boekrecensie

Waarom filosoof René Descartes het in Nederland zo naar zijn zin had ★★★★☆

De twaalf jaar die filosoof René Descartes in Nederland verbleef, zijn cruciaal geweest voor zijn intellectuele leven. Hans Dijkhuis brengt deze periode nauwkeurig in kaart.

Marcel Hulspas
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Wat er precies misging, laat zich niet meer achterhalen. Zeker is dat René Descartes op een dag de kamer binnenkwam van Anna Maria van Schurman en haar ‘betrapte’ bij het lezen van de Bijbel in het Hebreeuws. De toen 32-jarige Anna gold als een soort wereldwonder, de virginum eruditarum decus, ‘sieraad der geleerde maagden’. Speciaal voor haar was er in de collegezaal van de Utrechtse universiteit een hokje getimmerd zodat ze ongezien (door de mannelijke studenten) de colleges kon volgen. Waarschijnlijk was ze de eerste vrouw in Europa die zo academisch onderwijs kreeg.

Schurman had zichzelf Hebreeuws aangeleerd om de Bijbel in de grondtaal te kunnen lezen, maar Descartes gromde dat dat tijdverspilling was. Hij had ook Hebreeuws geleerd, om dezelfde reden, en had in de Bijbel niets waardevols aangetroffen. Het was hun laatste contact. Kort daarop schreef Anna in haar dagboek dat ze deze ‘goddeloze man’ uit haar hart had verwijderd, zo lezen we in Descartes – De Nederlandse jaren.

Wie verwacht daarna een alinea aan te treffen over Descartes en de Bijbel (en de vraag of hij wérkelijk Hebreeuws had geleerd of alleen maar blufte), komt bedrogen uit. Auteur Hans Dijkhuis waarschuwt al in de inleiding dat Descartes’ filosofie in zijn boek ‘summier wordt behandeld’. Het gaat Dijkhuis uitsluitend om het wel en wee van de filosoof tijdens zijn verblijf in Nederland. Tegelijkertijd vormen die twaalf jaren een cruciale periode in Descartes’ intellectuele leven. Alle boeken die hij zelf heeft gepubliceerd, zijn geschreven tijdens zijn verblijf in de Republiek. De ‘Franse periode’, tot 1637, was slechts een aanloop; na zijn vertrek in 1649 naar Zweden had hij nog vier maanden te leven. René Descartes voelde zich hier thuis. Hier vond hij de rust om te werken. In wezen is hij een Nederlandse filosoof.

Tussen Alkmaar en Haarlem

Descartes – Zijn Nederlandse jaren is het portret van een man die voortdurend laveerde tussen het zoeken van een plek waar hij rustig kon werken en het onderhouden van contacten met vrienden en medestanders die, zeker in tijden van nood, onmisbaar waren. Dijkhuis gaat uitgebreid in op waar Descartes korte dan wel lange tijd heeft gewoond. (Dat was vooral in de streek tussen Alkmaar en Haarlem.) Hij wilde altijd in de buurt van een of twee goede vrienden zijn.

Invloedrijke vrienden, liefst. Het leven in de Republiek was gebaseerd op een systeem van dienst en wederdienst. Descartes’ voornaamste vriend was Anthonis Studler van Zurck, een telg uit een koopmansgeslacht die zich dankzij de aankoop van een stuk grond ‘heer van Bergen’ mocht noemen en die Descartes in die jaren enorme sommen geld leende, zodat de filosoof als een edelman kon leven. Als wederdienst voor zijn financiële steun vroeg Descartes aan zijn bewonderaar Constantijn Huygens (secretaris van stadhouder Frederik Hendrik en ‘heer van Zuylichem’) of Anthonis geen jachtvergunning kon krijgen. In die tijd was dat een felbegeerd document; het échte bewijs dat je tot de adel behoorde. Het duurde even, maar Anthonis kreeg zijn vergunning. En René zijn geld.

Haatcampagnes en bewonderaars

Die invloedrijke connecties kwamen ook goed van pas wanneer theologen in Leiden of Utrecht de aanval openden op zijn filosofie. (We lezen niet waar het om ging.) Descartes raakte dan steevast in paniek, maar dankzij zijn connecties konden dat soort campagnes in de kiem worden gesmoord. Kenmerkend is dat hij daarna nog lang de in zijn eer aangetaste gentilhomme uithing, die ondanks al zijn enorme verdiensten behandeld werd als een vreemdeling. Maar Descartes heeft nooit het burgerschap aangevraagd. Hij bleef zich altijd beschouwen als een onderdaan van de Franse koning.

René Descartes (gravure uit ca. 1850).  Beeld Getty
René Descartes (gravure uit ca. 1850).Beeld Getty

In 1648 regelden zijn Franse bewonderaars dat de geleerde een vorstelijk jaargeld zou krijgen, als hij zich in Frankrijk vestigde. Het was een hoop geld. Descartes vertrok. Maar Parijs werd een enorme teleurstelling. Het leven (zoals hij dat wilde leven) was duur; de stad was deprimerend en aan het hof werd hij alleen maar aangestaard. Kort na zijn komst brak er ook nog een burgeroorlog uit (de Fronde) en o ja: de schatkist was leeg. Hij keerde terug naar de Republiek en prees ‘een rustig en teruggetrokken leven, en de rijkdom van een matig vermogen’.

Vijf maanden later kwam er een brief van de Zweedse koningin Christina. Ze bewonderde zijn werk en wilde hem graag spreken. De edelman in hem kon niet weigeren. Een van Descartes’ bewonderaars zorgde ervoor dat Frans Hals op de valreep nog een portret van hem schilderde. Daarna was hij weg.

Hans Dijkhuis: Descartes – Zijn Nederlandse jaren. Athenaeum-Polak & Van Gennep; 519 pagina’s; € 39,99.

null Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep
Beeld Athenaeum-Polak & Van Gennep
Meer over