Warrig, maar stiekem heel virtuoos gitaarspel

MUZIEK De bands die Brooklyn, New York, tot de hipste popwijk van het moment maken, hebben een voorliefde voor Afrikaanse muziek gemeen, maar ook een gebrek aan podiumuitstraling....

Menno Pot

Dirty Projectors, een band die pas met het album Bitte Orca (2009) de aandacht trok, leek in de Amsterdamse Melkweg geen uitzondering. Dave Longstreth is een frontman als een verstrooide student: afwezige blik, afhangende schouders, scheefzittend vest.

Toch maakte Dirty Projectors meer indruk dan voornoemde bands, bijvoorbeeld door Longstreths schijnbaar warrige, maar stiekem heel virtuoze gitaarspel, linkshandig op een omgekeerde Stratocaster voor rechtshandigen.

Steeds weer tuimelden al die de noten keurig op hun plaats (chaotisch getokkel hier; krassend Talking Heads-patroontje daar), het fundament vormend van een wonderlijk bandgeluid. Het tweede wapen van Dirty Projectors bleek de zang. Longstreth zong verrassend helder en zuiver, terwijl veel liedjes naar een hoger plan werden getild door de de drie vrouwen in de band. Angel Deradoorian zong prachtig in de ingetogen opener Two Doves. Amber Coffman leek wel een r & b-ster in Stillness Is The Move.

Maar vooral hun begeleiding in stukken als Rise Above bleek memorabel: een waaier van bliepende keelgeluidjes, die samenvloeiden tot een hypnotiserend substraat, dat op de plaat wel een repeterende elektronische sample lijkt. Maar nee: het bleek live.

De muziek van Dirty Projectors heeft zelden de gedaante van een makkelijk te behappen liedje, maar blijft toch altijd wonderlijk lichtvoetig. Zo stond je geïntrigeerd te luisteren en waren er zomaar ineens 75 minuten voorbij.

Meer over