Wakker worden in Dutch design is alleen voor avonturiers weggelegd

OBERHAUSEN Het is even zoeken in de Hauptbahnhof van de Duitse provinciestad Oberhausen. Ergens in deze kale hal met een worstkraampje en de frühstuck imbiss moet de entree zijn van Gastgastgeber, een zestal tijdelijke hotelkamers die zijn ingericht met Dutch design....

Op deze kamers kunnen bezoekers van Ruhr 2010, het programma van de steden in het Ruhrgebied die tezamen de Europese Culturele hoofdstad zijn, op een speelse manier kennismaken met het avontuurlijke Nederlandse ontwerp. En dat avontuur begint dus al bij de zoektocht naar de entree van dit provisorische hotel. Pas tijdens het tweede rondje door de stationshal valt het oranje lint op een ijzeren deur in de hoek van de hal op.

De zes hotelkamer zijn onderdeel van Gastgeber, zoals de Nederlandse inbreng in Ruhr 2010 heet. Aangezien voor veel Nederlanders de reis naar het Ruhrgebied korter duurt dan naar bijvoorbeeld Maastricht of Groningen, strijken in de komende zes maanden talloze Nederlandse theatergezelschappen, jazz - en popbands en kunstenaars neer in Ruhrsteden als Essen, Bochum, Dortmund en Oberhausen. Met Gastgeber is Nederland de belangrijkste buitenlandse partner in Ruhr 2010.

Dutch design komt aan bod in GastGastgeber, wat een speelse verwijzing is naar het tijdelijke gastheerschap van Nederland, in de vorm van zes designhotelkamers. Dit weekeinde werden deze onthuld tijdens de feestelijke aftrap van Gastgeber.

Hoogst opmerkelijk was dat een ander belangrijk designonderdeel, de expositie Best of dutch design in het Red Dot Design Museum in Essen, uitgerekend in hetzelfde weekeinde alweer sloot.

Het Dutch designaanbod blijft nu beperkt tot de zes hotelkamers en het handjevol Nederlandse ontwerpers dat mag meedoen met Design Kioske. Dit zijn vitrines met laagdrempelig design, die worden opgesteld in kruideniers, kiosken en andere buurtwinkeltjes in de Ruhrmetropool. Hoe sympathiek het idee ook is om Otto Normalverbraucher te interesseren voor design door de verkoop van kandelaars en pannenlappen, een representatief beeld van Dutch design geeft het niet.

Vandaar dus dat alle aandacht uitgaat naar Gastgastgeber. Wakker worden in Dutch design, zo wordt het verblijf in een van de kamers aangeprezen. Maar dan zul je toch eerst in slaap moeten vallen op de harde matras met tweedehands deken waarop het rode Gastgastgeber-logo is gestikt.

Waarmee ook de hotelkamers een eenzijdig beeld van Dutch design geven: namelijk dat van hoogst conceptuele en onpraktische producten.

Jurgen Bey verzorgde de inrichting van de hotelkamers, die zich bevinden in een oude watertoren pal naast het station dat dienstdoet als Kreativ Quartier, de Duitse benaming voor een broedplaats. De kamers zijn zo afgeleefd, daar moet je niet eens proberen nog iets van te maken, zo moet Bey hebben gedacht.

Daarom bakende hij met balken op de grond een kamer in de kamer af. Vervolgens bouwde hij van timmerhout een klapbed dat in slaapstand ook dienstdoet als kast. Maar het ruwe hout versterkt eerder de sfeer van postindustrieel verval dan dat het een tegenwicht biedt. Het is een spartaans concept dat alleen de meest avontuurlijke bezoekers zal bekoren.

Wie weet bieden de zes kamers die volgende maand openen in een typisch Duitse arbeidersflat iets meer luxe. Deze worden ingericht door Gilian Schrofer van Concern, het ontwerpbureau dat ook het restaurant en de entree van het nieuwe Stedelijk Museum in Amsterdam zal inrichten. En anders kunnen de kamers in de weekeinden ook worden bezichtigd als kunstproject. Dan heb je als bezoekers in elk geval wel de lusten – kennismaken met het avontuurlijke Dutch design – zonder de lasten van het wakker worden op een houten brits.

Meer over