Wars van ijdelheid, een verademing in het landschap

Verkeerscentrale De Wijde Blik, Amsterdamseweg 25, Velsen. Architect: Chris Vegter...

HILDE DE HAAN; IDS HAAGSMA

De mooiste Nederlandse bouwwerken bevinden zich op de rand van water en land. Maar dat zijn er maar betrekkelijk weinig. Want Nederland houdt niet van het water. Water is immers onlosmakelijk verbonden met gevaar. Je merkt het aan veel dingen. Er is geen land ter wereld met zoveel fonteinen die nooit werken, en zelden wordt een gebouw ontworpen dat met z'n voeten in het water staat. De waterkering is overal getransformeerd tot een militaire zone waar weinigen mogen komen en waar zelden of nooit een bouwvergunning wordt verstrekt.

Des te opvallender is de verkeerscentrale die zich op de zuidelijke oever bevindt van het Noordzeekanaal, even naast de nieuwe Wijkertunnel nabij Velsen. Het gebouw is dan ook eigendom van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heerst niet alleen over die vele overgangsgebieden tussen land en water, het ziet ook toe op vele rijkswegen. Dat toezicht gaat met een degelijkheid gepaard die men van de van oorsprong dijkenbouwers kan verwachten.

Toen in de tweede helft van de jaren tachtig werd besloten naast de Velsertunnel een nieuwe oeververbinding aan te leggen onder het Noordzeekanaal, ging alle aandacht in eerste instantie uit naar de aanleg van de tunnel zelf. Aan de Leeuwardense architect Chris Vegter werd gevraagd die tunnel een aantrekkelijk aanzien te geven. Vegter concentreerde zich op de ingangen en kon zich uitleven op de luchtkokers, de herkenningstekens van een tunnel bij uitstek.

Maar de techniek staat niet stil. Bij de Rotterdamse Maastunnel (J.P. van Bruggen en A. van der Steur, 1940) waren nog grote ventilatiegebouwen nodig die fraai werden vormgegeven. Ook architect Dirk Roosenburg kon nog veel werk maken van de ventilatietorens die hij bij de Velsertunnel (1957) moest ontwerpen: het werden reusachtige ijscohoorns. Maar Chris Vegter moest bescheiden blijven. De belangrijkste ventilatie komt nu tot stand door turbines boven het wegdek en alleen voor de vluchttunnel zijn nog kleine ventilatiekokers nodig. Hij plaatste, tussen de rijwegen, bij beide ingangen een triootje kokers dat een bewegend effect oplevert.

Terwijl de Wijkertunnel zijn vorm kreeg, boog Rijkswaterstaat zich over het vraagstuk van het verkeerstoezicht. Elke tunnel heeft een dienstgebouw van waaruit het verkeer wordt geobserveerd. Alleen: had het wel zin om die Wijkertunnel zo'n dienstgebouw te geven? Het gebouw van de Velsertunnel lag op een steenworp afstand, en met de moderne communicatietechnieken is het niet moeilijk camerabeelden over grote afstanden te transporteren. Sterker: je zou op een centrale plaats én de Velser- én de Wijker- en zelfs de Amsterdamse Zeeburgertunnel kunnen controleren.

Zo groeide allengs het idee om het hele rijkswegennet van Alkmaar tot het aquaduct in het zuiden van de Haarlemmermeer, en van Velsen tot voorbij het Gooi vanuit één centrale post te beheersen. Vanwege de kosten was het wellicht raadzaam geweest daarvoor een eenvoudige loods te huren op een afgelegen industrieterrein. Kabels kunnen immers overal naar toe. Rijkswaterstaat besloot evenwel een eigen gebouw neer te zetten bij de zuidelijke ingang van de Wijkertunnel, aan de oever van het Noordzeekanaal. Het sprak vanzelf dat Chris Vegter ook dit gebouw zou ontwerpen.

Op nuchtere wijze heeft Vegter deze opdracht uitgewerkt. Simpel gezegd bestaat het gebouw uit een halfrond bouwdeel voor de controlekamer en een vierkante doos voor de kantoorruimtes. Beide delen zijn door een ruime vide met elkaar verbonden. Van zo'n simpele opzet kijkt niemand meer op. Alleen is het bijzonder dat Vegter het simpel heeft gehouden, ook in de uitwerking.

Het gebouw is wars van ijdelheid, en dat is een verademing in een land waarin de architecten zich te buiten gaan aan steeds grovere en opzichtige modieuzigheid.

Slechts weinigen worden tot het gebouw De wijde blik toegelaten. Dat verklaart ook dat het gebouw nauwelijks een ingang heeft. Het is meer een donkere spleet die toegang tot het gebouw biedt. Meteen achter dat donkere doorgangetje opent zich de heldere ruimte van de vide, beheerst door sobere trappen en een glazen liftkoker. Maar vooral beheerst door het uitzicht naar buiten. Zelfs in de controlekamer zelf heeft Vegter het uitzicht niet verwaarloosd, waardoor de beelden van autowegen op de videomuren worden onderbroken door het ijle licht van het Noordzeekanaal. Nog mooier is het uitzicht op de lange trap die buiten de ronde wand van de controlekamer loopt. Dat is een trap waarvan de Klassieken ooit moeten hebben gedroomd: spannend en opwindend, alsof die naar de top van de Olympus voert.

Rijkswaterstaat vond het belangrijk dat men vanuit de controlekamer ook zicht had op een deel van het rijkswegennet zelf, dat zowel de Wijker- als de Velsertunnel ook in het echt door de controleurs kon worden waargenomen. En omgekeerd. Dat automobilisten het regelcentrum kunnen waarnemen als waarschuwend en geruststellend teken. Dat soort ongrijpbare, noem het psychologische overwegingen hoor je niet vaak meer. Al werkt het wel. Want De wijde blik is voor automobilisten inderdaad opvallend. Niet alleen omdat het gebouw twee heel verschillende gezichten heeft (vanuit het noorden een vriendelijke ronde wand, vanuit het zuiden een strakke doos), maar ook omdat het contact met de buitenwereld bij het inrijden van de Wijkertunnel zolang gehandhaafd blijft.

Eigenlijk zakken de automobilisten heel geleidelijk de grond in. Chris Vegter wist dat, en heeft daarom zijn gebouw zo'n karakteristieke vorm gegeven. Wie dichterbij komt merkt evenwel ook op dat hij in zijn detailleringen even zorgvuldig te werk is gegaan. Ongedwongen afwisseling van bouwmaterialen, fraaie verhoudingen. Precies zoals het moet. En te weinig gebeurt.

Ids Haagsma

Hilde de Haan

Meer over