoeg om op te vallen.

In Meknes zelf is ook een groot buitenbad dat Silm heet, hier is de entree 10 dirham, één euro, en hier vind je vooral de Meknessi zelf. Dit zwembad is voor het gewone volk, voor wie 10 dirham misschien niet veel is maar ook niet niets en dat, belangrijker misschien nog, geen auto heeft om naar een zwembad buiten de stad te rijden. Het is er druk en het is er minder schoon dan in Aïn Salama.

De vakantiegangers gaan liever niet naar dit soort volkse baden. Ze betalen graag wat meer, boze tongen beweren dat zij vooral willen laten zien dat zij meer kunnen betalen, zij zijn immers geen Marokkanen meer maar Europeanen, en adel verplicht.

In dat wat luxere Aïn Salama buiten Meknes waren een stuk of vijf jongens, jaar of 18, die luidruchtig met elkaar bezig waren en in ieder geval de voortdurende aandacht van de badmeesters op zich gericht wisten – zo te horen waren het Franse Marokkanen. Die badmeester deed niets, hij keek alleen maar, hij was van hun leeftijd maar het was duidelijk dat hij zich ergerde.

Die jongens praatten te hard, sprongen van elkaars schouders en dan te dicht op andere badgasten, gingen met z’n vijven naast elkaar aan de rand van het bad liggen, in het water, om met hun benen hard te trappelen, wat een golfslag in het hele bad veroorzaakte, het bad is niet zo groot. De jongens hadden ook wel in de gaten dat niet iedereen evengoed kon zwemmen, dat de mensen daar last van hadden, maar dat was juist leuk.

Kort daarvoor was ik in Silm geweest, dat meer volkse bad van Meknes, maar dit gedrag, hoewel het daar veel drukker was en er vooral veel meer jongeren rondliepen, had ik daar niet gezien. Niemand daar, zo leek het, was naar het bad gekomen om te zieken, om zichzelf te manifesteren, om anderen die men niet kende te laten weten: hier ben ik, zie je mij wel? Men was er gekomen om te zwemmen, om zich te vermaken, groepjes jongens waren met elkaar bezig en lieten anderen links liggen, want van die anderen hadden ze niks nodig.

Die jongens in Aïn Salama daarentegen ‘zochten de grenzen op’, en hadden anderen, die zij niet kenden, nodig om zich te vermaken, zij waren op zoek naar spanning. Een middag in het zwembad betekende voor hen: een middag lang aandacht trekken. Het was doen waar je zin in had, doorgaans te dicht bij die anderen, en vooral veel en overdreven hard lachen. Toen ze het aan de stok kregen met een vrouw van een jaar of 35 die voor haar dochtertje opkwam, was voor de badmeester die al die tijd al geërgerd had zitten toekijken de maat vol en nam hij de vijf jongens, die met verontwaardigde gebaren hun vermeende onschuld kracht bijzetten, mee naar de uitgang. Hij had ze ongetwijfeld graag buiten de deur gezet maar er was personeel bij de uitgang dat besloot ze nog een kans te geven, en het groepje keerde terug naar het bad.

Marokkaanse Marokkanen zijn bescheiden mensen, ze houden zich bezig met hun eigen zaken. Het laatste wat ze zullen doen is de openbare ruimte voor zichzelf opeisen, ze hebben het niet nodig de blik van anderen op zich gericht te weten. Ze zoeken de confrontatie niet, ze dagen niemand uit. Ze hoeven zich niet te meten met autoriteiten of met willekeurige omstanders. Aan dat soort spanning hebben ze geen behoefte.

Waarom doen sommigen van de Europese Marokkanen dat dan wel? Lang niet allemaal, dat zeg ik niet, maar het zijn er genoeg om opgemerkt te worden. Marokkaanse Marokkanen denken dat deze vakantiegangers willen opvallen, gezien willen worden, omdat ze vinden dat ze ‘groot’ zijn, belangrijk. Daarom ook denken ze in Marokko te kunnen doen en laten wat ze willen, te hard rijden, muziek keihard aan, dronken achter het stuur, ruzie zoeken.

Volgens de Marokkaanse Marokkanen hebben deze vakantiegangers ook problemen in Europa omdat niemand daar erkent dat ze groot zijn. Ze wonen nu in Europa, ze hebben alle papieren, zijn dus Europeaan en hebben het gemaakt, waarom bevestigt niemand dan dat ze groot zijn, waarom blijven ze maar gezien worden als die kleine Marokkanen, die er niet toe doen?

De Marokkaanse Marokkanen hebben het niet op deze vakantiegangers en zeggen: als we zo worden, ons zo gaan gedragen, willen we niet eens naar Europa. De redenering is niet vrij van afgunst, maar onzin is het evenmin.

Meer over