tv-recensiearno haijtema

Waarom je wel degelijk moet kijken naar de prestaties van een middelmatige club die geen landskampioen werd maar zesde

null Beeld

No Guts No Glory heet de zesdelige documentaire reeks over het wel en (veel) wee van eredivisieclub FC Utrecht, die sinds dinsdag door Videoland wordt uitgezonden. Een nogal opgepompte titel voor een verhaal achter de schermen over een club die, afgaande op de eerste drie bekeken afleveringen, in het seizoen 2020-2021 grossiert in verliespartijen en gelijke spelen. Die zijn trainer, John van den Brom, snel ziet vertrekken als die doorkrijgt dat de competitiedoelstelling (kampioen worden) waarmee hij eerst instemt never nooit wordt gehaald: ‘Niet reëel.’

FC Utrecht-trainer René Hake spreekt zijn spelers  toe in de kleedkamer. Beeld
FC Utrecht-trainer René Hake spreekt zijn spelers toe in de kleedkamer.

Weinig guts zijn er, althans dat is het verwijt dat de spelers na elke nipt verloren wedstrijd, of ‘onnodig’ weggegeven overwinning, om de oren krijgen: ze vormen geen team en zo gáán ze niet voor de glorie die de supporters en clubeigenaar Frans van Seumeren juist bij het 50-jarig jubileum verwachten. Of het realistisch is de eeuwige top-3 – Ajax, PSV en AZ of Feyenoord – naar de kroon te steken? ‘Het gaat om de mindset’, legt Van Seumeren uit.

Tja, waarom zou je kijken naar de prestaties van een middelmatige club die geen landskampioen werd maar zesde? Naar een volksclub met een sterke lokale achterban, die evenwel in het coronajaar vanaf de tribunes nauwelijks steun kon bieden aan de geplaagde ploeg? Naar een club die thuis speelt in een stadion met de onheilspellende naam Galgenwaard? Ik had er een hard hoofd in, maar: ik ben óm.

Hoewel het een illusie is te denken dat de voetbalclub de regie over de docu helemaal uit handen zou geven, zijn de opnamen in de kleed- en de bestuurskamer vermakelijk, onthullend en aandoenlijk. Het leed van de nieuwe aanvaller Eljero Elia, die door persoonlijke tegenslag (corona, een acuut ernstig ziek dochtertje) maar niet tot presteren komt. Het melodramatisch kermen van Adrián Dalmau, die na twee keer geel van het veld moet: ‘O, ik heb het zó verkloot!’

Fijn, de holle peptalk van trainer Van den Brom en zijn opvolger René Hake: ‘Achttien kansen, één erin. Oké, we hadden weinig geluk. Maar geluk dwing je ook af.’ ‘We gaan niet terugkijken. Er is maar één weg: vooruit.’ ‘Ik voel een bepaalde energie. Vandaag gaan we de lijn omhoog zetten.’ En maar weer verliezen, of de zege in de laatste minuten prijsgeven, tot afgrijzen van Van Seumeren op de tribune: ‘Sjónge-jonge-jonge.’

Een onthutsend vleugje clubcultuur valt op te snuiven in de bestuurskamer, wanneer Van Seumeren een gesprek heeft met supporters (voor de camera ogenschijnlijk een keurkorps van mediators, diplomaten en andere conflictmijders). Hij bedankt God ‘op zijn blote knieën’ dat trainer Van den Brom zelf vroegtijdig is overgestapt naar Club Genk. ‘Als we hem in de winterstop hadden ontslagen, hadden we hem een half miljoen moeten betalen. Nu kríjgen we een half miljoen.’

Het geluk dat je afdwingt.

Meer over