Oog voor detail

Waarom we juist op winterfeesten glitterkleren dragen

Veel van wat wij doen, voelen en vrezen, houdt kunstenaars al eeuwen bezig. Wieteke van Zeil verbindt kunstdetails aan de actualiteit. Deze week: glitterkleren.

Wieteke van Zeil
Sara Troost, ‘De vrienden raakten in gesprek’, 1729, penseel in dekverf op papier, 27,8 x 35,3 cm. Beeld Rijksmuseum Amsterdam
Sara Troost, ‘De vrienden raakten in gesprek’, 1729, penseel in dekverf op papier, 27,8 x 35,3 cm.Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Het is weer tijd voor glitterkleren. Ook al voelt dat misschien onzinnig in een huis waar al twee jaar lang de binnenmuren op je afkomen, en waar je maar vier gasten mag ontvangen. Juist als er een matig tot waardeloos jaar wordt uitgeluid: glitterkleren, bubbels, dansen op de stoelen!

Sinds het einde van het jaar nadert, heb ik zomaar de hele tijd The Great Pretender in mijn hoofd. Het begon met neuriën, en ineens zag ik mezelf van die zwaaiende Freddie Mercury-bewegingen maken voor de spiegel. Ooh oh yes, I’m the great pretender / pretending that I’m doing well. Ik zocht de clip weer eens op, die heerlijke waarin Mercury allerlei eerdere Queen-clips parodieert. En waarin hij met een magische mix van breekbaarheid en overtuiging zingt: I’m wearing my heart like a crown. Niemand kon dat zoals hij, op drift in zijn eigen wereld. Je voelt hoe het doen-alsof werkt, mensen geloven het, hij gelooft het, het wordt wat-ie wil. Het tweede coronajaar wordt afgesloten, velen voelen zich in meer of mindere mate lamzalig, en om alle vergeefsheid het hoofd te bieden kun je soms maar beter uitpakken. Het voorliggende jaar verwelkomen alsof je iets groots verwacht.

In Museum Gouda is nu een mooie tentoonstelling te zien voor wie licht zoekt in de duisternis: Kaarslicht. Een sfeervolle winternachtexpo waar een gevoel wordt opgeroepen van hoe het eeuwenlang was: dat licht luxe is in de overweldigende duisternis. Op elk schilderij zie je de kracht van kaarslicht, zoals we dat nu eigenlijk nooit meer ervaren: als enige lichtbron in de kamer, zodat je hele waarneming zich ernaar vormt. De zichtbare wereld verandert. Alles komt meer ‘samen’ omdat het flakkerende licht alles in beweging zet. En je blijft onwillekeurig zoeken; kaarslicht geeft niet meteen alles prijs, het reflecteert eerst de lichtste delen en pas als je ogen wennen de rest. Vandaar dus die glitterkleren.

Sara Troost, ‘De vrienden raakten in gesprek’ (detail). Beeld Rijksmuseum Amsterdam
Sara Troost, ‘De vrienden raakten in gesprek’ (detail).Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Door het detail hierboven realiseerde ik me ineens waarom we juist op die winterfeesten glitterkleren dragen: vanwege dit effect. Een flakkerend licht zet zo’n jurk of pak in beweging. Van een kaars krijgt alles een glansrandje. Bij deze man begreep ik pas dat die kostbare goudgeborduurde en satijnen vesten in dit warme, bewegende licht alle aandacht trekken, en dat de voering van zijn jas ook niet voor niks van geel satijn is: het kaarslicht maakt zijn outfit af, er opent zich iets, hij straalt in het gezelschap.

Sara Troost maakte dit werk, onderdeel van een serie over het leven van de 18de-eeuwse elite, naar een reeks die haar vader Cornelis Troost eerder had gemaakt. Misschien koos Gouda voor de serie van Sara om meer vrouwelijke kunstenaars in de expo te hebben, ik hoop het, want ik had nog nooit van haar gehoord en haar versie van deze reflecterende kleren is beter.

Dus ontsteek een kaars, trek iets glanzends aan, plop bubbels en dans op de stoelen – leg er desnoods eerst een servetje op, zoals de man rechts op dit kunstwerk ook deed. Je gaat je er vanzelf beter van voelen.

Terwijl ik online zocht naar The Great Pretender kwam ik een uitspraak tegen van zangeres Kim Gordon: ‘Het is verbazingwekkend wat je kunt bereiken als je gewoon een beetje doet alsof.’ Die neem ik graag mee naar het nieuwe jaar. Met glitterkleren doe je alsof je licht geeft, terwijl je alleen maar helpt het beetje licht dat er is te weerkaatsen – waardoor het dus vanzelf vermeerdert. Stralend 2022!

Sara Troost, De vrienden raakten in gesprek, 1729, penseel in dekverf op papier, 27,8 x 35,3 cm, Rijksmuseum Amsterdam. Te zien t/m 27 maart in Museum Gouda.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Meer over