EssayBeeldende kunst

Waarom maken en bekijken mensen kunstwerken die extreme vormen van geweld representeren?

Goya, prent 33 van Los desastres de la guerra: ‘Qué hai que hacer mas?’ (‘Wat is er nog meer te doen?’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863. Beeld Getty
Goya, prent 33 van Los desastres de la guerra: ‘Qué hai que hacer mas?’ (‘Wat is er nog meer te doen?’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863.Beeld Getty

Wat te doen als je onvoorbereid een gewelddadige voorstelling tegenkomt in een museum? Waarom wordt zulk leed verbeeld? En waarom kijken we ernaar? Twee geweldige voorbeelden uit de praktijk: Goya in Basel en Kara Walker in Frankfurt.

Wieteke van Zeil

Van alle emoties die tot de menselijke aard behoren is verbijstering een van de meest gecompliceerde. In verbijstering zit verbazing besloten, maar ook vrees en afschuw. Het trekt aan en stoot tegelijkertijd af. Je kunt lichamelijk ‘bevriezen’ als je verbijsterd bent, omdat de reflex zo paradoxaal is. Welke kant moet je op, erheen of wegwezen? Kijken of de blik afwenden? Geweld kan verbijstering oproepen, vooral als je er onverwachts getuige van bent. We zien doorgaans maar weinig geweld in het echt. Des te meer zien we het online, in nieuws, films en op sociale media. En soms in kunst. Beeldende kunst is natuurlijk niet gemaakt om van weg te kijken. Ze moet de blik juist aantrekken. Wat moet je dan als je onvoorbereid een zeer gewelddadige voorstelling tegenkomt aan de muur in een museum?

In een van de zalen van een grote tentoonstelling van Francisco Goya in Fondation Beyeler in Basel hadden de makers hier een bijzondere oplossing voor. De ruimte hangt vol met voorstellingen uit Goya’s beruchte, macabere serie Los desastres de la guerra (De verschrikkingen van de oorlog), die hij maakte als getuige van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814). Lichamen worden uiteengereten, vrouwen verkracht, lijken geschonden, priesters gekneveld. Het is, voor wie het tot zich neemt, moeilijk te verdragen.

Waarom kijken we hiernaar? En waarom wordt het verbeeld? Je kunt er een behoorlijke walging bij voelen, zeker als je net uit zalen vol schitterende portretten van rijke mensen komt, die Goya óók maakte. Maar midden in deze zaal hebben de makers iets gedaan om die wegkijkreflex te stoppen. Tussen de afschrikwekkende prenten hangt een geschilderd zelfportret van de kunstenaar. Gelaten kijkt Goya ons recht aan, als levende aanwezige, en je voelt meteen: deze ogen hebben dit gezien. De oorlogsverschrikkingen, alles wat de mensen elkaar aandoen. Zijn ogen zijn geladen met dit leed. En hij kijkt nu naar ons als om te zeggen: je kunt ervan weglopen, maar het is er. Alsof hij niet anders kon dan het verbeelden.

Goya doet met zijn directe, kalme blik dus het tegenovergestelde van wat bezoekers misschien geneigd zijn te doen bij zijn prenten. Hij betrekt ons erbij, en daardoor kun je de beelden moeilijker naast je neerleggen. Zijn blik voelt een beetje als een handdruk waarmee iets wat ver verwijderd is, ineens slechts op één kleine stap afstand blijkt.

Goya, zelfportret (1815), Prado. Beeld Getty
Goya, zelfportret (1815), Prado.Beeld Getty

Goya behoort tot een kleine groep beeldend kunstenaars die ons het diepste geweld in de wereld tonen, dwars door de afkeer van de kijker heen – een type kunstenaar dat in de krochten van de menselijke ziel afdaalt om er aan te treffen wat erin schuil kan gaan: kwaad, haat en niet te bevatten vernietigingsdrang. Een dag nadat ik door deze Zwitserse museumzaal had gelopen, zag ik een verrassende zielsverwant van de schilder: de hedendaagse kunstenaar Kara Walker. In ruim 650 schetsen op papier, nu te zien in Schirn in Frankfurt en binnenkort in De Pont in Tilburg, tast zij het racistische wezen van de Amerikaanse samenleving af. Het eeuwenlange, openlijke sadisme, de ontmenselijking, de seksuele kant van de machtswellust – ook bij Goya volop aanwezig – en de absurditeit dat dit geweld bestond en bestaat onder de ogen van wie zich beschaafd wanen, gelegitimeerd van staatswege. Bloedende vrouwen, lijken hangend aan een boomtak, afgehakte hoofden, een poëtisch beeld van een naakte zwarte vrouw die het enorme hoofd van een witte man als Sisyphus een berg op rolt, tot moes geslagen mensen en een vrouw die loopt met haar ingewanden hangend uit haar vagina.

Kara Walker, ’merica 2016 (2018), uit de 38-delige serie The Gross Clinician Presents: Pater Gravidam. Beeld Kara Walker
Kara Walker, ’merica 2016 (2018), uit de 38-delige serie The Gross Clinician Presents: Pater Gravidam.Beeld Kara Walker
Kara Walker, Zonder titel (2008). Beeld Kara Walker
Kara Walker, Zonder titel (2008).Beeld Kara Walker

Voor het eerst zag ik bij de ingang van een museum een ‘trigger warning’ staan voor de bezoekers: pas op, de beelden in deze tentoonstelling kunnen verontrustend zijn en zijn niet geschikt voor kinderen. Ik vond het wat overdreven, aanvankelijk. Dit is immers een museum. De verbeelding hoort hier niet begrensd te worden. Maar ik begreep het meteen bij binnenkomst. Dit werk is niet voor de ogen van een kind. En ook als volwassene kun je hier denken: waarom wordt dit gemaakt en waarom kijk ik? Wíl ik geweld zien? Moet ik het mooi vinden en is dat niet pervers, bij zoiets verschrikkelijks?

Geweld zien we ook in het nieuws en online – verbijstering kun je dan met één snelle scroll omzetten in wegkijken. In veel films en televisieseries is geweld doodnormaal en kijken we er juist relatief makkelijk naar. En graag. Gomorra, Mocro maffia, The Handmaid’s Tale, Luther – van zulke series kun je prima zeggen dat je ze prachtig vindt, terwijl er veel afschuwelijks in gebeurt. Fascinatie wint het hier zonder moeite van een reflex om weg te willen kijken. Waarom is het bij beeldende kunst anders?

Onze relatie tot die geweldsbeelden bepaalt voor een groot deel hoe de paradox van de verbijstering uitslaat: aantrekking of afkeer. Maar het is niet zo dat ik als kijker veel te maken heb met de Spaans-Franse oorlog van 1808. Er ís geen relatie tot dit geweld. Vrijwel geen enkele museumbezoeker zal hier een persoonlijke betrokkenheid bij voelen. Bij Kara Walker ligt dat anders, want de slavernijgeschiedenis leeft nog altijd door in de samenleving en racisme is een realiteit. Maar ook hier zullen veel bezoekers weinig met haar situatie te maken hebben. Hoe kan het geweld in dit werk dan toch zo binnenkomen en, in mijn geval, dagenlang blijven hangen?

In de catalogus bij de Goya-tentoonstelling vraagt de Ierse schrijver Colm Tóibín zich in een mooi essay af of Goya werd overvallen door of getrokken naar het geweld. Is het eerste het geval, dan was hij een frisse schilder van de rijken totdat geschiedenis en politiek zijn verbeelding vertroebelden, en de kunstenaar niet anders kon dan zijn getuigenis verbeelden. In de tweede theorie was Goya’s ziel al die tijd al in oorlog, was hij klaar voor geweld en afschuw en had hij dat ook wel verbeeld als er geen oorlog tussen Frankrijk en Spanje was geweest. In die lijn van gedachten zijn zijn portretten van de elite en zijn warme stillevens slechts een vlucht, en vielen bij de Desastres zijn ziel en zijn werk pas echt samen. Hoe dan ook zal het verbeelden van de verschrikkingen niet zonder worsteling zijn gegaan voor de kunstenaar. Uitbeelden is in zekere zin herhalen van het leed dat je zag, van binnen of van buiten.

Dat het bij zowel Goya als Kara Walker meerdere decennia duurde voordat anderen dan zijzelf deze kunstwerken zagen, zal geen toeval zijn. Het verraadt een bewustzijn van de impact van de beelden. Waarom zouden ze het betrekken in hun oeuvre? Is uitbeelden niet ook een manier om het geweld een valse schoonheid te geven?

Goya, prent 5f van Los desastres de la guerra: ‘Y son fieras’ (‘En ze zijn wild’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863. Beeld Getty
Goya, prent 5f van Los desastres de la guerra: ‘Y son fieras’ (‘En ze zijn wild’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863.Beeld Getty

Goya heeft Los desastres de la guerra bij leven nooit gepubliceerd. Zijn kleinzoon deed dat vijftig jaar later. Kara Walker laat voor het eerst sinds het begin van haar carrière deze privéschetsen aan het publiek zien. ‘Het kwam voort uit een impuls om mijn eigen geschiedenis te achterhalen. Ik liet instinct prevaleren boven intellect’, schrijft ze bij de catalogus (beeld eerst, tekst pas helemaal achterin). Ze is zelf verwonderd dat ze de overweldigende hoeveelheid schetsen, die ze dertig jaar geleden begon te maken, heeft bewaard.

A Black Hole is Everything a Star Longs to Be heet de tentoonstelling, naar het zwarte gat, onlangs voor het eerst door sterrenkundigen in beeld gebracht, dat het universum uiteenrijt en de grondvesten van alles wat wetenschap kan weten, opschudt. Alsof die woorden symbool staan voor het effect dat de tekeningen voor Walker zelf hebben op haar levenswerk: ze schudden alles op. Ik kan me voorstellen dat kunst maken en tonen waarvan je vooraf weet dat die afschuw kan wekken, voor een kunstenaar nogal een dilemma is. Dit werk ís gewelddadig, in zoverre dat het ook bij de kijker een grens kan doorbreken. Het kan gedachten op gang brengen over leven, dood, macht en leed.

Kara Walker, Zonder titel (2016), uit de 31-delige serie: Only I Can Solve This (The 2016 Election). Beeld Kara Walker
Kara Walker, Zonder titel (2016), uit de 31-delige serie: Only I Can Solve This (The 2016 Election).Beeld Kara Walker
Goya, prent 39 van Los desastres de la guerra: ‘Grande hazaña! Con muertos!’ (‘Geweldige prestatie! Met dood!’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863. Beeld Getty
Goya, prent 39 van Los desastres de la guerra: ‘Grande hazaña! Con muertos!’ (‘Geweldige prestatie! Met dood!’). Gemaakt in 1810, uitgegeven in 1863.Beeld Getty

Lang niet iedereen verlangt van kunst dat het zoiets aanricht. Heel veel mensen willen liever dat kunst blij maakt en mooi is. Ook bij de kunst van Natasja Kensmil, die vorig jaar de Johannes Vermeerprijs won, waren de reacties soms heftig. Haar werk gaat over de andere kant van rijkdom en macht, in haar laatste schilderijen vooral over de macht van de Hollandse regenten in de 17de eeuw, die ze een macaber gezicht geeft met vaak holle ogen. Haar palet is beperkt, met donkerblauw en groen in de hoofdrol, hoewel je van dichtbij veel kleuren ziet. Ze brengt in beeld dat angst en onderdrukking, moord en sterfelijkheid ook hoorden bij deze regenten die destijds zo glorieus werden vereeuwigd. Haar schilderijen zijn duister en gelaagd, omdat onze geschiedenis ook duister en gelaagd is. Als je het werk bekijkt, is het moeilijker je tot het Hollandse verleden te verhouden alsof het een groot succesverhaal was.

Goya en Walker, maar ook Hiëronymus Bosch, Henry Darger, Francis Bacon, Natasja Kensmil, of de broers Chapman, behoren tot een klasse van kunstenaars die zich eraan waagt menselijk geweld te onderzoeken en verbeelden. Ze weten dat geweld ons bevriest. En dat het in een mum van tijd kan omslaan naar ontkenning of veronachtzaming. Zo houden we kwaad en lijden buiten onszelf. Dat is het verschil met het kijken naar films of tv-series waarin ook geweld te zien is: daar blijft het geweld toebehoren aan de ander. Je kunt geweld beter verdragen als helder is waar het vandaan komt. Zo word je bij een film als Monster of The Joker stap voor stap meegenomen in het ontstaan van de gewelddadigheid van de hoofdfiguur. Je wordt erbij betrokken, maar hoe je je tot het geweld en het leed moet verhouden staat niet op het spel.

Bij deze beeldende kunst ligt dat anders. De beelden zijn niet ingebed in de context van een helder verhaal. Wij zijn in zekere zin ‘de andere helft’ van het werk: we maken het af door ernaar te kijken. Zoals een goed concert of theaterstuk niet bestaat zonder de respons van het publiek, komt een goed kunstwerk pas tot leven als een toeschouwer er gedachten en emoties aan verbindt, alsof je een stel ballen krijgt aangereikt waarmee je moet jongleren. De beelden staan nog open voor begrip, interpretatie en betekenis. Jouw gedachten doen de rest. Daarmee word je deelgenoot.

Bij zowel Goya als Walker is het niet eenduidig waar je staat als kijker. Er is geen held om je aan te verbinden. Goya was Spaans, maar zijn afschuw in deze oorlog was niet gericht tegen de Fransen alleen. Het is voor een kijker nauwelijks duidelijk wie wie is. Walker gaat verder dan alleen de geschiedenis van witte onderdrukking van zwarte mensen. Ze laat de complexiteit zien van mensen die in een systeem van raciale ongelijkheid gevangenzitten. Bij beide kunstenaars vind je ook teksten, die soms satirisch lijken, soms poëtisch, en soms een cynisch commentaar zijn. Bij een vrouw die wordt aangerand in Los desastres staat: ze wilden niet. Wie wilden niet, de soldaten of de vrouwen? Bij een naakte man wiens kruis wordt doorkliefd met een zwaard, staat: wat kan men nog meer doen? Kara Walker schrijft bij een kind wiens ingewanden uit zijn buik cirkelen: ‘you make me feel so alive!’. Er wordt niets mee verklaard of uitgelegd. Die woorden versterken eerder de chaos en absurditeit.

Deze kunstwerken vragen niet om kant te kiezen. Ze doen iets ingewikkelders: ze laten ons verwerken dat we zowel aantrekking als walging kunnen voelen bij zulke verschrikkingen. Dat het allebei in onszelf aanwezig is. Liefde en haat, machtswellust en angst. Kunstenaars slepen ons door de weerzin heen met hun vertaling van menselijk geweld in verf, potlood en de verfijnde etsen. Als kijker krijg je het gevoel dat ze voor ons door die pijn heen zijn gegaan in het verbeelden ervan – een proces dat vaak vakkundig en intensief is. Ze dragen in de eerste plaats iets over van onze menselijkheid, niet van precies déze oorlog of dít politieke systeem. Daarom kunnen die kunstwerken altijd persoonlijk voelen voor de kijker, door tijden en culturen heen.

Toen de schrijver Teju Cole onlangs naar Sicilië reisde om de schilderijen van Caravaggio te zien, speelden zich daar op dat moment in de haven diepe drama’s af. Vluchtelingen kwamen dagelijks aan land, gedesoriënteerd en angstig, of werden levenloos uit zee gevist. In een prachtig essay beschrijft Cole hoe de schilderijen van Caravaggio hem een ruimte bieden om deze gevoelens van lijden en ontheemding te doorleven, hoe ook zijn eigen jeugd in Lagos en de ontheemding die volgde in herinnering kwamen, omdat de verf en de voorstelling hem toonden dat Caravaggio deze gevoelens kende en had doorleefd: ‘Ik hoef hem niet te kennen om te weten wat hij weet, de kennis die zoemt, eeuwen later, op het oppervlak van zijn schilderijen, kennis van alle pijn, eenzaamheid, schoonheid, angst en vreselijke kwetsbaarheid die al onze lichamen gemeen hebben.’ De kunstenaar die zelf een moord pleegde, en die zelf moest vluchten, en die nergens thuis was. Zo reiken kunstenaars ons de meest onbevattelijke kanten van ons mens-zijn aan in de tastbare schoonheid van het werk dat ze maakten.

Goya, t/m 23 januari in Fondation Beyeler, Basel.

Kara Walker: A Black Hole is Everything a Star longs to be, t/m 6 januari in Schirn Kunsthalle, Frankfurt. Vanaf 19 februari in De Pont, Tilburg.

In 2002 schreef Toni Morrison vijf gedichten bij werk van Kara Walker. Dit is er een van.

Someone Leans Near

Someone leans near
And sees the salt your eyes have shed.

You wait, longing to hear
Words of reason, love or play
To lash or lull you toward the hollow day.

Silence kneads your fear
Of crumbled star-ash sifting down
Clouding the rooms here, here.

You shore up your heart to run. To stay.
But no sign or design marks the narrow way.

Then on your skin a breath caresses
The salt your eyes have shed.

And you remember a call clear, so clear
‘You will never die again’

Once more you know
You will never die again.

Uit: Five Poems, uitgeverij Rainmaker Editions.