reportage

Wat is er zo bijzonder aan deze bloem van kunstenaar Georgia O’Keeffe?

Georgia O’Keeffe, Jimson Weed / White Flower No. 1 (1932) 

 Beeld  Georgia O’Keeffe Museum / 2021, ProLitteris, ZurichPhoto: Edward C. Robison III. Crystal Bridges Museum of American Art.  Bentonville, Arkansas
Georgia O’Keeffe, Jimson Weed / White Flower No. 1 (1932)Beeld Georgia O’Keeffe Museum / 2021, ProLitteris, ZurichPhoto: Edward C. Robison III. Crystal Bridges Museum of American Art. Bentonville, Arkansas

De Volkskrant reisde naar Basel voor het antwoord. Ja, de bloem is bijzonder, maar het gehele oeuvre van de Amerikaanse lieveling O’Keeffe is nóg veel interessanter.

Anna van Leeuwen

Ik ben naar Basel gegaan om te kijken naar een bloem. Het gaat om een wit exemplaar, uit de nachtschadefamilie. Een giftig ding, vol met hallucinogeen, ook wel duivelskruid genoemd. En toch bedrieglijk vrolijk gevormd met uitsteeksels aan de bloemblaadjes die doen denken aan een molentje dat in de wind kan waaien. Als deze bloem is verwelkt, volgt een stekelige vrucht, een doornappel. Maar dat ga ik niet meemaken, hoelang ik ook kijk. Want ik kijk naar een schilderij, naar een wonderbaarlijke bloem van bijna een vierkante meter.

Dit is het beroemdste schilderij van de Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe (1887-1986). Het heet Jimson Weed/White Flower No. 1 en als blikvanger siert het de poster van haar grote overzichtstentoonstelling in Fondation Beyeler in Basel.

Begin deze eeuw hing het schilderij een aantal jaar in de eetkamer van het Witte Huis, op verzoek van first lady Laura Bush. In 2014 werd het doek geveild, door het Georgia O’Keeffe Museum in Santa Fe. Het leverde een recordbedrag op: een particulier museum in Bentonville (Arkansas) had er 44 miljoen dollar voor over. Sindsdien staat het bovenaan een ranglijst als ‘het duurst geveilde schilderij gemaakt door een vrouw’.

Ik heb, na alle plaatjes die ik ervan heb gezien, nooit kunnen begrijpen waarom dit schilderij zo bijzonder is. Want het lijkt te simpel, gewoon een bloem pats-boem op het doek. Daar moet toch meer achter zitten?

Daarom ben ik hier in Basel. Dit is de derde en laatste halte in Europa van Georgia O’Keeffes reizende tentoonstelling. Straks gaan bijna al deze kunstwerken, bloemen, bergen, huizen – geen mens te zien in O’Keeffes kunst – terug de oceaan over, naar Amerikaanse musea. Wil ik de bloem begrijpen, dan is dit mijn kans.

Als ik een bloem zie op een schilderij denk ik er vanzelf een vaas bij, een bloemist die zegt ‘schuin afsnijden’, een zakje Chrysal, ik kan het niet helpen. Ik domesticeer de bloem, zie haar als veilig, tuttig, huiselijk, conservatief. Dat past niet bij O’Keeffe, Zij was een stoer en onafhankelijk buitenmens. Zij kampeerde in de wildernis, maakte dagenlange wandelingen, voelde zich thuis in het onherbergzame Amerikaanse landschap. Met haar schilderijen van bloemen wilde zij stadsmensen zoals ik dwingen goed naar bloemen te kijken. Haar strategie: groot formaat. Ze blies de bloemen op tot statements, legde ze uit: ‘Ik zal zorgen dat zelfs drukke New Yorkers de tijd nemen om te zien wat ik in bloemen zie.’

Georgia O’Keeffe, Jack-in-the-Pulpit No. IV (1930) 

 Beeld Board of Trustees, National Gallery of Art, Washington
Georgia O’Keeffe, Jack-in-the-Pulpit No. IV (1930)Beeld Board of Trustees, National Gallery of Art, Washington

Het is dringen geblazen voor het grote doek, maar ik neem de tijd. Ik negeer de tablets en telefoons die recht voor mijn gezicht worden gestoken om foto’s te maken. Rechttoe, rechtaan leek het, zo’n witte bloem midden op het doek. Toch raak ik al snel gedesoriënteerd. Er is geen enkele rechte lijn op het doek. De bladeren van de plant zien eruit als dreigende donkergroene onweerswolken. Ze zweven, net als de bloem. Als ik beter kijk, zie ik dat zelfs de meeldraden en stamper niet vastzitten.

Ook voor mij verdwijnt de vaste grond. Dat komt door het perspectief: ik bekijk de bloem van bovenaf, eromheen zou de aarde moeten zijn, maar die is er niet, ik zie blauwe lucht. Het duizelt me. Ik denk niet dat ik naar dit schilderij zou willen kijken terwijl ik zit te eten, zoals Laura Bush deed. Of misschien zat zij er met haar rug naartoe?

Er hangt al sinds 1997 een O’Keeffe in het Witte Huis, op initiatief van Hillary Clinton. Het is een toepasselijke plek voor de schilder. Wie is er Amerikaanser dan O’Keeffe? Ze was een loner, onafhankelijk, reislustig, een pionier die de moeder van het Amerikaanse modernisme wordt genoemd. Ze groeide op als boerendochter en werd gevierd kunstenaar, belichaamde de American Dream.

Het schilderij dat Clinton koos toont een donkere bergketen, als diep donkerbruin geplooid fluweel met erop turquoise lichtvlekken. De lucht is oranje, daarvoor een inktzwart meer met beige golfjes alsof erin is gekalligrafeerd. Het is kenmerkend voor de eigenzinnige stijl van O’Keeffe, abstract en figuratief. Een schilderij waarvan ik met gemak kan houden.

De smaak van Laura Bush lijkt conservatiever. Toch zijn de bloemschilderijen van O’Keeffe behoorlijk in your face. Obsceen haast, hoe deze witte bloem mij in haar voorplantingsorganen laat staren. Haar bloemen worden vaak geïnterpreteerd als erotisch, alsof elke bloem die O’Keeffe schilderde stiekem een vulva voorstelde. Deze doornappel heeft ook een aantal best spannende plooien. Een misverstand, aldus O’Keeffe. Dat ze vanaf 1918 vaak naakt poseerde voor fotograaf en galeriehouder Alfred Stieglitz (1864-1946), met wie ze later trouwde, heeft zeker aan dat misverstand bijgedragen.

Georgia O’Keeffe, Train at Night in the Desert (1916) 
 Beeld The Museum of Modern Art, New York. Georgia O‘Keeffe Museum / 2021, Pro Litteris, ZurichPhoto. Digital image, The Museum of Modern Art, New York/Scala, Florence
Georgia O’Keeffe, Train at Night in the Desert (1916)Beeld The Museum of Modern Art, New York. Georgia O‘Keeffe Museum / 2021, Pro Litteris, ZurichPhoto. Digital image, The Museum of Modern Art, New York/Scala, Florence

Maar ook als ze geen bloemen schilderde en nog voordat haar naaktfoto’s werden geëxposeerd, werd haar kunst op een heel specifieke manier bekeken. Zo jubelde een (mannelijke) criticus na O’Keeffes eerste tentoonstelling van abstracte houtskooltekeningen dat zij ‘in subtiel verhulde symboliek’ uitdrukking wist te geven ‘aan ‘wat elke vrouw weet’, maar vrouwen tot nu toe voor zich hebben gehouden, zij het instinctief of door een universele samenzwering van stilte’.

Van die samenzwering heb ik geen weet (en als ik ervan wist zou ik het natuurlijk ook niet zeggen), maar ik begrijp wel waarom de criticus dacht dat de kunstenaar in geheimtaal sprak in haar abstracte experimenten. Dat merkte O’Keeffe ook: ‘Ik ontdekte dat ik dingen kon zeggen met kleur en vormen, die ik op geen andere manier kon zeggen en waar ik geen woorden voor had.’ Ze had het idee dat ze daarmee uitdrukking gaf aan een ‘vrouwelijk gevoel’.

Kusama & O’Keeffe

De Japanse kunstenaar Yayoi Kusama (92) ontdekte het oeuvre van Georgia O’Keeffe in een kunstboek en was meteen diep onder de indruk. In 1955, toen Kusama 26 jaar was, schreef ze de beroemde schilder O’Keeffe, toen 68, om advies te vragen. Uiteindelijk gaf deze correspondentie Kusama de moed om Japan te verlaten en naar New York te verhuizen.

Diezelfde gevoeligheid probeerde ze in haar bloemen te leggen. Een criticus vergeleek de bloemen vervolgens met ‘extatische hoogtepunten’. En hij schreef: ‘Vrouwen, moet men concluderen, voelen altijd, wanneer hun gevoel hevig is, door de baarmoeder.’ Zulke teksten, waarin werd benadrukt hoe irrationeel vrouwen zouden zijn, irriteerden de kunstenaar. ‘Ze doen alsof ik een vreemd onaards wezen ben dat in de lucht zweeft en wolken inademt om me te voeden. Terwijl ik in werkelijkheid van biefstuk hou en ik lust het rauw.’

Juist dat stoere en aardse, die biefstuk, mis ik in O’Keeffes bloemschilderijen. Haar beroemdste schilderij, deze draaikolkende overbelichte bloem, lijkt iets te willen zeggen wat ik niet begrijp. Het blijft voor mij wolkerige geheimtaal, een oversized toef slagroom. Waar ik O’Keeffe nu wel gelijk in geef: size matters. De plaatjes van de bloem op klein formaat hebben me nooit dezelfde duizeling gegeven.

Georgia O’Keeffe, Black Mesa Landscape, New Mexico / Out Back of Marie’s II (1930) 
 Beeld Georgia O’Keeffe Museum / 2021, ProLitteris, ZurichPhoto.
Georgia O’Keeffe, Black Mesa Landscape, New Mexico / Out Back of Marie’s II (1930)Beeld Georgia O’Keeffe Museum / 2021, ProLitteris, ZurichPhoto.

Toen O’Keeffe uit haar meest bloemige fase was, tien jaar nadat ze de witte doornappel had geschilderd, schreef ze teleurgesteld: ‘Nou, ik heb je laten kijken naar wat ik zag en toen je de tijd nam om mijn bloem echt op te merken heb je er al je eigen associaties aan gehangen en schrijf je over mijn bloem alsof ik denk en zie wat jij denkt en ziet bij de bloem – en dat doe ik niet.’

Waarom wilde het Georgia O’Keeffe Museum deze bloem eigenlijk verkopen in 2014? Ik lees dat het museum het geld wilde gebruiken om andere kunstwerken aan te kopen. Geen gek idee. Als ik een kunstwerk van O’Keeffe uit de tentoonstelling mee naar huis mocht nemen zou het niet de doornappel zijn, maar een van haar vroegste kunstwerken, de prachtigste aquarellen. Of juist latere werken, abstracte studies van het huis waar ze woonde in New Mexico. Haar bloemen vormen een aparte zaal van de overzichtstentoonstelling in Basel. Het is een klein deel van haar oeuvre, maar het is in die bloemenzaal wel het drukst.

In 1946 had O’Keeffe – als eerste vrouw – een solotentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York. De doornappel hing er ook, maar haar bloemen waren hier niet bij elkaar gehangen. Naast het schilderij van de doornappel waarop alle lijnen kronkelen hing een schilderij vol strakke lijnen en met hoog contrast. Het is een witte boerderij, bijna abstract geschilderd, alle details zijn weggelaten, net als bij de doornappel. O’Keeffe was nauw betrokken bij de samenstelling van die tentoonstelling in het MoMA. Ik denk dat ze met deze combinatie wilde laten zien: dit ben ik, aards en onaards, vast en vloeibaar, biefstuk én bloemen.

Georgia O’Keeffe, Fondation Beyeler, Basel (Zwitserland), t/m 22/5.

Georgia O'Keeffe in New York City met een van haar werken, rond 1944.  Beeld Getty
Georgia O'Keeffe in New York City met een van haar werken, rond 1944.Beeld Getty

Wie was Georgia O’Keeffe?

De moeder van het Amerikaans modernisme wist al jong dat ze kunstenaar wilde worden. O’Keeffe groeide op tussen de koeien, haar ouders hadden een melkveebedrijf in Sun Prairie (Winsconsin). Vader en moeder O’Keeffe waren beiden in de VS geboren, hun ouders waren immigranten uit Ierland en Hongarije.

Samen met haar zussen kreeg O’Keeffe thuis tekenles, op initiatief van haar moeder, die de culturele opvoeding van haar dochters belangrijk vond. Ze was pas 10 toen ze verklaarde: ‘Ik word kunstenaar.’ Een paar jaar later zei ze tegen haar klasgenoten: ‘Ik ga een ander leven leiden dan jullie. Ik ga alles opgeven voor mijn kunst.’

O’Keeffe volgde de kunstacademie in Chicago en New York, werkte enige tijd voor een reclamebureau in Chicago en nam vervolgens kunstlessen op universiteiten in Charlottesville (Virginia) en Amarillo (Texas) en New York. Via haar docenten kwam ze in aanraking met nieuwe theorieën over kunst, zoals Wassily Kandinsky’s essay Het geestelijke in de kunst uit 1914 dat diepe indruk op haar maakte. Ze gaf zelf ook teken- en schilderles op verschillende scholen.

In 1915 hing ze haar eigen schilderijen en tekeningen aan de muur van haar atelier en bekeek die kritisch. Ze ontdekte dat ze alle werken kon herleiden tot de instructies van haar docenten: ‘En ik zei tegen mezelf: ‘Ik heb dingen in mijn hoofd die niet lijken op wat me is geleerd door anderen – vormen en ideeën zo dicht bij mezelf – zo natuurlijk voor mijn manier van zijn en denken dat het niet bij me op is gekomen om die op papier te zetten.’ Ik besloot opnieuw te beginnen, me te ontdoen van wat ik had geleerd...’ Zo ontstond een reeks mysterieuze abstracte houtskooltekeningen, vol krullen, spiralen, bollen en kronkelende lijnen.

Die heel persoonlijke tekeningen stuurde ze naar een vriendin, die deze liet zien aan fotograaf en galeriehouder Alfred Stieglitz in New York. ‘Eindelijk, een vrouw op papier’, zou die vervolgens hebben gezegd. Even later exposeerde hij haar tekeningen in zijn galerie ‘291', een belangrijke plek voor de nieuwste Europese en Amerikaanse kunst. Via hem kwam ze in contact met andere kunstenaars met wie ze zich verwant voelde, zoals de abstracte schilder Arthur Dove (1880-1946) en fotograaf Paul Strand (1890-1976).

Kort na haar tentoonstelling kregen O’Keeffe en Stieglitz (die 24 jaar ouder was) een verhouding. Ze trouwden in 1924 en brachten, naast hun stadse leven in New York, vaak tijd door in Lake George ten noorden van New York, waar de familie van Stieglitz een huis had. Stieglitz maakte honderden foto’s van O’Keeffe, die haar bekendheid vergrootten.

In 1929 reisde O’Keeffe naar New Mexico, waar ze zich meteen thuis voelde: ‘Er valt niets over te zeggen behalve het feit dat het voor mij de enige plek is.’ Dit ruige, kale, zonovergoten landschap zou de rest van haar lange leven haar muze blijven. O’Keeffe nam in haar stijl en onderwerpkeuze een heel eigen positie in de Amerikaanse kunst in. Er zijn elementen in te vinden van precisionisme, expressionisme en surrealisme.

Na Stieglitz’ overlijden in 1946 vestigde O’Keeffe zich permanent in New Mexico. Ze trok er regelmatig op uit met kampeerspullen om in de natuur te werken. Ook had ze een Ford Model A waar de achterbank uit was gehaald om ruimte te maken om te tekenen en schilderen. Zo maakte ze haar beroemde schilderijen van bergketens. Eén berg, de Cerro Pedernal, was haar favoriet. ‘God heeft me beloofd dat als ik de berg vaak genoeg schilder, ik hem mag hebben’, grapte O’Keeffe.

De schilder overleed in 1986 op 98-jarige leeftijd in Santa Fe (New Mexico). Daar opende in 1997 het Georgia O’Keeffe Museum, dat ook haar voormalige woonhuizen en atelier beheert. Dit museum heeft 140 olieverfschilderijen van O’Keeffe en meer dan honderd aquarellen in de collectie. De rest van haar oeuvre (naar schatting maakte ze ongeveer tweeduizend schilderijen) is voornamelijk te vinden in grote Amerikaanse museumcollecties. Slechts een aantal Europese musea hebben werken van O’Keeffe, waaronder het Centre Pompidou (Parijs), Museum Thyssen-Bornemisza (Madrid) en Lenbachhaus in München.

Roxana Robinson schreef een prachtige uitgebreide biografie over de kunstenaar: Georgia O’Keeffe, A Life (1989)

Georgia O’Keeffe in Taos Pueblo in de staat New Mexico, in 1960.  Beeld Getty Images
Georgia O’Keeffe in Taos Pueblo in de staat New Mexico, in 1960.Beeld Getty Images