BEELDVORMERSCuba

Waarom komen uit Cuba toch altijd dezelfde plaatjes?

Als Cuba weer eens opduikt in het nieuws, worden daarbij steevast dezelfde, clichématige beelden getoond van vlaggen, oldtimers en vervallen gevels.  Beeld AFP
Als Cuba weer eens opduikt in het nieuws, worden daarbij steevast dezelfde, clichématige beelden getoond van vlaggen, oldtimers en vervallen gevels.Beeld AFP

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: Cuba.

Zijn het geheime wapens die Cuba inzet als het weer eens tijd wordt voor een charmeoffensief? Staan de Amerikaanse sleeën uit de jaren vijftig veilig gestald in een reuzengarage, en worden ze gepoetst en opgewreven de straat op gestuurd zodra Cuba even wereldnieuws is? Rijden de oldtimers massaal door de hoofdstraten van Havana, opdat de ogen van de wereld, en fotografen van internationale persbureaus in het bijzonder, kunnen zien hoe poëtisch en zelfredzaam de bevolking is wanneer de gesel van het Amerikaanse imperialisme neerdaalt op het Caribische eiland van suiker en rum, Che en Fidel, cuba libre en sigaren?

Je zou bijna denken dat een ministerie van Charme in de Cubaanse dictatuur speciaal is belast met conservatie, uitnutten en promotie van fotogenieke stadsgezichten die de communistische revolutie in een romantisch daglicht stellen. Behalve Amerikaanse sleeën: kleurrijke neoclassicistische gevels van vervallen imperiale gebouwen, gevels met Cubaanse vlaggen, gevels met leuzen waarin het woord ‘siempre’ (‘voor altijd’) wordt gebezigd en zijgevels van flatgebouwen met afbeeldingen van revolutionaire helden met militair hoofddeksel, zoals Che Guevara en Fidel Castro. Het zijn voornamelijk foto’s met deze onderwerpen die onze blik op Cuba al decennia bepalen.

Afgelopen week dook Cuba weer even op in de nieuwskolommen. Vlak voor zijn beoogde vertrek heeft president Trump de dictatuur die sinds de revolutie van 1959 de aartsvijand in Amerika’s achtertuin vormt, op de lijst gezet van landen die het internationaal terrorisme steunen. Wellicht maakt Trumps opvolger Joe Biden de aan schurkenstaten als Noord-Korea voorbehouden sanctie, met vooral economische gevolgen, ongedaan. Maar vooralsnog staat Cuba internationaal lelijk te kijk.

Straatbeeld uit Havana, mét vlag en pittoreske gevel.  Beeld EPA
Straatbeeld uit Havana, mét vlag en pittoreske gevel.Beeld EPA

Al sinds het guerrillaleger onder leiding van Castro en Guevara dictator Batista verdreef, proberen de VS de communistische machthebbers te verdrijven. Met een blokkade, met een desastreus verlopen invasie (in 1961, in de Varkensbaai), met diplomatieke en economische sancties. Uitgeweken Cubanen in Miami wachten de val van het communisme al decennia ongeduldig, reikhalzend en complotterend af.

De Sovjet-Unie heeft, tot dat imperium begin jaren negentig uiteenviel, Cuba economisch wel gesteund. Maar op het gebied van de auto-industrie heeft het kwalitatief en kwantitatief nooit een grote reputatie gekend. Vandaar dat de Cubanen, behalve op geïmporteerde Lada’s uit de USSR, voor hun vervoer mede aangewezen bleven op de Amerikaanse luxeauto’s die na de machtsomwenteling op het eiland achterbleven. Die bleven ze noodgedwongen eindeloos opknappen, repareren en van reserveonderdelen voorzien. En zo rijden de protserige symbolen van het kapitalisme ruim zestig jaar na de revolutie nog steeds piepend, krakend, pruttelend en vertedering wekkend rond.

Natuurlijk bestaat er geen ministerie van Charme in Cuba. Maar de prangende vraag blijft hoe het dan komt dat de internationale persbureaus het bij élk nieuwsfeit over Cuba presteren om te komen aanzetten met beelden die zijn verworden tot superclichés. Covid-19? Chauffeur met mondkapje in oldtimer, of: oude mannen met afhangende mondkapjes tegen een felgekleurde gevel. Toerisme? Buitenlanders in een glimmende Chevrolet Impala. Politieke spanning? Cubaan loopt langs een schildering van de fraaie nationale vlag. Interne troebelen over de vrijheid van meningsuiting? Vervallen gevel waaraan een spandoek hangt met Castro’s markant bebaarde kop.

Een man loopt langs een schildering van de Cubaanse vlag in Havana.  Beeld AFP
Een man loopt langs een schildering van de Cubaanse vlag in Havana.Beeld AFP

Er zijn, vermoed ik, drie belangrijke redenen waarom persfotografen op Cuba zo veel moeite hebben de beeldclichés van het land te omzeilen. De eerste: er is geen persvrijheid, wat het lastig maakt om voorbij de door het regime bewaakte ansichtkaartromantiek te kijken (maar een inventieve fotograaf zou zijn weg vast wel vinden). De tweede: fotografen worden zo overweldigd door het visuele spektakel van Cuba dat ze hun schilderachtige foto’s verwarren met journalistieke, diepgravender beelden. De derde: de chef éíst domweg dat de fotograaf notie neemt van de prachtige oude auto’s, de pittoreske straatgezichten, de schoonheid van het verval. En de fotograaf haalt het vervolgens niet in zijn hoofd om zonder die trofeeën thuis te komen.

Zolang er geen fotochef is die met de vuist op tafel slaat en roept: ‘En nu wil ik vijf jaar lang geen foto uit Cuba meer zien met ook maar één antieke auto!’, nee, tot die tijd heeft Cuba geen ministerie van Charme nodig.

Meer over