Waarom een eigen krantje? Omdat het kan

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt Sacha Bronwasser mensen naar hun inspiratiebron. Zo zag satiricus Wim de Bie hoe het uitgeven van een gestencild blad de levensvervulling werd van zijn vader.

Sacha Bronwasser
Wim de Bie in zijn archief. Beeld Marijn Scheeres
Wim de Bie in zijn archief.Beeld Marijn Scheeres

'Bloggen doe ik niet meer, maar tegenwoordig beschouw ik Twitter als mijn 'krantje'. Dat is natuurlijk beperkt, met die 140 tekens, maar ik hang er hele artikelen en filmpjes aan - heerlijk. Weer een technisch middel dat vrijheid verschaft, daarom ben ik er zo enthousiast over. De vrijheid om je uit te drukken, die is altijd essentieel.

'Ik heb wat krantjes meegenomen uit mijn archief. Nee, er is nog veel meer dan dit. Sinds een paar jaar huur ik een ruimte in DCR, waar kunstenaarsateliers en een expositieruimte zitten. Het is het voormalige gebouw van de Gemeentelijk Elektriciteits Bedrijf, waar mijn vader gewerkt heeft. Zijn oude kantoor is nu mijn atelier, wat natuurlijk bijzonder toevallig is. Je zou bijna zeggen: de cirkel is rond. Daar ligt nu mijn complete archief - onder andere alle edities van het blad dat hij maakte.'

Het Lichtpunt

'Mijn vader, Flip de Bie, werkte vanaf zijn 17de in 1922 tot zijn dood veertig jaar later voor het G.E.B. Acht uur weg, vijf uur thuis, en al die tijd met tegenzin naar zijn werk. Maar in zijn vrije tijd was hij hoofdredacteur van Het Lichtpunt, het gestencilde bedrijfsorgaan. Dát was wat hij had willen zijn: journalist.

'Als de deadline naderde, was er spanning in huis. Zou hij het halen? Mijn vader werkte aan tafel de laatste verhalen uit of tekende de illustraties in de uitgewerkte stencilvellen. Soms las hij voor uit de grappige passages. Of iets droevigs, over een herdenking bijvoorbeeld. Dan schoot-ie vol.

Kameraadschap

'Hij schreef bijna het hele blad vol, onder diverse pseudoniemen. Satirische rubrieken, interviews, reportages, korte verhaaltjes in de stijl van Dickens: hij kende The Pickwick Papers uit zijn hoofd. Dé rubriek was Brief aan een oud-GEB'er, daar kon hij van alles over het bedrijf in kwijt. Modernisering en de ontmenselijking van het werk was een terugkerend onderwerp; kameraadschap was immers belangrijk: vrienden moesten we zijn, in leven en werk. Dat was na de oorlog een groot thema.

'Vijf jaar lang voerde hij in elke editie opnieuw actie voor een lift in het gebouw, als een soort running gag. Dan weer in de vorm van een protest, of een herinnering, een droom... en soms verwerkte hij ons gezinsleven erin. Hier beschrijft hij een denkbeeldige kraakactie: 'Vorige week ben ik met m'n trap-sitting begonnen maar ik moet je bekennen: 't is me niet meegevallen (...) Mijn dochtertje sliep beneden in het portaal terwijl mijn zoon, stevig vastgesjord, in een hoek achter de deur stond te slapen.'

Van Kooten & De Bie

Zonder Wim de Bie (Den Haag, 1939) en Kees van Kooten had het Nederlands uitdrukkingen als 'regelneef' en 'geen gezeik, iedereen rijk' moeten ontberen. Als duo maakten de twee decennialang satirische tv-programma's voor de VPRO, waarbij vooral Keek op de Week (1988-1993) dicht op de actualiteit zat. Wim de Bie gaf daarin gestalte aan onder anderen oud-vakbondsman Aad van der Naad, de misantropische leraar Duits O. den Beste en aan de schuchtere meneer Foppe. De Bie maakte enige tijd solotelevisie en was met zijn 'bieslog' in 2001 een van de eerste vloggers in Nederland, met webcam en al. De auteur spreekt hem thuis in Den Haag. De foto werd gemaakt in zijn atelier.

Geen promotie

'Hij maakte zich erg geliefd met dat blad. Ik zie zo zijn begrafenis voor me, met het voltallige personeel op het fabrieksplein. Nog tot in de jaren negentig sprak men van het 'Liftje van De Bie'. De directie tergde hij er tot gekmakens toe mee; zeker liep hij er promotie door mis. Elke Kerst zaten mijn moeder en hij verslagen bij elkaar: wéér geen loonsverhoging.

'Pas later in je leven ga je lijnen spannen en het gestencilde blaadje is er één van. Hoofdredacteur worden van een krantje werd mijn doel. Ik zeg dat met de nodige ironie, maar toch.

'Hier, 1950: mijn eerste publicatie. Ik debuteerde in het blaadje van de padvindersvereniging. Vier jaar later was ik hoofdredacteur van De Rimboejager. Ik stopte ermee toen ik niet meer in korte broek over straat kon.

Hoofdredacteur

'Op de middelbare Daltonschool ging ik meteen in de redactie van schoolblad Daltonklanken. In 1956 heb ik het zover geschopt, hier staat het: hoofdredacteur Wim de Bie. Ha! Ik bracht de kopij naar een zogeheten stencilinrichting, een bedrijfje in een woonhuis aan de Laan van Meerdervoort. Een paar machines stonden er, een klein drukkerijtje. Ik gaf die getypte stencilvellen met eigen tekeningetjes aan een man in een stofjas. En haalde de oplage weer op, 600 stuks.

'Een paar jaar lang deden mijn vader en ik exact hetzelfde: stukken verzamelen, onderwerpen uitzetten en komische rubrieken schrijven - 'De Bie's kolderpagina'. Hij vond het prachtig. Wij hadden geen diepe gesprekken, maar dit was onze band.

Bron: het stencilblad

Stencilen is een doordruktechniek waarbij de afdrukken één voor één handmatig vanaf speciale 'moedervellen' gedraaid worden. Ideaal voor kleine oplagen. De eerste stencilmachine in Nederland staat in het Drukkerijmuseum in Meppel: een Amerikaanse A.B. Dick, besteld in de jaren twintig voor de kerkgemeenschap van Genemuiden. De Engelse Gestetner werd dé machine voor verenigingen, kerken en scholen: klein en licht, ideaal voor verzetskranten als Het Parool, De Waarheid en Trouw. Begin jaren zestig kondigde ook Provo zich per stencil aan. Na een dip eind jaren zestig was er een revival in de kraaktijd. Nu weer hip onder kunstenaars dankzij de Risograaf, in feite een kleurenstencilaar. Net drukwerk. Nee: mooier.

Stenciloorlog

'Ik kan je ook precies de bron van de samenwerking van Van Kooten en mij laten zien, hier: in de schoolkrant van 1959, waarvan dan de twee jaar jongere Kees van Kooten hoofdredacteur is, heten de laatste pagina's ineens 'literair aanhangsel Cebrah'. Met gedichten en tekeningen van ons tweeën. Ik was inmiddels hulpleraar Nederlands op dezelfde school.

'Kees en ik hebben met het Simplisties Verbond in 1975 nog een filmpje gemaakt over 'de Stenciloorlog'. Dan zitten we in een ideologische strijd en we bestrijden elkaar over de beginselverklaring voortdurend met stencils. Die draaien we en gooien we bij elkaar naar binnen. Uiteindelijk worden al die stencils bij Athenaeum in de schappen gelegd.

'Toen ik met mijn weblog begon had ik datzelfde gevoel van euforie: die vrijheid, het helemaal zelf de inhoud bepalen. Ik spotte ermee, zette als ik even weg was een bordje voor de camera met: de hoofdredacteur is vanmiddag terug. Ironisch, zeker, maar het zat diep. Want kijk naar de titel van mijn allereerste blog: 'Waarom een eigen krantje?' Nou, omdat het kan.'

Meer over