klassiek

Wat op een gewone vleugel al goed klinkt, krijgt op een Erard nog iets extra’s

Pianorestaurateur Frits Janmaat en pianist Martin Oei zijn bewonderaars van instrumentenbouwer Sébastien Erard (1752-1831). Wat maakt diens vleugels zo bijzonder?

Martin Oei (zittend) en Frits Janmaat.  Beeld Annabel Miedema
Martin Oei (zittend) en Frits Janmaat.Beeld Annabel Miedema

Zeg ‘Sébastien Erard’ tegen pianorestaurateur Frits Janmaat en hij zegt: ‘Genie. Wiskundig wonderkind. Kunstverzamelaar. Edel en nobel. Mijn plaatsvervangend vader. De grootste harp- en pianobouwer aller tijden, wat ook de titel is van mijn boek over hem.’ Dat laatste zegt hij zonder voorbehoud en alles om hem heen onderschrijft die stelling. ‘Maison Erard’, staat er op de ruit van zijn winkel annex werkplaats in Enkhuizen, waar hij twee jaar geleden vanuit de Amsterdamse Keizersgracht naartoe is verhuisd.

Salontafelboek par excellence

Het boek Sébastien Erard, de grootste harp- en pianobouwer aller tijden, dat Frits Janmaat in 2019 publiceerde, is meer dan een biografie. Vanaf 1685 tot 1971 is de belangrijkste documentatie over de bouwer zelf, maar ook over zijn familie, de muziekwereld en de historische gebeurtenissen per jaar gerangschikt. Behalve anekdotes over het dagelijks leven beschrijft Janmaat geanimeerd de uitvindingen van Erard en diens tijdgenoten, waaronder de guillotine en een niersteenvergruizer. Door de omvang (royaal A4-formaat), de dikte (ruim 5 cm) en de enorme hoeveelheid foto’s en illustraties is het een salontafelboek par excellence. Te bestellen op erard.nl (488 pagina’s; € 145).

Binnen staan een stuk of tien vleugels, sommige speelklaar, andere met ontmanteld mechaniek of nog onbesnaard. Allemaal Erards. Aan de muren hangen portretten en authentieke werktekeningen. Van Erard. Op een plankje staan zo’n tachtig cd’s met opnamen door een leger aan pianisten op vleugels die Janmaat ter beschikking heeft gesteld. Erards, uiteraard.

Aanzwellend geruis

‘Nog even een paar pennetjes inslaan, hoor’, zegt Janmaat vanachter een van die vleugels. Ták ták, klinkt het metaal van de hamer op het metaal van de stem-pen. En dan een aanzwellend geruis vanuit de klankkast als een echo van de 18de en 19de eeuw, waarin Erard (1752-1831) zijn instrumenten bouwde. Van buiten, door de deur die meestal openstaat, sijpelt het geluid binnen van de klokken van de Zuiderkerk. Daar geeft Martin Oei komende zondag een concert op de vleugel die Janmaat aan de kerk cadeau heeft gedaan, een Erard uit de fabriek in Londen uit 1868. De jonge pianist kreeg zelf kort geleden ook zo’n cadeau, een vleugel uit 1909 die Janmaat een jaar of acht geleden uit een Parijs’ appartement haalde en restaureerde.

Je moet ervan houden, zo’n Erard. Als je ‘versteinwayd’ bent, zoals Janmaat dat noemt, ben je gewend aan een volumineuze, volle klank. Een Erard kan ook heus wat volume hebben en produceren – virtuozen als Liszt en Busoni waren bepaald niet zachtzinnig in hun spel – maar blijft altijd op een bepaalde manier transparanter en gearticuleerder, alsof je de tonen veel meer afzonderlijk blijft horen. Een Erard lijkt in eerste instantie weinig gul, kieskeurig, eist meer precisie (van pianist én luisteraar) en kan verwend reageren op een iets te ruw toucher, maar hij geeft uiteindelijk evenveel als, zo niet meer dan een moderne concertvleugel.

Authentieke piano

Martin Oei speelt op alles. In zijn woonhuis in Amsterdam-Zuidoost staat de Erard van Janmaat gebroederlijk naast een Bösendorfer. In bouwjaar verschillen ze niet veel, maar in de Bösendorfer lopen bas- en discantsnaren kruislings over elkaar heen en in de Erard liggen de snaren van laag tot hoog naast elkaar. Bij concerten doet Oei niet moeilijk als er een Steinway of een Yamaha staat. Als pianist neem je je instrument nou eenmaal niet in je broekzak mee. Maar vanaf het moment dat hij als tiener een workshop volgde over fortepiano’s, heeft de ‘authentieke piano’ een aparte plek in zijn hart. Wat op zijn Bösendorfer goed klinkt, krijgt op de Erard iets extra’s.

‘Hoor maar’, zegt hij. Hij speelt een passage uit Liszts Tarantella waarin na een heftige akkoordenreeks een aantal tellen rust is voorgeschreven. In de Bösendorfer sterft de klank vrij snel weg, maar bij de Erard is het alsof de vleugel nog even vrij spel krijgt in de lang resonerende boventonen. Oei speelt een stukje uit Ravels Gaspard de la nuit. ‘Dat effect van stromend water’, zegt hij terwijl de noten als druppels van zijn vingers glijden, ‘gaat op een Erard veel makkelijker dan op een moderne vleugel.’ Wat hij op de Bösendorfer speelt, vermengt zich snel tot één volle klank. Bij de Erard blijven de grondtonen transparant, terwijl de boventonen zich versmelten. Ook in de Ballades van Chopin, die hij zondag in Enkhuizen speelt, kan hij de voorbeelden aanwijzen: kleurverschillen in hoog en laag, effecten van het linkerpedaal.

‘Chopin, Liszt, Thalberg’, dat waren de adviseurs van Erard, zegt Janmaat. ‘Liszt kwam als jongetje van 12 bij hem binnen. Zijn composities zijn beïnvloed door wat er dankzij Erard op piano mogelijk was. Van alle pianomuziek van 1810 tot aan de dood van Ravel in 1937 is zo’n 70 procent met een Erard gecomponeerd, en voor de harpmuziek is dat 100 procent. Daarom is hij voor mij de grootste pianobouwer aller tijden.’

Missionaris

En daarom besloot Janmaat zijn leven aan hem te wijden. Als pianorestaurateur begon hij halverwege de jaren tachtig bij Hans Duijf van pianozaak Cristofori in Amsterdam, en die had in de opslag een Erard – een bak ellende, op zijn kant, geen snaren, rijp voor de stort. Maar Janmaat kocht hem en ging ermee aan de slag. Van de ene Erard kwam de andere en bij elke vleugel die hij restaureerde, raakte Janmaat een beetje meer verknocht aan de eigenwijze Parijse instrumentenbouwer. Eerst zocht hij er nog zelf naar in vervallen chateaus waar erfgenamen die oude rammelkasten liever kwijt dan rijk zijn. Maar nu weten de mensen hem te vinden en krijgt hij van over de hele wereld berichten: hier is er nog een, wil je die? Hij checkt de foto’s, de serienummers, of er niet te veel aan is verprutst door onkundige pianoreparateurs – oké, laat maar komen dan.

Tot hij in 2017 een hersenbloeding kreeg en daarna de wereld door de coronalockdowns tot stilstand kwam. ‘Ik dacht dat het voorbij was, dat ik het niet meer kon’, zegt Janmaat. Zijn fijne motoriek, waarmee hij zo exact zijn vleugels kon afstellen, was weg. Hij gebruikte de tijd om zijn boek over Sébastien Erard te schrijven, wat hij al heel lang van plan was. En door toeval vielen hem (ter inzage en onder geheimhouding van de locatie) 2.500 brieven van de bouwer in de schoot waardoor hij zijn boek rijkelijk van documentatie kon voorzien. Geleidelijk herstelde hij, alleen een licht slepend been herinnert aan zijn ziekte.

Sindsdien is Janmaat nog vastberadener. Hij beschouwt zich als een missionaris en zijn missie is de onderwaardering te bestrijden die Erard in zijn ogen nog steeds ten deel valt. Hij praat iedereen die de winkel binnenkomt de oren van het hoofd. Even naar Janmaat? Voor je het weet ben je een halve dag verder.

Maar het is natuurlijk toch de muziek die het moet doen. Dus schonk hij een vleugel aan de Zuiderkerk en een aan Martin Oei. ‘Martin kwam steeds hiernaartoe om te spelen, dus ik dacht: ik geef hem er een. Hij staat open voor die klank, heeft het gevoel ervoor in de vingers, hij verdient het gewoon.’ Als dank heeft Oei hem het concert aangeboden, met als speciale verzoeknummers van Janmaat de Tarantella van Liszt en de Barcarolle van Chopin. Een cadeau, jazeker, want op die dag wordt Janmaat 65 en dat had hij vier jaar geleden ook niet gedacht.

Martin Oei speelt Chopin en Liszt. Zuiderkerk Enkhuizen, 26/9, 15.00 uur. Kaarten zijn hier te bestellen of via zijn website. [VOOR PRINT: kaarten via martinoei.nl]

Parallelle besnaring. Beeld Annabel Miedema
Parallelle besnaring.Beeld Annabel Miedema

Parallelle besnaring

Een Erard heeft een parallelle besnaring: de snaren liggen van laag naar hoog naast elkaar in een harpvormig frame. Bij een kruissnarige vleugel liggen de bassnaren en de discantsnaren over elkaar heen. Het gevolg is dat de snaren daardoor niet vrij kunnen resoneren en de klank veel diffuser is en als het ware ‘volloopt’, aldus Janmaat. Een parallelle besnaring geeft een veel transparantere klank, reden voor Erard om aan die methode te blijven vasthouden.

‘Wintertjes’ in de zangbodem. Beeld Annabel Miedema
‘Wintertjes’ in de zangbodem.Beeld Annabel Miedema

Wintertjes

Niet alleen de snaren lopen parallel in een Erard, ook de nerf van de zangbodem loopt mee in de richting van de snaren. De invloed van de seizoenen werkt door in de buigzaamheid of stijfheid van het hout, en die is weer bepalend voor de klank. In de winter groeit een boom nauwelijks, waardoor het hout stijver is dan in de zomer en de klank helderder is. Die ‘wintertjes’, te herkennen aan de donkere lijntjes, werden op gehoor zo in de zangbodem gelegd dat vooral de hoge tonen hun glans kregen.

Gelaagde hamerkoppen. Beeld Annabel Miedema
Gelaagde hamerkoppen.Beeld Annabel Miedema

Gelaagde hamerkoppen

Op de hamerkoppen van Erard zitten vier lagen: eerst een leertje (rood) dan geel vilt (hard), blauw vilt (minder hard) en wit vilt (zacht). Moderne hamerkoppen hebben één bonk vilt, zegt Janmaat. Maar die gelaagdheid heeft invloed op je vingerspanning en daarmee kun je instrumentale effecten bereiken. Je kunt een roffelende attaque als van een klavecimbel laten horen, maar ook zacht in elkaar overvloeiende klanken waarin de aanslag niet waarneembaar is. Componisten maakten daarvan gebruik door aanwijzingen in de partituur te zetten als ‘quasi chitarra’ (als een gitaar).

Dubbelwerkend repetitiemechaniek. Beeld Annabel Miedema
Dubbelwerkend repetitiemechaniek.Beeld Annabel Miedema

Dubbelwerkend repetitiemechaniek

1821, precies tweehonderd jaar geleden, is het jaar waarin Erard zijn dubbel repetitiemechaniek, dat hij in het diepste geheim had ontwikkeld, wereldkundig maakte. Daarmee werd het mogelijk noten sneller te herhalen dan voorheen. Om dezelfde toon twee of meer keer achter elkaar te kunnen spelen, moest de pianist de toets na het indrukken eerst helemaal omhoog laten komen, voordat hij hem weer kon indrukken. Dat kost tijd. Erard bracht een extra latje aan (de repetitielat) met een veer waardoor de toets minder diep hoeft te worden ingedrukt en de pianist dus veel sneller kan spelen.

Vlakke onderdempers. Beeld Annabel Miedema
Vlakke onderdempers.Beeld Annabel Miedema

Vlakke onderdempers

Kenmerkend voor de Erard-vleugels zijn de vlakke dempers, die de snaren van onderaf dempen. Moderne vleugels hebben kegelvormige bovendempers. Dat heeft groot effect op de klankkleur: als je een akkoord op de Erard kort afdempt en daarna met pedaal laat doorklinken, krijg je een heel ander boventonenspectrum dan bij een moderne vleugel. Dat heeft ook te maken met de verhoudingen die zijn gebruikt voor de klankkast en het frame (de zogeheten fibonacci-verhoudingen), die Erard zijn leven lang heeft gekoesterd.

Meer over