reportage

Waarom oude, gedragen bandshirts ineens voor flinke bedragen over de toonbank gaan

Lola Bloem van Beek. Beeld Sander Dekker
Lola Bloem van Beek.Beeld Sander Dekker

Oude T-shirts van wanstaltige metalbands, zijn een tweede leven begonnen. Ze hangen niet langer alleen meer om de schouders van oudere herrieconnaisseurs – zoals onze auteur – maar aan de lijven van jonge, frisse mensen met stijl. Wat is er aan de hand?

Robert van Gijssel

Het begon als een provocatie, een kleine mode-opstand tegen de moraal van de welgeklede burger. De eerste bandshirts die ik kocht, daarna daadwerkelijk durfde aan te trekken om er vervolgens een schoolgebouw of fabriekshal mee binnen te wandelen, waren walgelijk. En dat was de bedoeling.

Een favoriet, midden jaren tachtig, was een shirt van de Duitse thrashmetalband Kreator, met daarop afgebeeld de hoes van de opbeurende plaat Pleasure to Kill. Die titel beloofde natuurlijk al weinig goeds, en uiteraard stond deze tekst in bloedrode letters afgedrukt onder het levendige fantasylandschapje van de albumcover: een gigantische berg menselijke resten, waarbovenop een gespierde satan onduidelijke handelingen verricht met een schedel. Waarschijnlijk beeldde de vaste illustrator van de band hier het lied Ripping Corpse uit.

Ik kocht dat shirt na een concert van Kreator, als ik het mij goed herinner in de Amsterdamse Melkweg. Min of meer als een grap. Want eigenlijk was ik een punk, met niet meer dan een afwijking richting de metal. Ik droeg door mijn moeder gebreide truien met gaten erin onder een legerjas van de dump. Maar midden jaren tachtig was die recalcitrant bedoelde dresscode helemaal niet meer zo tegendraads, want er liepen hele legers jongeren in rond. En om ook een beetje tegen die punkcultuur te schoppen – hoe dwarser, hoe beter – hees ik mij dus in dat Kreator-shirt, een toonbeeld van wansmaak en mensenhaat. En eigenlijk behoorlijk foute muziek. Uit Duitsland.

De reacties waren bemoedigend. Op school werd mij gevraagd iets anders aan te trekken – nee dus. Daarna, toen ik op mijn 17de met een boze kop zowel mijn school als het ouderlijk huis was uitgerend en in het fabriekshallen- en distributiecentracircuit terecht was gekomen, kostte Kreator mij een baan: een christelijke directeur van het garagebedrijf waar ik oliepompen verving, werd er misselijk van. ‘Joh, het is gewoon een bandje’, zei ik nog. Maar hij stuurde het kwaad de laan uit.

Robert van Gijssel met zijn shirt van Kreator. Beeld Sander Dekker
Robert van Gijssel met zijn shirt van Kreator.Beeld Sander Dekker

Iedere dag één

Toen was het onomkeerbaar. Ik had mijn mode gevonden. De kinderachtige aandachtstrekkerij groeide uit tot een steeds hardnekkiger kledingkeuze: een bandshirt op een spijkerbroek, iedere dag één, jaar in, jaar uit, weer of geen weer, tot mijn laatste snik. Omdat het er goed uitziet – sorry, maar dat is gewoon zo. En omdat het lekker makkelijk is: doen we vandaag die oude Cannibal Corpse met witte vegen onder de oksels, of toch die mooie heruitgave van Death die nog best lekker ruikt? De keuzestress is nihil.

Maar ook omdat het pure levensvreugde geeft. Van die honderden shirts die in mijn kledingkast liggen, op stapels van een halve meter hoog, is het merendeel gekocht na een show van de betreffende band. Was een concertje oké, dan schoof ik na afloop aan bij de merchandise-stand. Met mijn aankoop (meestal 15 euro) steunde ik dan dat bandje: morele kassa. Maar bovendien kon ik mij daarna, tot in lengte van dagen, hullen in een goede herinnering. O, wat zijn de shirts die ik kocht na verpletterende shows van de Noorse bands Gorgoroth of Ulver mij dierbaar. Zeker nu, gedurende de doodse en deprimerende coronajaren, zonder lichtpuntjes in een concertzaal.

En er zit nog een heel mooie, subculturele laag onder de bandshirtmode. De dragers van vooral metalshirts vormen samen een mondiale gemeenschap van dwarsdenkende gelijkgestemden, mensen die graag getuigen van hun liefde voor onaangepaste muziek en die trots zijn op hun eigenaardige smaak. In 2012 verscheen een prachtig koffietafelboek van de fotograaf Jörg Brüggemann over die wereldgemeenschap: Metalheads – the Global Brotherhood. Met daarin foto’s van jongens en meiden, én personen op leeftijd, van Indonesië tot Brazilië, Egypte en Zwitserland, allemaal met zo’n zelfde bandjesshirt. Van Cradle of Filth tot Sepultura en ja, natuurlijk, heel veel Metallica.

Suzie Haanstra in Metallica. Beeld Sander Dekker
Suzie Haanstra in Metallica.Beeld Sander Dekker

Dat genootschap is een vriendelijke club mensen. Op straat, of dat nu is in Urk, München of San Sebastian, knikken shirtjesmensen naar elkaar, net zoals Harley Davidson-rijders elkaar groeten op de A27. Er worden praatjes aangeknoopt met wildvreemden: ‘Was jij ook bij die show? Wat vind jij van die laatste plaat?’ Bandshirts zijn een smeermiddel en eigenlijk oldskool sociale media, zonder telefoon.

Haarscheurtjes

Maar de laatste tijd ontstaan er haarscheurtjes in deze brotherhood van de wansmaak. Want de gestaalde kaders zien steeds vaker piepjonge en frisse jongens en meiden in die zeer ónfrisse shirts lopen. Hippe mensen met linnen tasjes, een grote bril en zo’n wollen dopmuts, en dan een shirt van de angstaanjagende Noorse band Dimmu Borgir eronder. Hoe zit dat, en hoe is het zo gekomen?

Het antwoord is niet zo eenduidig. Een jaar of vijf geleden werd de oprechte shirtjes- en herrieliefhebber al onaangenaam verrast door een confectietrend: grote, goedkope kledingconglomeraten als H&M brachten ineens gelicenseerde shirts op de markt met de logo’s van klassieke rockbands uit een ver verleden: Metallica, Kiss en AC/DC. Het leverde deze bands aardig wat op, maar zij pleegden toch ook enig verraad, want de kleine modetrend was duidelijk een verstoring van de heersende T-shirt-orde. Metallica-fans van het eerste uur hoefden natuurlijk niet aan al die huppelende H&M-dragers te vragen wat die nu van die laatste plaat vonden. Welke laatste plaat? Een beetje vervelend.

Het confectietrendje ebde weg, zoals mode nu eenmaal – en gelukkig – met een rotvaart komt en gaat. Maar de laatste maanden is er een veel grotere modebeweging op gang gekomen, die van het metal- en bandjesshirt ineens een echt voorname kleding- en lifestyletrend heeft gemaakt. Deze nieuwe trend is gelaagder en wat moeilijker te doorgronden, daarom ook een stuk interessanter, en hoeft de ouwe metalhead helemaal niet tegen het hoofd te stoten. Hij kan er zelfs zijn voordeel mee doen.

Kardashian

De huidige shirtjesgekte werd aangezwengeld door, hoe kan het ook anders, de influencers. En dan vooral de voorlopers van de buitencategorie met minstens honderd miljoen volgers op Instagram. Drie maanden geleden liet de mediapersoonlijkheid Kourtney Kardashian zich fotograferen in een toch wel opvallend shirt van de extreme deathmetalband Cannibal Corpse, bekend van wat viezige hits als I Cum Blood en Hammer Smashed Face. De afbeelding op het shirt was ook van de onsmakelijke soort: een ontbindende zombie die zijn eigen ingewanden uit zijn binnenwerk rukt en zich aan een morbide kringloopmaaltijd zet. Het bleek een verwijzing naar de innemende maar desondanks in veel landen verboden debuutplaat van de band: Eaten Back to Life, uit 1990.

Tommy van de Amsterdamse vintagewinkel Cream. Beeld Sander Dekker
Tommy van de Amsterdamse vintagewinkel Cream.Beeld Sander Dekker

Kardashian werd niet ontslagen na dit visuele affront – ze is haar eigen baas. Maar ze zette wel iets in werking. Kardashian werd allereerst scherp bekritiseerd door stoffige metalheads, en bijvoorbeeld de ex-zanger van Cannibal Corpse. Deze Chris Barnes noemde haar ‘een poseur’. Maar daar valt best wat op af te dingen. Kourtney Kardashian heeft namelijk een serieuze relatie met Travis Barker, een ongenaakbare rockgod en drummer van de grote punkband Blink-182. Deze vanaf zijn kruin naar beneden volgetatoeëerde man loopt al zijn hele leven in rockshirts, en zijn vriendin was voor het naar buiten gaan gewoon even in zijn voorraad gedoken. Dus hoezo: poseur? Als je bent verloofd met een rockbeest, mag je dan misschien ook een keer zijn shirtje aan?

Intussen kwam het onsmakelijke shirt wel onder de aandacht van Kardashians 152 miljoen volgers, en de honderden miljoenen volgers die die volgers weer volgen. Er doken veel meer foto’s op van wereldsterren met metalshirts. Een een al wat oudere foto van Justin Bieber bijvoorbeeld, in zijn mooiste Iron Maiden. En van Kanye West, in een shirt van de redelijk wanstaltige Britse band Cradle of Filth. Eerder was Rihanna gesignaleerd in een kleurrijk werkje van Judas Priest en trad Willow Smith, de modieuze punkdochter van acteur Will Smith, op in een shirt met halflange mouwen van de stonerrockband Mastodon.

En als dit kaliber hippe mensen zich aan een trend zet, dan zie je de nieuwe modehype natuurlijk van verre aankomen: via de catwalk, recht de straat op. Oude, royaal gedragen en dus doorleefde metalshirts van bands die zelfs in de meest obscure uithoeken van Spotify al even niet waren gesignaleerd, hingen ineens om de schouders van vrolijke en frisse mensen met stijl.

Handel

Dus sloeg de handel toe. Oude rockshirts werden de afgelopen maanden bij toenemende opwinding te koop aangeboden. Eerst op de bekende veilingsites, en bijvoorbeeld Marktplaats. Maar nu ook op meer gespecialiseerde webwinkels, die zich toeleggen op metalmerchandise en bedrukte shirts in verschillende staten van verval. In online winkels als Bandtees en Nlvintage, maar ook in bijvoorbeeld de gezellige en zeer goed toegeruste Amsterdamse vintagezaak Cream worden fraaie tweedehandsjes in de etalage gehangen. En vooral de exemplaren met verzamelwaarde ontploffen in prijs.

Shirts uit de jaren negentig, van klassieke metalbands als Metallica of de noiserockers van Sonic Youth, worden verkocht voor krankzinnige bedragen, als je bedenkt wat je ervoor krijgt. Een behoorlijk oubollig shirt van Metallica uit 1991, met twee elkaar likkende doodshoofden op het voorpand, getekend door de rockillustrator Pushead, staat op de site Wycovintage te koop voor ruim 250 euro. ‘Dit is echte vintage, géén reproductie’, staat ernaast. En voor wie toch twijfelt over de aankoop, nog de volgende aanbeveling: ‘Dit shirt is duidelijk gedragen. Er zitten gaten in en de rug is verkleurd.’

Ook opmerkelijk: een werkelijk pislelijk shirt met een mislukt portret van zanger Jerry Garcia van de Grateful Dead, tegen een gemarmerde blauwe achtergrond. Prijs: 380 euro. ‘Klein gat aan de voorkant. Geen vlekken.’ Bij de shirtjesgekte lijkt oud en lelijk ineens een aanbeveling, conform het hipster- en vintagemodebeeld van de afgelopen jaren en de vergeelde skijacks en truien met paarden erop.

Goudmijn

In gelouterde rockshirtkringen gaat al een paar weken een kleine buzz rond. De oude merchandise, die ligt te verstoffen in de kledingkast, is dus geld waard. Een collega tipte me een maand geleden al. ‘Hé, jij draagt toch altijd van die ouwe metalshirtjes? Je zit op een goudmijn.’

Nu vind ik mijn collectie van een T-shirt of vierhonderd ook zelf goud waard. Maar ik zou niet graag afstand doen van een mooie muziekherinnering, en bijvoorbeeld dat vijftien jaar oude shirt dat ik kocht bij een show van Rammstein in Bilbao. Ook omdat ik de deal niet helemaal begrijp, en me nauwelijks kan verplaatsen in de persoon die zo’n shirt zou willen kopen voor 200 euro. Schaft die zich geen valse herinnering aan, een memento van iets waar hij of zij zelf waarschijnlijk niet bij is geweest? Je kunt een aandenken toch niet kopen, ook al gaat het ineens door het leven als vintage?

Maar dat kan blijkbaar wel degelijk. Chris Helt (39) uit Amsterdam bijvoorbeeld liet zich verleiden door de oplopende spanningen op de vintage-shirtjesmarkt. Ook hij, een rocker met een verleden en dus een kast vol shirts van vooral hardcorebandjes en een verdwaalde Type O Negative, hoorde via via dat er iets gaande was en dat je zomaar een vakantie kon financieren met de verkoop van een paar shirts vol deovlekken. Helt bladerde door zijn voorraad en trok er een oude Sonic Youth uit. ‘Dat had ik ooit gekocht bij een concert in Brooklyn. En die show, in 2011, bleek het laatste concert van Sonic Youth te zijn geweest in de Verenigde Staten, want daarna ging de band uit elkaar.’

Gorgoroth-shirt Beeld Sander Dekker
Gorgoroth-shirtBeeld Sander Dekker

Dat pophistorische feit gaf het shirt van Helt een spectaculaire meerwaarde, merkte hij toen hij het te koop aanbood op de veilingsite Grailed. ‘Ik zette het te koop voor ruim 200 euro en verkocht het gelijk aan een jongen in Japan. Dat shirt ligt nu dus ergens in een flat in Tokio.’ Misschien is deze koper een fan, iemand die destijds ook in Brooklyn was maar vergat langs de merchandise te lopen. Maar waarschijnlijk is het bandshirt van Sonic Youth nu speculatieve handelswaar geworden, denkt ook Helt. ‘Misschien biedt hij het straks voor een veel hoger bedrag te koop aan. Het is echte handel.’ Dat is merkwaardig en toch ook wel wat verdrietig, maar Helt voelde bij de verkoop weinig gewetensbezwaren. ‘Dat is allemaal sentiment. Ik heb best veel shirts die ik nooit weg zou doen. Maar deze zat gewoon niet lekker. Wat moest ik er verder mee?’

Vergissing

Verkleurde shirts die voor 300 euro van de hand gaan, en uiteindelijk gedragen worden door millennials die Jerry Garcia of Sonic Youth nooit één noot live hebben zien spelen – dat klinkt als de nare uitwas van een hipsterhype en is genoeg om als authentieke rockshirtdrager chagrijnig van te worden. Maar dat zou toch een vergissing zijn.

Vorig jaar gingen klagende metalheads al onderuit toen zij de jonge tiktokker en influencer ‘Zaria’ aanvielen op haar kleding. Zaria had het gewaagd in een van haar filmpjes een vintage-shirt van Metallica te dragen en kreeg een hard rockend trollenleger achter zich aan. Wat wist deze vervelende tiktokker nou van Metallica? ‘Noem eens drie liedjes dan’, reageerde iemand. En dat deed ze, maar dan in stijl. Zaria postte een nieuw Tiktok-filmpje, met een puntige metalgitaar op schoot, en zij speelde de Metallica-krakers Master of Puppets, One en het altijd lastig te coveren Enter Sandman na, in scheurende vingerzettingen. Dát wist zij dus van Metallica.

Oude rockers die jonge meiden zien rondlopen in shirts van Sepultura en daar dan iets van willen vinden, zijn dus gewaarschuwd. Ook door bijvoorbeeld Suzie Haanstra en Lola Bloem van Beek uit Utrecht. Deze meiden van 14, met overduidelijk veel gevoel voor stijl, lopen rond in shirtjes van punk- en metalbands uit een ver haarzwaaiverleden, van AC/DC tot Slipknot. Bands die ze gezien hun leeftijd nauwelijks hebben kunnen ervaren.

Maar als je ze spreekt over hun kledingkeuze, en een paar benauwde vragen stelt, dan krijg je toch een onverwacht verhaal te horen en zelfs een hoopvolle blik op de toekomst. Lola en Suzie zijn het tegenovergestelde van poseurs, benadrukken ze zelf ook maar even. ‘Voor ons is dit geen mode maar een mening. Wij dragen deze shirts echt alléén maar omdat we die bands goed vinden.’

Verbindend

Ze speuren sites af met vintage-bandshirts, maar leggen daar geen astronomische bedragen neer voor collectibles of eerste oplagen. Ze kopen shirts in vintagewinkels als Episode, meestal voor een euro of 15. Of ze trekken merchandise uit de kast van hun ouders: maat speelt geen rol en zelfs een XL kan goed vallen. Lola legt uit dat de oude bandshirts vaak een goed verhaal ontlokken. ‘Je knoopt vaak gesprekken aan over wat er op je shirt staat. Met klasgenoten, die vragen wat voor band dat is of welke nummers dan leuk zijn. Maar ook met mensen die dat soort shirtjes vroeger droegen. Die beginnen dan te vertellen over tournees en zo, en shows waar ze geweest zijn.’

Zo delen ze een merkwaardig soort nostalgie, een terugverlangen naar een tijd waar ze geen deel van hebben uitgemaakt. Maar dat ervaren ze zelf anders. Want het verleden is voor hen geen onbereikbare geschiedenis maar een onuitputtelijke bron van goede muziek. ‘We hebben nu toch Spotify? Wij kunnen toch ook in die muziek duiken? En dan is die oude muziek toch net zo goed van ons?’

Het klinkt misschien wat hoogdravend, maar de vintage-shirtjesmode heeft echt verbindende kracht, dwars door generaties heen. Dat merken Lola, Suzie en ik als we nog even door onze privécollecties wandelen. Ja: zij hebben écht veel shirtjes, en ze weten alles van de bandjes. We praten over die ene plaat van The Offspring. Over Slipknot, en het beste werk van Sepultura, waar zij al naar luisterden toen klasgenoten nog in de K3-fase zaten. En dan moet ik zo nodig nog wat vertellen over die ene show van Kreator, en dat memorabele avondje in de Melkweg.

Een verkoopster van de Episode in Utrecht, waar heel veel versleten bandshirts in de rekken hangen, zegt het mooi. ‘Je koopt hier niet zomaar een oud shirtje. Je deelt een verhaal.’

Meer over