Wat veel problemen in film over dikkerds

Gordos..

Floortje Smit

De hyperslanke Enrique van KiloAway weet het wel. Als je tevreden bent als je in de spiegel kijkt, maakt het allemaal niet uit wat anderen vinden. Zo niet, dan zijn zijn afslankpillen een oplossing. Het is de crux van de Tell Sell-achtige reclame en de reden dat zijn product verkoopt: natuurlijk is bijna niemand gelukkig met zijn spiegelbeeld, juist omdat dat weinig met daadwerkelijk overwicht te maken hoeft te hebben.

In Gordos (Dikkerds) blijken de pillen uiteraard niet te werken. Enrique (Antonio de la Torre), al snel weer lijkend op zijn vóór-foto, meldt zich bij een praatgroep voor mensen met overgewicht. Net als een seksueel gefrustreerd, katholiek meisje, een man die voor zijn vijftigste het roer wil omgooien en een carrièrevrouw die is gaan schransen sinds haar vriend in het buitenland zit.

In een van de eerste scènes moeten ze meteen met de billen bloot – letterlijk. Het is een slimme zet van scenarist en regisseur Daniel Sánchez Arévalo die daarmee meteen laat zien dat hij niet bang is hun lichamen te tonen, zonder daarmee op de lach te mikken. Kijk maar even goed naar ze, zegt hij ermee, dan hebben we dat vast gehad. Hij voorkomt in een klap besmuikt gegiechel over latere seks- en eetscènes.

Voor Arévalo gaat zijn film dan ook niet over overgewicht. Zijn hoofdpersonages worstelen met veel omvangrijkere problemen die hun ontembare honger alleen maar stimuleren. Via een dozijn karakters – ook dunne – wil hij zijn gedachten kwijt over liefde en acceptatie, over religie en begeerte, over uiterlijk en innerlijk, over individu en maatschappij, over lichamelijkheid en familie.

Dat is een beetje te veel. Geen van zijn personages krijgt daardoor de kans echt tot leven te komen. Dat wordt versterkt door de soms groteske plotwendingen als een coma, moord en een ik-ben-niet-je-vader-moment. Door dat vermengen van al die verhaallijnen en die KiloAway-reclame die als een rode draad door de film heen loopt, lijkt het soms alsof je overdag een rondje zapt langs soaps, tienerdrama en commercials. In zijn poging tot vette satire worden sommige verhaallijnen nodeloos gerekt en kunnen volledig uit de bocht schieten, vooral die over een homoseksueel die eigenlijk een onderdrukte hetero blijkt.

Dat overdreven gedoe is jammer, want Arévalos kracht ligt juist bij de menselijkheid van zijn personages. Net als in zijn debuutfilm Azuloscurocasinegro weet hij in afzonderlijke scènes tragiek en humor knap met elkaar te mengen. De dialogen klinken natuurlijk. En hij heeft een fijn oog voor menselijke tegenstrijdigheden: nee, het is niet uit te leggen dat de therapeut opgewonden raakt als hij zichzelf ontkleed bij dikke naakte mensen, maar walgt van de extra kilo’s van zijn zwangere geliefde.

Wat het meest fascineert, is de tour de force van de acteurs. Regisseur Arévalo filmde bijna een jaar om hun fysieke veranderingen goed te kunnen laten zien. Natuurlijk, een gelukkige transformatie a la Tell Sell zit er niet in, maar hun gejojo – vooral dat van de la Torre, die 33 kilo aankwam – is even verbazingwekkend. Maar toch: dat dat stiekem de meeste indruk maakt, staat natuurlijk haaks op de boodschap dat gewicht er eigenlijk niet toe doet.

Meer over