AnalyseRIVM

Waarom het RIVM steeds meer onder vuur ligt

Het RIVM kwam het afgelopen jaar volop in de schijnwerpers te staan. Beeld Rhonald Blommestijn

Twijfel over stikstofberekeningen, kritiek op corona-adviezen: het RIVM wordt achtervolgd door controverse. Waarom ligt het keurige rekeninstituut steeds meer onder vuur?

Hoge bomen vangen veel wind, zegt de tegeltjeswijsheid, en in het loofrijke Bilthoven zijn de bomen het afgelopen jaar erg hard gegroeid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is in het kielzog van twee grote landelijke crises volop in de schijnwerpers komen te staan. Het RIVM voert op verzoek van de regering stikstofberekeningen uit en heeft een belangrijke stem in het Outbreak Management Team (OMT), dat de regering adviseert over de aanpak van de coronapandemie. Sinds de adviezen en bevindingen van het instituut veel gewicht in de schaal leggen in politiek Den Haag, wordt het RIVM achtervolgd door controverse. Boeren en politici zaaien twijfel over de stikstofberekeningen van het RIVM en ook op de corona-adviezen van RIVM-directeur Jaap van Dissel klinkt kritiek. Waarom ligt het keurige rekeninstituut steeds meer onder vuur?

De nieuwste controverse rond het RIVM draait om ventilatiesystemen. De Volkskrant schreef begin augustus dat het rijksinstituut ‘stilzwijgend’ een landelijke richtlijn over ventilatiesystemen had aangepast, mogelijk naar aanleiding van de corona-uitbraak in een verpleeghuis in Maassluis. In een ‘vertrouwelijk’ RIVM-rapport zou staan dat de airconditioning in de gemeenschappelijke huiskamer van de zorginstelling het virus mogelijk heeft rondgeblazen, waardoor zeventien bewoners van het verpleeghuis in korte tijd besmet waren geraakt. 

De Volkskrant-verslaggever vroeg het RIVM om commentaar, maar het instituut wilde in eerste instantie niet ingaan op de kwestie. ‘Het RIVM doet geen uitspraken over vertrouwelijke documenten’, was het formele antwoord. Pas na de publicatie, die tot veel maatschappelijke onrust leidde, kwam het RIVM met een inhoudelijke reactie. Het ging niet om een vertrouwelijk ‘rapport’, maar om een gespreksverslag, zegt woordvoerder Coen Berends nu.

Niet het RIVM, maar arts-microbiologen van het Franciscus Gasthuis & Vlietland trokken de conclusie dat het ventilatiesysteem de oorzaak was van de uitbraak in het verpleeghuis. Zij waren bij het overleg met de RIVM’ers aanwezig. Het RIVM vond hun conclusie voorbarig en wilde eerst een onderzoek van de GGD Rotterdam-Rijnmond afwachten. De GGD stelde vorige week vast dat de ventilatie waarschijnlijk geen rol speelde bij de corona-uitbraak in Maassluis.

Verder, zegt Berends, is de ventilatierichtlijn niet ‘stilzwijgend’ aangepast en ook niet naar aanleiding van de casus Maassluis. ‘De aanleiding was een nieuwe richtlijn van het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). Omdat er in Azië een aantal corona-uitbraken in verband is gebracht met ventilatiesystemen, heeft het ECDC uit voorzorg zijn richtlijn aangepast. Wij hebben die gevolgd en de nieuwe richtlijn ook meteen op onze website gepubliceerd. Het is echter niet onze taak om scholen en zorginstellingen te waarschuwen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ministeries van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken, die op de hoogte waren van onze nieuwe richtlijn.’

Uit voorzorg adviseert het RIVM geen gesloten ventilatiesystemen meer te gebruiken, maar altijd te zorgen voor bijmenging met verse buitenlucht. Tegelijkertijd benadrukt het instituut dat er (nog) geen hard wetenschappelijk bewijs is dat mechanische ventilatiesystemen en airco’s het coronavirus kunnen verspreiden. Deze dubbele boodschap schept verwarring bij de buitenwacht. Ook heeft het RIVM zichzelf geen dienst bewezen door de Volkskrant-verslaggever een inhoudelijke reactie te onthouden. Het instituut had de eerdergenoemde misverstanden meteen kunnen ophelderen, maar liet dat na. Hierdoor heeft het RIVM bijgedragen aan het beeld dat het iets te verbergen heeft. Die zelfgeschapen onduidelijkheid biedt anderen, onder wie arts-microbioloog Peter de Man en opiniemaker Maurice de Hond, de ruimte de deskundigheid van het RIVM in twijfel te trekken en hun eigen visie op de zaak te promoten.

Het RIVM krijgt meer maatschappelijke tegenwind te verduren dan vroeger. Beeld Rhonald Blommestijn

Maatschappelijke tegenwind

Het RIVM en andere wetenschappelijke instituten krijgen sowieso meer maatschappelijke tegenwind te verduren dan vroeger. Het Rathenau Instituut concludeerde in 2014 dat ‘wetenschap niet langer over vanzelfsprekend gezag beschikt’. ‘De inzet van wetenschap zelf komt ter discussie te staan. Burgers en publieksgroepen gaan zonder schroom het debat aan met beleidsmakers en wetenschappelijke deskundigen’, schreef het instituut in zijn publicatie Wetenschap als strijdtoneel.

De topman van het RIVM, directeur-generaal Hans Brug, herkent de ontwikkeling, maar vindt die niet alleen maar negatief. ‘Het promoten van alternatieve waarheden is de afgelopen decennia zeker toegenomen. Sociale media maken het makkelijker zulke meningen en ideeën te verspreiden. Daar zit misschien een schadelijke kant aan, maar wetenschap staat daardoor ook meer in de publieke belangstelling. Dat is de goede kant. Er wordt meer maatschappelijke transparantie van ons gevraagd. Wij moeten onze onderzoeksresultaten en rekenmethoden aan een veel breder publiek uitleggen. Dat is best lastig, want onze modellen zijn gemaakt door wetenschappers voor wetenschappers. Niet met het doel door iedereen begrepen te worden.’

Het is niet uit te sluiten dat De Hond en De Man uiteindelijk tóch gelijk krijgen met hun verdenkingen tegen ventilatiesystemen. Hoofd infectieziektebestrijding van het RIVM Jaap van Dissel benadrukt telkens dat het OMT zijn adviezen over het coronavirus baseert op bewezen wetenschappelijke inzichten, niet op onbewezen vermoedens. In april noemde premier Rutte de adviezen van Van Dissel ‘heilig’. De wetenschappelijke kennis over covid-19 ontwikkelt zich echter razendsnel. Het OMT zal zijn adviezen daarom af en toe moeten herzien als gevolg van voortschrijdend inzicht. Alleen dat al kan de indruk wekken van zwalkend politiek beleid, gebaseerd op adviezen van wetenschappers die er ook maar een slag naar slaan. Als de airco’s in Maassluis straks toch de schuldige blijken, zal het RIVM ongetwijfeld bekritiseerd worden om zijn afwachtende houding, ook al kan het instituut onmogelijk worden aangerekend dat de wetenschappelijke inzichten over corona elke dag weer voortschrijden.

Politieke druk?

Ernstiger zijn de aantijgingen dat het RIVM en het OMT helemaal geen onafhankelijke adviezen geven, maar zich bij het opstellen van coronarichtlijnen laten beïnvloeden door politieke overwegingen. Nieuwsuur onthulde in juli dat het RIVM-advies over het gebruik van medische mondkapjes in de verpleeg- en thuiszorg mede was ingegeven door de schaarste aan zulke mondkapjes. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid zat uiteraard niet te wachten op een RIVM-richtlijn die het gebruik van mondmaskers aanraadt, terwijl de minister die kapjes niet kan leveren.

Het RIVM ontkent stellig dat Van Dissel en zijn collega’s zijn bezweken onder politieke druk. Maar volgens Nieuwsuur werd het schaarsteprobleem in conceptversies van de richtlijn wel degelijk benoemd. In de definitieve versie zijn die verwijzingen geschrapt. Bovendien legt minister De Jonge tijdens een Kamerdebat in maart een duidelijke link met de schaarste: ‘Er is gegeven de krapte door het RIVM een vrij stringente richtlijn gemaakt.’ Drie weken later zegt Van Dissel in de Tweede Kamer dat mondkapjes op dat moment alleen in de zorg gebruikt worden wegens ‘een tekort aan middelen’. ‘Als de schaarste minder wordt, zullen we steeds kijken of ze in bepaalde situaties wel degelijk toegevoegde waarde kunnen hebben’, zegt hij erachteraan.

Een andere controverse ontstaat als Van Dissel in een interview met de NOS begrip lijkt te tonen voor de economische belangen van de luchtvaart. In vliegtuigen hoeven passagiers volgens het RIVM geen anderhalve meter afstand te houden, terwijl dat in treinen en overal elders wel moet. Van Dissel beargumenteert dat door te wijzen op de specifieke ventilatiesystemen in vliegtuigen. Die maken het volgens hem minder ‘plausibel’ dat één met corona geïnfecteerde passagier een heel vliegtuig besmet. Maar als de journalist hem vraagt waarom de anderhalvemeterregel wel voor treinen geldt en niet voor vliegtuigen, rept de RIVM-expert niet over ventilatie. Hij antwoordt: ‘Ik kan me voorstellen dat het ingewikkelder is die anderhalve meter in vliegtuigen aan te houden, om toch nog tegen redelijke prijzen te kunnen vliegen.’ Daarmee gaat hij eraan voorbij dat ook de NS miljarden euro’s verlies lijdt door met (half)lege treinen te rijden, en daarom staatssteun ontvangt. Ook een OMT-advies over het vliegen vanuit Nederland naar landen met hoge coronacijfers suggereert dat economische belangen, en daarmee politieke druk, een rol spelen. ‘Er is druk om in Nederland en Europa het vliegverkeer weer te hervatten’, vermeldt het advies van 14 april.

Nogmaals: het RIVM ontkent bij hoog en laag dat zijn adviezen, berekeningen en wetenschappelijk onderzoek gekleurd zijn door de politieke wensen van ministeries, die ook de opdrachtgever en financier zijn van het instituut. Hans Brug: ‘Het is niet zo dat de minister tegen ons of het OMT zegt: adviseer me dat niet, want dat kan ik nooit uitvoeren of dat kost te veel geld. Ik heb in de coronacrisis geen druk ervaren en ik heb dat ook niet van Jaap van Dissel gehoord.’ Jaap van Dissels voorganger Roel Coutinho beaamt dit: ‘Ik heb nooit politieke druk ervaren om adviezen te herschrijven.’ En Klaas van Egmond, tot 2004 directeur Milieu van het RIVM, verklaart: ‘Er was soms wel druk, maar dat leverde in mijn tijd nooit problemen op. We konden altijd verwijzen naar de wet, waarin staat dat de minister het RIVM geen inhoudelijke aanwijzingen mag geven.’ Ook Hans Brug verwijst naar de Wet op het RIVM, waarin staat: ‘Onze minister geeft aan de directeur-generaal geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de onderzoeken worden uitgevoerd en de resultaten daarvan worden gerapporteerd.’

Of bewindslieden die wet te allen tijde respecteren, mag worden betwijfeld. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid schroomde eind maart blijkbaar niet om Diederik Gommers, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, onder druk te zetten. Een van De Jonges ambtenaren verzocht Gommers te bevestigen dat er binnen een week 1.600 ic-bedden voor coronapatiënten beschikbaar zouden zijn, terwijl Gommers dat helemaal niet zeker wist. De Jonge verschool zich tegenover een kritische Tweede Kamer vervolgens achter Gommers’ afgedwongen belofte. De intensivist kreeg van De Jonges ministerie ook instructies over wat hij wel en niet mocht zeggen in talkshows. Wat hij in elk geval niet mocht zeggen, was dat hij het oneens was met de minister.

Gommers werkt niet bij het RIVM, maar er is geen reden om aan te nemen dat Jaap van Dissel een andere behandeling ten deel valt. Hans Brug bevestigt dat wetenschappelijk medewerkers van het RIVM getraind worden in de omgang met ambtenaren om ze weerbaar te maken tegen politieke beïnvloeding. Als er geen politieke druk is, zoals Brug beweert, vanwaar dan die trainingsprogramma’s?

Botsende belangen

De milieuafdeling van het RIVM heeft waarschijnlijk meer last van politieke druk dan de afdeling infectieziekten. Het politiek zwak vertegenwoordigde milieubelang botst vaak met het economische belang van krachtige lobby’s van boeren, bedrijfsleven en luchtvaart. Hoe valt bijvoorbeeld te verklaren dat het RIVM bij het berekenen van de stikstofschade van het wegverkeer en de geluidshinder van Schiphol rekenmethoden gebruikt die door het kabinet letterlijk bij wet worden voorgeschreven? Rekenmethoden die bovendien op een ‘niet-verdedigbare’ manier worden gebruikt? Dat laatste concludeert althans de commissie-Hordijk, die in opdracht van het kabinet de kwaliteit van de stikstofberekeningen van het RIVM onderzocht. Het rekenmodel dat het RIVM gebruikt om de stikstofuitstoot van het autoverkeer te berekenen, onderschat de werkelijke schade fors, aldus de commissie. Die onderschatting komt de politiek goed uit, want dan kunnen er meer wegen worden aangelegd binnen dezelfde ‘stikstofruimte’.

Nog gekker is dat het RIVM het stikstofeffect van snelheidsverhogingen anders berekent dan dat van snelheidsverlagingen. Begin dit jaar verlaagt het kabinet de maximumsnelheid op snelwegen van 130 naar 100 kilometer per uur om de landelijke stikstofuitstoot te verminderen. Een paar jaar eerder had het kabinet de maximumsnelheid juist verhoogd naar 130 kilometer per uur. De extra stikstofuitstoot van de snelheidsverhoging berekent het RIVM zo laag mogelijk, terwijl het de stikstofreductie van de snelheidsverlaging op papier veel hoger inschat. De wetenschappelijke logica hiervan is ver te zoeken, maar hiermee wordt wel de politiek gewenste uitkomst bereikt: zo veel mogelijk economische activiteit mogelijk maken.

Gevraagd naar een verklaring verwijst programmamanager stikstof Gerben Roest naar de politiek. ‘Dat was een beleidskeuze, daarvoor moet je bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn.’ Hij legt uit: ‘Als RIVM ontwikkelen we rekenmodellen en zorgen we ervoor dat we in opdracht iets kunnen berekenen, maar hoe de rekenresultaten worden gebruikt zijn beleidskeuzen van het ministerie.’ Politieke overwegingen dus. En de politiek dicteert het RIVM dus soms wel degelijk welke rekenmethoden en aannames het moet gebruiken, ook al is dit strijdig met de Wet op het RIVM.

Rekenkundig gesjoemel

Klaas van Egmond komt met een ander voorbeeld van politiek wenselijk rekenen: bij de politiek zeer gevoelige kwestie van de geluidshinder rond Schiphol paste het kabinet willens en wetens verouderde rekenmethoden toe, waarin het lawaai van relatief stille vliegtuigen niet werd meegenomen. Omdat vliegmotoren de afgelopen decennia steeds stiller zijn geworden, viel daardoor een steeds groter deel van het vliegverkeer buiten de berekeningen. Het gevolg was een toenemend verschil tussen de geluidshinder op papier en de werkelijke hinder die omwonenden ervoeren. 

Volgens Van Egmond stonden het RIVM en andere bureaus die deze rekenmethoden moesten gebruiken met de rug tegen de muur, omdat de methode was voorgeschreven in ‘wettelijke besluiten’ waarmee dus ook de Tweede Kamer had ingestemd. ‘Rond Schiphol kregen wij heel vaak de opdracht om het opnieuw uit te rekenen. Dan dacht de minister dat de gewenste groei van het vliegverkeer alsnog mogelijk zou blijken als we andere maten zouden gebruiken, andere decibelmaten bijvoorbeeld. Dat was natuurlijk niet zo: of je een tafel opmeet in meters of in inches, de tafel blijft even groot.’

De milieutak van het RIVM was op een gegeven moment zo verontwaardigd over het rekenkundige gesjoemel rond Schiphol dat Van Egmond ongevraagd een openbaar adviesrapport publiceerde waarin het RIVM klip en klaar stelde dat de berekeningen die het kabinet aan de Tweede Kamer presenteerde niet deugden. Toenmalig verkeersminister Tineke Netelenbos was woedend, maar ze kon Van Egmond niets maken. Het RIVM heeft nu eenmaal het recht op eigen gezag rapporten uit te brengen. De rebelse actie van het RIVM sorteerde geen effect, stelt Van Egmond met spijt vast. ‘Er werd kennis van genomen en vervolgens ging men over tot de orde van de dag. In het kabinet en de Tweede Kamer wil de meerderheid nu eenmaal economische groei. Politici vinden milieu maar lastig, omdat het milieubelang vaak indruist tegen het economisch belang.’

Roel Coutinho merkte tijdens de Q-koorts-epidemie in 2007 dat het economisch belang soms zelfs boven de volksgezondheid gaat. De onderzoekscommissie-Van Dijk concludeerde achteraf dat het ministerie van Landbouw het ruimen van geitenboerderijen traineerde, omdat er geen hard wetenschappelijk bewijs zou zijn dat Q-koorts bij geiten een gezondheidsgevaar vormde voor omwonenden. Minister Ab Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) drong wel aan op maatregelen, maar kon zijn collega Gerda Verburg van Landbouw daartoe niet dwingen. De patstelling duurde meer dan een jaar, terwijl direct ingrijpen misschien menselijke slachtoffers had kunnen voorkomen. 

Coutinho was zeer verontrust over het gebrek aan actie. In een openbaar advies stelde hij dat melkgeitenbedrijven in de buurt van woonkernen zouden moeten sluiten als het aantal Q-koortsgevallen niet significant zou dalen. ‘Daar was het ministerie niet blij mee’, herinnert hij zich. ‘Dat openbare advies werd me niet in dank afgenomen. Ik heb toen een buitengewoon lastig gesprek moeten voeren met de directeur-generaal van VWS en de secretaris-generaal van Landbouw.’

Bezuinigingen

De politiek heeft het afgelopen decennium flink bezuinigd op het RIVM-budget voor eigen onderzoek, zegt Hans Brug. Daardoor heeft het RIVM minder geld dan vroeger om op eigen gezag onderzoek te doen, onderzoek waarbij de politiek geen belang heeft.

Ook op de landbouwinspectiedienst NVWA, die onder andere moet controleren of veehouders zich aan de mestregelgeving houden, is zwaar bezuinigd. Daardoor worden veel administratieve gegevens die in de stikstofrekenmodellen worden ingevoerd, niet of nauwelijks in de praktijk getoetst. De werkelijke stikstofuitstoot van emissiearme veestallen, van combiluchtwassers, van het mest uitrijden op akkers en weilanden, wordt bijna niet gemeten. Dit terwijl er sterke aanwijzingen zijn dat de werkelijke stikstofemissies van de veehouderij significant hoger liggen dan op papier. Uit de beperkte ammoniakmetingen in het veld blijkt namelijk dat er meer stikstof in de lucht aanwezig is dan de RIVM-berekeningen aangeven. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) concludeerde eind 2018 dat dit waarschijnlijk deels te verklaren is doordat allerlei technische maatregelen die de stikstofuitstoot van de landbouw moeten beperken, zoals de export van mest, emissiearme stallen en het ‘milieuvriendelijk uitrijden’ van mest op het land, in de praktijk minder effectief zijn dan op papier wordt aangenomen.

Dat is een politiek onwelgevallige constatering, want ook dit kabinet wil vol inzetten op technische oplossingen voor de stikstofcrisis (zoals minder eiwitrijk veevoer). Dan helpt het niet als inspecties en metingen in het veld aantonen dat de stikstofberekeningen op te optimistische aannames gebaseerd zijn. Sommige Kamerleden uiten allerlei verdachtmakingen aan het adres van het RIVM om hun plattelandskiezers naar de mond te praten. Zo noemden VVD’ers en CDA’ers de stikstofberekeningen van het RIVM ‘schimmig’ en ‘een black box’.

Opportunisme

Niet alleen het RIVM heeft last van zulk politiek opportunisme. Ook bij andere rijksinstellingen krijgen wetenschappers die politiek beleid bekritiseren met tegenwind te maken. Bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) werd in 2013 een onderzoeksrapport aangepast dat het cannabisbeleid van toenmalig minister Ivo Opstelten bekritiseerde. De Inspectie Justitie en Veiligheid mocht in 2017 niet in een rapport zetten dat op telefoons van asielzoekers martelvideo’s waren aangetroffen, omdat het kabinet niet kon uitsluiten dat terroristen een Nederlandse verblijfsvergunning hebben gekregen. Haringdeskundige Ad Corten van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek mocht in 1993 niet aan de grote klok hangen dat het opgerekte vangstquotum voor de visserij de haringstand bedreigde. Zijn collega’s, die eerder nog precies hetzelfde hadden betoogd, lieten hem vallen toen de politieke druk werd opgevoerd: het economische belang van de visserij woog zwaarder.

In 1994 preste het ministerie van Onderwijs het Leids Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek (Liswo) ertoe een onderzoek naar ziekteverzuim in het onderwijs aan te passen. Het ziekteverzuim bleek hoger dan verwacht en dat zou het kabinet 70 miljoen gulden kosten. Toen het Liswo weigerde het politiek gewenste cijfer te produceren, huurde het ministerie een commercieel onderzoeksbureau in dat wél bereid was het juiste onderzoeksresultaat aan te leveren. Ook het stikstofadvies van de commissie-Remkes staat bol van de voorbeelden waarin de politiek zo veel mogelijk ‘rek en ruimte’ in de milieuregelgeving zocht om de economie maximaal te laten groeien. Remkes schrijft: ‘De praktijk was dat steeds niet is ingegrepen in de economische ruimte en dat andere beleidsthema’s dan natuur prioriteit kregen.’

In het stikstofdossier lijkt het kabinet op de oude voet door te willen gaan. Het neemt de aanbevelingen van Remkes niet over. Zo schrijft Remkes dat ‘de emissiebeperking onomstreden moet worden aangetoond en niet uitsluitend mag berusten op modelmatige benaderingen met grove aannames’. Ook de commissie-Hordijk stelt dat het kabinet meer metingen in het veld moet verrichten, om te waarborgen dat de modelberekeningen overeenkomen met de werkelijkheid. Remkes stelt verder onomwonden dat de reductiedoelstelling van het kabinet, een vermindering van de stikstofemissies met 26 procent in de komende tien jaar, niet volstaat. ‘Het Adviescollege is van mening dat een meer ambitieuze doelstelling nodig is om de natuurdoelen te realiseren. Een halvering van de binnenlandse stikstofemissies is een noodzakelijke randvoorwaarde.’ In de wandelgangen rond het kabinet viel na het advies te vernemen dat de streefwaarde van 26 procent ‘politiek gezien het maximaal haalbare’ is. Forse inkrimping van de veestapel ligt politiek te gevoelig.

Verdraaide adviezen

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) trekt zich niets aan van de kritiek op de rekenmethoden die het RIVM van het kabinet moet gebruiken. In een commissievergadering op 25 juni verdraait ze Hordijks advies en doet ze alsof diens kritiek zich louter richt op het gebruik van verschillende rekenmodellen: SRM-2 voor het wegverkeer en OPS voor de landbouw en industrie. Hordijk wil dus dat we voor alle stikstofbronnen voortaan hetzelfde rekenmodel gebruiken, concludeert Van Nieuwenhuizen. ‘Als je het rapport leest, zou je bij andere projecten ook dezelfde systematiek kunnen gaan volgen als bij de wegen’, zegt ze in antwoord op vragen van GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger.

Dat is uitdrukkelijk níét wat Hordijk adviseert. Zijn commissie bekritiseert SRM-2 omdat dit model stikstof die verder dan 5 kilometer van de bron neerkomt (en dat is bij wegen meer dan 90 procent van het totaal) niet meerekent. ‘Een afkapgrens van 5 kilometer is niet verdedigbaar, omdat het grootste deel van de stikstofdepositie op grotere afstand plaatsvindt.’ Hordijk adviseert daarom voor het wegverkeer voortaan OPS te gebruiken, net als voor de landbouw en de industrie. Maar Van Nieuwenhuizen zinspeelt erop dat ze juist SRM-2 tot standaardmodel wil verheffen. Dan zou dus ook de stikstofuitstoot van veehouderijen en fabrieken in de berekeningen worden afgekapt op 5 kilometer. De interpretatie van Van Nieuwenhuizen komt haar partij, de VVD, natuurlijk beter uit: SRM-2 creëert op papier veel meer ruimte voor veehouderijen, woningbouw en wegen dan het ‘strengere’ rekenmodel OPS.

Of zo’n rekentruc standhoudt bij de rechter is zeer de vraag. Daar gaat het de politiek ook helemaal niet om, zegt Klaas van Egmond. ‘Het doel is tijd rekken. De maatregelen waar het kabinet nu mee komt, zoals dat eiwitarme veevoer, hebben we in de jaren tachtig ook al doorgerekend. Die zetten geen zoden aan de dijk. De politiek begeeft zich naar de marges van het speelveld, omdat ze het probleem niet echt wil aanpakken. Kabinet en Kamer willen de veestapel niet halveren en het aantal vluchten op Schiphol niet verlagen. Daardoor krijgen wetenschappers het steeds moeilijker en worden zij steeds kwetsbaarder. Als de politiek constant de grenzen van het mogelijke opzoekt, wordt de wetenschap tot steeds grotere nauwkeurigheid gedwongen. Terwijl wetenschap altijd een onzekerheidsmarge heeft. Als dan blijkt dat onze berekeningen niet 100 procent nauwkeurig zijn, roepen politici en belangenclubs dat ons werk niet deugt en dat er eerst nieuw onderzoek of een nieuw advies moet komen. Vervolgens kunnen ze de olifanten in de kamer weer een paar jaar negeren.’

Voormalig CDA-staatssecretaris van Economische Zaken en Landbouw Henk Bleker windt er eind vorig jaar in NRC geen doekjes om: wat hem betreft was het door de Raad van State getorpedeerde stikstofbeleid een groot succes. Gedurende de vierenhalf jaar dat deze Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) van kracht was, is er volgens hem heel wat bereikt. ‘Hierdoor zijn meer dan dertig soms zeer grote infrastructuurprojecten mogelijk gemaakt, ter waarde van 9 miljard euro. In de veehouderij zijn ruim 400 grote stallen gerealiseerd, goed voor een investering van 1,5 miljard euro. Al met al heeft de PAS een indrukwekkende investering op gang gebracht. En daar was het ons om te doen.’

Zoals het uitkomt

Ook in de coronacrisis nemen politici de RIVM-adviezen graag zoals het hun uitkomt. Is er een tekort aan mondkapjes, dan beroept minister De Jonge zich op de opvatting van het OMT dat mondkapjes geen bewezen effect hebben op het aantal coronabesmettingen. Als precies datzelfde advies tegen politieke wensen indruist, wordt het gewoon terzijde geschoven. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb wil, tegen de landelijke richtlijn in, een mondkapjesplicht in zijn stad invoeren. Hij zoekt op eigen houtje een passend expertadvies bij zijn beleidsopvatting. De Amerikaanse deskundige Anthony Fauci, die op CNN verkondigt dat mondkapjes wél zinvol zijn, biedt hem de gewenste wetenschappelijke dekmantel. In de talkshow Op1 ondermijnt Aboutaleb het gezag van Jaap van Dissel en zijn collega’s. ‘Er zijn zo veel stromingen, zo veel opvattingen.’ Zelf is hij eigenlijk ook een expert, suggereert hij, want ‘ik heb zo ongeveer alles gelezen wat over dit thema verschenen is’.

In één adem benadrukt Aboutaleb dat hij geen wetenschapper is, maar een bestuurder. En dat bestuurders besluiten moeten nemen waarvoor ze naast wetenschappelijke adviezen ook andere factoren meewegen. Oud-RIVM-directeur Van Egmond heeft daar begrip voor. ‘De parlementaire democratie hoort het laatste woord te hebben. Als de politiek zegt dat één plus één drie is, dan is één plus één drie. Dat heb ik te respecteren, hoe betreurenswaardig ik dat persoonlijk ook vind. We zijn nu eenmaal een land van koopmannen en dominees. Je kunt als milieuonderzoeker je verhaal wel doen, maar uiteindelijk wordt er beslist ten gunste van de koopman.’ De wetenschap wikt, maar de politiek beschikt.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat arts-microbioloog Peter de Man zelf de Volkskrant heeft benaderd om te waarschuwen voor de mogelijke verspreiding van het coronavirus door ventilatiesystemen. Dat is onjuist: de Volkskrant heeft De Man benaderd voor een interview.