Interview

Wat maakt bandeonist Astor Piazzolla ook na 100 jaar nog zo geniaal en uniek?

Bandoneonisten Leo Vervelde en Carel Kraayenhof. Beeld Erik Smits
Bandoneonisten Leo Vervelde en Carel Kraayenhof.Beeld Erik Smits

Morgen is de honderdste geboortedag van Astor Piazzolla, de grootste bandoneonspeler aller tijden. V sprak bewonderaars Carel Kraayenhof en Leo Vervelde over dit revolutionaire genie.

Astor Piazzolla (1921-1992) geldt als de grootste naam van de tango. Hij was de vernieuwer die Argentinië een nieuwe vorm van tango gaf, hij componeerde talloze klassiekers – van Oblivion tot Libertango – en was de beste op zijn instrument, de bandoneon. Donderdag is het honderd jaar geleden dat hij werd geboren. Tijd om stil te staan bij zijn genie, want wat moeten we nu echt weten over Piazzolla?

We praten over hem met twee van Nederlands grootste bandoneonisten én Piazzolla-bewonderaars: Leo Vervelde, docent aan het conservatorium Codarts in Rotterdam, en natuurlijk Carel Kraayenhof, die met zijn interpretatie van Piazzolla’s Adiós Nonino verantwoordelijk was voor ‘de traan van Máxima’ bij het huwelijk van het koninklijk paar in 2002.

Piazzolla’s invloed kun je moeilijk overschatten, zeggen de twee vrienden. Vervelde: ‘Hij liet jazz doorsijpelen, harmonisch en ritmisch heeft Piazzolla de tango op revolutionaire wijze veranderd. Hij deed dingen met de ritmiek die nog nooit gedaan waren.’

Kraayenhof: ‘Zijn frasering en timbre, zo indringend en geladen, herken ik altijd direct.’

Vervelde: ‘Als bandoneonist was hij echt geniaal. Piazzolla had zijn eigen fraseo: letterlijk betekent dat fraseren, in de tango gaat het om het vrij omspelen van de melodie. Daarbij had hij een bepaald soort vibrato, waardoor zijn toon herkenbaar werd. Hij had zo belachelijk veel energie. Hij sliep heel weinig, schreef gigantisch veel.’

Kraayenhof begon met bandoneon spelen in 1984. Vervelde, al gegrepen door het album Summit van Astor Piazzolla met de Amerikaanse saxofonist Gerry Mulligan, liep kort daarna tegen een bandoneon op: achter de ruit van een restaurant zag hij er een liggen, hij moest hem hebben. In 1985 waren ze allebei aanwezig bij een groot tangofestival in theater De Meervaart in Amsterdam, Kraayenhof al om op te treden, Vervelde als bezoeker. Astor Piazzolla trad er op met zijn kwintet.

Kraayenhof: ‘Voor mij begon het pas echt in 1987, toen ik met mijn moeder naar het Philips Ontspannings Centrum in Eindhoven ging, waar Piazzolla speelde. Tot mijn stomme verbazing zag ik dat zijn bandoneon zo lek was als een mandje! De impresario vroeg aan mij of ik mijn bandoneon kon uitlenen aan Piazzolla, want ik was de enige die hij kende die ook zo’n ding had. Ik toog naar zijn hotel, maar het instrument bleek al gerepareerd. Toen zei Piazzolla: ‘Nou jongen, ga maar zitten en speel wat.’’

Piazzolla nodigde hem uit om mee te spelen in de musical Tango Apasionado in New York. Kraayenhof bezocht hem later zelfs in zijn buitenhuis in Punta del Este in Uruguay, waar Piazzolla graag zijn hobby beoefende: jagen op haaien. Overal hingen haaienkaken. ‘En dan stond hij zelf aan de grill een stuk vlees voor je te bereiden.’ Wat voor man hij was? ‘Ik heb van hem genoten. Erg complimenteus naar collega’s was hij niet. Maar niemand om hem heen had dan ook zijn ambitie en talent. Maar zoals ik hem gekend heb, was het net een enthousiast jongetje van 10. Innemend en hartelijk.’

Piazzolla werd geboren in Mar del Plata, in de provincie Buenos Aires, als zoon van Italiaanse emigranten. Rond zijn 5de verhuisde hij met zijn ouders naar New York. ‘Hij was een straatschoffie, hoor’, zegt Kraayenhof. ‘Hij schuimde de stad af en ging met vriendjes naar concerten van jazzlegendes Cab Calloway, Duke Ellington en Count Basie. Piazzolla’s vader, Vicente, was juist vurig fan van Carlos Gardel, de beroemde tangozanger. Hij besloot dat Astor muzikant moest worden en bandoneon moest spelen, dus kocht hij er een. Astor zag de doos, dacht dat hij schaatsen kreeg, was helemaal blij, maar toen zat er dus dat ding in. Hij had er niets mee. Maar van zijn vader moest hij elke dag studeren.

‘Hij was geboren met een klompvoet. Zijn ouders waren bang dat hij niet geaccepteerd zou worden. Door hem de bandoneon te geven en daarin te laten uitblinken, hoopte vader Piazzolla dat dat zijn lichamelijke onvolmaaktheid zou compenseren.

Bandoneonisten Leo Vervelde en Carel Kraayenhof. Beeld Erik Smits
Bandoneonisten Leo Vervelde en Carel Kraayenhof.Beeld Erik Smits

‘Op een middag hoorde Astor een bovenbuurman Bach op piano spelen. Het bleek concertpianist Béla Wilda te zijn, die nog leerling was geweest van Rachmaninov. Hij ging Piazzolla lesgeven, waarbij ze samen pianomuziek voor bandoneon aanpasten. Dus Piazzolla leerde op zijn 10de fuga’s van Bach op zijn bandoneon.’

Vervelde: ‘Dat jong had al zó vroeg zo’n gigantische technische kennis.’

Maar vader Piazzolla wilde dus dat hij tango ging leren spelen. Kraayenhof: ‘Ja, en dit is zo’n wonderbaarlijk verhaal: Carlos Gardel vroeg toen of Piazzolla mee mocht op tournee, maar dat mocht niet van vader, daar vond hij zijn zoon te jong voor. Astor boos. Maar we hadden Piazzolla nooit gekend als hij was meegegaan, want tijdens de tournee in 1935 stortte het vliegtuig neer waarin Gardel en enkele van zijn muzikanten zaten.’

Vervelde: ‘Op zijn 16de ging hij terug naar Buenos Aires, maar Piazzolla was geen gewone porteño (bijnaam voor een inwoner van Buenos Aires, red.). Hij was een brutale, New Yorkse straatvechter. Hij speelde in derderangs orkesten in cabaretclubs, dat was een losgeslagen wereld van seks en drugs. Piazzolla vond het vreselijk. Uit recalcitrantie liet hij bommetjes ontploffen bij zoenende paartjes in de clubs. Hij verstopte ook een keer een katje in de balg van een bandoneon.’

Kraayenhof: ‘Op zijn 18de kreeg hij een baantje als arrangeur voor het beroemdste orquesta típica (een traditioneel tango-orkest, red.) van Buenos Aires in de jaren veertig. Dat was het orkest van Aníbal Troilo, bandoneonist en bandleider met een popsterrenstatus. Tegelijkertijd nam Piazzolla compositielessen bij Alberto Ginastera, de belangrijkste klassieke componist van Argentinië. Maar klassieke muziek, daar hield je je als échte tanguero niet mee bezig. Tango was een levensstijl: een tanguero kleedde zich in het zwart en droeg daarbij een sjaaltje in de kleur van zijn favoriete orkest. Het waren net voetbalsupporters. Piazzolla’s collega’s in het tango-orkest keurden zijn honger naar kennis van klassieke muziek en jazz af.’

Vervelde: ‘Je ging dus niet naar jazzclubs of klassieke concerten. Maar om zo rigide te zijn, is absurd. Want tango zelf is al een smeltkroes van allerlei Europese culturen – met de van oorsprong Duitse bandoneon voorop. De gaucho’s, Argentijnse cowboys, gaven er hun eigen draai aan, maar vergeet ook de Afrikaanse wortels, door de trans-Atlantische slavenhandel, niet. Het woord tango is van Afrikaanse oorsprong (tuñgu in het Nigeriaans, red.), een klanknabootsing van het ritme waarop werd gedanst.’

Tijdens de hoogtijdagen van de tango, tussen 1940 en 1955, telde Buenos Aires rond de duizend tango-orkesten, de orquestas típicas, bestaande uit drie of vier violen, soms met een altviool en een cello erbij, piano, contrabas en vier bandoneonspelers.

Kraayenhof: ‘Het orkest van Troilo was Piazzolla’s favoriet. Piazzolla ging elke dag luisteren. Dat was opgevallen, dus toen er een keer een bandoneonist ziek werd, werd Piazzolla gevraagd om auditie te doen. Hij wilde ze een poepie laten ruiken en speelde Rhapsody in Blue van Gershwin. Maar omdat hij óók het hele repertoire van Troilo uit zijn hoofd had geleerd, werd hij toch direct aangenomen.’

Vervelde: ‘Troilo zei: de mensen willen dansen! Ja, zei Piazzolla, maar ze willen ook luisteren. Het leverde hem in eerste instantie veel weerstand op.’

Kraayenhof: ‘Toen Piazzolla met zijn eigenzinnige arrangementen en ondansbare ritmes kwam, ging het botsen. Er ontstonden kampen. De meeste muzikanten zagen Piazzolla’s grootheid. Maar het grootste deel van het publiek wilde gewoon lekkere tangonostalgie beleven en kon niets met zijn jazzinvloeden.’

Vervelde: ‘Wat toen revolutionair was, is nu – 70 à 75 jaar verder – de richting van de tango. Aan het eind van zijn leven kwam het respect, na zijn dood pas de echte bewondering.’

Kraayenhof: ‘Uiteindelijk heeft hij gewonnen.’

Zeker na zijn dood gingen ook veel klassieke musici stukken van Piazzolla spelen en arrangeren. In Nederland beleefde de tango een opleving na de uitvoering van Adiós Nonino op het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Waarom speelde Kraayenhof die partij en Vervelde niet?

Kraayenhof: ‘Het ging via dirigent en pianist Ed Spanjaard, die zou de ceremonie begeleiden met het Concertgebouw Kamerorkest en het Nederlands Kamerkoor. Máxima had gevraagd om Adiós Nonino, maar het moest gespeeld worden door een Nederlandse bandoneonist. Spanjaard en ik kenden elkaar van de lunchtafel van een repetitieruimte, niet goed, maar goed genoeg om te weten dat hij een fervent flamenco- en tangodanser was en hij wist dat ik bandoneonist ben. Dus hij noemde mijn naam. Er schijnt nog navraag naar me gedaan te zijn in Buenos Aires. Toen bleek dat men mij daar kende, was het goed.

Adiós Nonino werd altijd gedraaid als Máxima’s vader van huis was. Piazzolla schreef het naar aanleiding van de dood van zijn vader. De emotionele lading die het stuk al had, werd tijdens de huwelijksceremonie nog groter.’

Had Vervelde daar niet willen staan, gezien de vlucht die Kraayenhofs reputatie toen nam?

Vervelde: ‘Die vraag heb ik wel vaker gehad. Maar nee, daar heb ik geen moment bij nagedacht, laat staan van gebaald. Ik sta veel meer in de orkesttraditie van tango. Carel en ik hebben samen in 1993 de tangoafdeling aan het conservatorium van Rotterdam (nu Codarts, red.) opgericht – mét orquesta típica – en ik heb me altijd meer aan de onderwijzende kant begeven. Als Carel op dat huwelijk met een orquesta típica had gestaan, ja, dan had ik zijn kop wel eraf willen rukken!’

Vanaf september hoopt Carel Kraayenhof het land in te gaan met de theatertour Piazzolla 100. Info volgt op carelkraayenhof.nl.

Bandoneon

Hoewel we de bandoneon nu vooral kennen door de Argentijnse tango, werd het instrument in 1854 in Duitsland ontwikkeld. Heinrich Band uit Krefeld ontwierp voor zijn harmonica, waar je anders dan bij een accordeon aan twee kanten trekt, een nieuw knoppensysteem voor de linkerhand (elke toets geeft een afzonderlijke toon), aan de rechterkant van het instrument ontwikkelde hij een groter bereik. Duitsers die hun geluk beproefden in Argentinië namen het instrument mee, waar het ‘bandoneon’ werd.

Nieuwe albums

Naar aanleiding van het Piazzollajaar brengen veel klassieke musici albums met werk van hem uit. Een kleine selectie:

Ksenija Sidorova (accordeon) – Piazzolla Reflections

Astori Amsterdam – Verhalen uit Buenos Aires

Lucienne Renaudin Vary (trompet) – Piazzolla Stories

Merel Vercammen & Dina Ivanova (viool en piano) – Le Grand Tango

Elmira Darvarova, Howard Wall & Thomas Weaver (hoorntrio) – Astor Piazzolla: Genius of Tango

Nikola Djoric (accordeon) – Bach & Piazzolla

Meer over