Warren Zevon: gangsterzoon in rock ‘n’ roll

Ooit werd hij in één adem genoemd met Neil Young en Bruce Springsteen. Zijn ex-echtgenote beschrijft in een meeslepende biografie hoe het mis ging met Warren Zevon (1947-2003)....

Voordat de Amerikaanse rockzanger Warren Zevon in 2003 aan longkanker kwam te overlijden, maakte hij met zijn ex-vrouw Crystal en zijn zoon Jordan een paar afspraken. Crystal zou Warrens levensverhaal optekenen, waarin ze hem op geen enkele wijze mocht sparen. Zoon Jordan (1969) werd verzocht om, nadat Warren zijn laatste adem zou hebben uitgeblazen, de slaapkamer en de rest van het huis van alle porno te ontdoen.

Dat beiden gehoor hebben gegeven aan Zevons laatste wens, blijkt al op de eerste pagina’s van I’ll Sleep When I’m Dead. In dit door Crystal Zevon met hulp van meer dan tachtig geïnterviewden opgetekende levensverhaal bekent Jordan Zevon hoe verbaasd hij was dat zijn vaders pornocollectie niet de gebruikelijke blaadjes behelsde. Het betrof hier videobanden waarop vaderlief zijn seksuele escapades met talrijke vrouwen in de slaapkamer had vastgelegd.

Nee, gespaard wordt Zevon niet in dit kloeke, als een oral history geschreven boek. De auteur laat iedereen de vreselijkste dingen over haar ex zeggen, en illustreert de commentaren niet alleen met foto’s uit het familiearchief, maar ook met dagboekfragmenten van Warren, die vaak niet veel meer behelzen dan ontboezemingen over drank- en drugsmisbruik en opsommingen van seksuele en muzikale bezigheden.

En dat ook wel degelijk in die laatste volgorde. Willen we dit allemaal weten? Zevon beleefde zijn glorietijd in het Los Angeles van de jaren zeventig, toen seks, drugs en rock ‘n’ roll onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Dat hij genoten heeft van deze hedonistische drie-eenheid willen we geloven. Maar waren we niet beter af geweest met een boek waarin zijn muziek centraal had gestaan?

Nee, zeker niet, is de conclusie na lezing van deze rockbiografie, waarin nu eens niet alle details van plaatopnamen worden opgelepeld en ieder liedje moet worden geduid. Zo’n boek zou Zevon ook niet verdienen want daarvoor is zijn rol in de rockgeschiedenis te marginaal. Het zou hem ook geen recht doen. Zijn grillige loopbaan, met na elke piek een dieper dal, had hij aan zichzelf te danken. Maar hoe onuitstaanbaar hij ook was – er komt werkelijk niemand aan het woord die géén slachtoffer was van Zevons streken – iedereen lijkt hem alles te hebben vergeven.

Waar je een toenemende weerzin tegen Zevons handel en wandel verwacht, lukt het Crystal Zevon haar onderwerp juist gaandeweg interessanter te maken. Ondanks zijn streken werd hij gedreven door een ongekende passie voor muziek, die besmettelijk leek. Je gaat begrijpen wat Jackson Browne, die Zevon aan het begin en aan het einde van diens leven aan een plaatcontract hielp, in hem zag: een grote broer, die met zijn sardonische teksten en ruige voordracht een tegenpool vormde voor Browne’s sensitiviteit.

En je moet op den duur wel aannemen dat Zevon een bijzonder talent had om mensen in te palmen. Van Stephen King tot Bruce Springsteen, en van David Letterman tot Carl Hiaasen – schrijvers, muzikanten en mediafiguren dweepten met Zevon, die tot 1987 zwaar alcoholist was en daarna als zelfverklaard seksverslaafde door het leven ging.

Er zit een pracht film in Zevons levensverhaal: gangsterzoon raakt verslingerd aan de rock ’n’ roll, maakt in de jaren zeventig deel uit van de hippe scene in Laurel Canyon, breekt in 1978 wereldwijd door met de hit Werewolves of London, kan het hoge niveau niet vasthouden, geeft zich over aan alcohol en drugs, en overleeft ternauwernood dankzij hulp van invloedrijke vrienden.

Net wanneer zijn loopbaan weer enige voorspoed kent, wordt er kanker bij hem geconstateerd. Nog één keer roept Zevon al zijn vrienden bijeen voor een zwanenzang. Zijn album The Wind verschijnt in augustus 2003, twee weken voor zijn dood. Zevon kan nog net vernemen dat het de snelst verkopende plaat is die hij ooit maakte.

Het verhaal is pakkend genoeg voor een Hollywood-scenario, en werd door Crystal Zevon alvast zeer meeslepend op papier gezet. Gijsbert Kamer

Meer over