Film

Waarom Dune, de sciencefictionbijbel uit 1965, steeds weer opnieuw wordt ontdekt

De nieuwe verfilming van Frank Herberts sciencefictionroman sluit aan bij wereldscheppende series als The Lord of The Rings, Star Wars en Game of Thrones.

Rebecca Ferguson en Timothée Chalamet in Dune. Beeld
Rebecca Ferguson en Timothée Chalamet in Dune.

Een eerste regel doet ertoe. Vooral als deze regel de deur op een kier zet naar de belofte van een eindeloos universum waarin je je kunt verliezen. Ik kocht mijn exemplaar van Dune van Frank Herbert toen ik 16 was (in 1976) en dat staat na al die jaren nog steeds in de kast, vele saneringen van de boekenvoorraad later. Maar Dune heeft alles overleefd.

Als ik de pocket in mijn hand houd, weet ik precies waar mijn 16-jarige ik voor viel. Het gewicht van het compacte boekje, het bijna abstracte landschap op de cover met twee in lange gewaden gehulde figuren, de aanbeveling (‘an unparalleled achievement of imagination’), de eindeloze appendixen achterin, waarin het universum van het boek werd uitgerold. En dan die eerste zin.

In the week before their departure to Arrakis, when all the final scurrying about had reached a nearly unbearable frenzy, an old crone came to visit the mother of the boy, Paul.

Het is zeker geen opvallend fraaie zin en er stonden woorden in waarvan ik zeker weet dat ik die als 16-jarige niet kende (scurrying, crone). Maar je had het gevoel dat er iets in beweging werd gezet; er werd een vertrek aangekondigd en het perspectief lag kennelijk bij een jongen, Paul. Een jongen in zijn slaapkamer nog wel, blijkt uit de eerste alinea, hoe intiem wil je je interplanetaire epos hebben? Tolkien wist ook hoe hij moest beginnen; in de openingszin van The Lord of the Rings gaat het over de opwinding rond het aangekondigde verjaardagsfeest van Bilbo, de hobbit.

Dune, paperbackeditie uit 1976. Beeld Studio V
Dune, paperbackeditie uit 1976.Beeld Studio V

Ik verloor me in het boek in een periode dat ik mijn energie in mijn boekenlijst had moeten steken, totdat ik op het idee kwam om Dune op die lijst te zetten. Een boek van zeshonderd pagina’s! Toestemming kwam schoorvoetend, want Dune was sciencefiction en genreboeken mochten niet. Ik heb de vage herinnering aan een gepassioneerd pleidooi waarin ik meldde dat ik tien keer The old man en die eeuwige verdomde zee zou willen inruilen voor één hoofdstuk Dune. Het mocht op de lijst en ik kreeg maar één vraag te beantwoorden op het mondeling examen. Waar gaat dat boek over?

Halverwege de jaren zeventig was de reputatie van Dune, dat oorspronkelijk in 1965 verscheen, al lang en breed gevestigd als een van de grootste sciencefictionromans. Tot op de dag van vandaag trouwens is het de Citizen Kane van het genre en ontbreekt het op geen enkel lijstje, al dan niet in gezelschap van een van de vele vervolgen die door Herbert (1920-1986) en later zijn zoon Brian zijn geschreven – samen het Duniverse.

Maar waar gaat dat eerste oerboek nu over, dat aan de vooravond van de Dune-film van Denis Villeneuve, de tweede (of derde, als we een miniserie meerekenen) verfilming, weer in het middelpunt van de belangstelling staat?

De kortst mogelijke samenvatting, waarin een uitverkoren buitenstaander met messiastrekken (Paul Atreides, de jongen uit die eerste zin) zijn spirituele bestemming vindt op een verre woestijnplaneet en aanvoerder wordt van een opstand van de originele bevolking tegen de macht van het rijk en zijn vazallen, kan u bekend voorkomen. Vervang het hallucinerende spice of melange van de planeet Arrakis, essentieel voor geestverruimende trips en interplanetair reizen, door olie en het wordt duidelijk dat Dune het boek is dat de link vormt tussen David Leans Lawrence of Arabia (1962) en uiteenlopende titels als Star Wars (1977), Princess Mononoke (1997) en Avatar (2009), films over opstanden tegen de gevestigde orde, al dan niet gedreven door een mythisch oerverhaal.

Dune als het knooppunt van de populaire cultuur van de jaren zestig en zeventig werd nog eens versterkt door de pogingen (al dan niet grandioos mislukt of geslaagd) om de eindeloos complexe roman te verfilmen. In 1984 kwam de verfilming van David Lynch uit, die een epische strijd met producent Dino de Laurentiis uitvocht over de montage, waarbij ergens in de martelgang tussen een vier uur durende eerste versie en de ruim twee uur durende bioscoopfilm de hele mythologie van Frank Herbert in een obscure brij veranderde. De grote Amerikaanse criticus Roger Ebert noemde de film ‘volkomen onbegrijpelijk’ voor mensen die het boek niet hadden gelezen, gaf één ster en noemde in zijn jaaroverzicht Dune de ‘slechtste film van het jaar’. En Lynch wil er nooit meer over praten.

Zendaya als Chani in Dune. Beeld
Zendaya als Chani in Dune.

In de geschiedenis van de invloed van Dune op het culturele landschap van de late 20ste eeuw was de mislukte poging van de Chileense filmmaker Alejandro Jodorowsky om de roman in de jaren zeventig te verfilmen altijd een voetnoot. Totdat in 2013 de meesterlijke documentaire Jodorowsky’s Dune van Frank Pavich uitkwam, een gedetailleerde reconstructie van wat alleen maar een krankzinnige onderneming kan worden genoemd, een soort Fitzcarraldo meets Apocalypse Now, als het ging om productionele belemmeringen. Een van die belemmeringen was dat Jodorowsky in zijn enthousiasme aanstuurde op een 14 uur durende film (met rollen voor Salvador Dalí, Mick Jagger en Orson Welles en muziek van Pink Floyd).

Pavich laat overtuigend zien (met het nog altijd gloeiende enthousiasme van Jodorowsky als zijn gids) dat hier niet sprake was van een dwaallicht, maar van een visionair, zijn tijd ver vooruit. Het team dat Jodorowsky voor Dune verzamelde stond in 1979 aan de wieg van spacehorror-klassieker Alien, om maar een van de gevolgen te noemen. En zelfs die krankzinnige lengte lijkt vooruit te lopen op de latere praktijk om films in delen uit te brengen. De complete director’s cut van The Lord of the Rings van Peter Jackson bedraagt ruim 11 uur. En hoeveel mensen jagen die er niet bij wijze van moderne traditie op Tweede Kerstdag doorheen?

De wordingsgeschiedenis van Dune begint in de zandduinen van Florence in de Amerikaanse staat Oregon, waar freelancejournalist Frank Herbert, van alle markten thuis, in 1959 rondliep om een verhaal te maken over pogingen van het Amerikaanse ministerie van Landbouw om de schuivende zandheuvels te temmen door de introductie van Europees helmgras. Het artikel, waarvan de voorgestelde titel They Stopped the Moving Sands luidde, kwam er niet van, maar het onderwerp zette Herbert op een spoor dat zijn carrière zou veranderen. Via de duinen kwam hij bij de woestijn, bij woestijnvolken en alle manieren waarop mensen in woestijnen overleven. De eerste verschijningsvorm van Dune waren verhalen die, zoals gebruikelijk was bij het genre, in een tijdschrift verschenen, in dit geval Analog Science Fact & Fiction.

Maar Herbert had andere plannen. Hij werkte zijn ideeën uit tot een flinke roman, met in de kern nog steeds zijn diepe fascinatie voor ecologische kwesties en hoe die bijdragen aan mythevorming, in dit geval van het woestijnvolk van de Freman op de planeet Arrakis. Met die vorm was hij zijn tijd ver vooruit en zeker twintig uitgevers wezen het boek af, voordat uitgeverij Chilton de sprong waagde. Het was het eerste fictiewerk van een uitgever die gespecialiseerd was in handboeken over autoreparatie en tijdschriften als The Jewelers’ Circular en Dry Goods Economist. Chilton had goed gegokt: ze zouden miljoenen exemplaren van hun eerste roman verkopen.

Frank Herberts Dune, met de aanbevelingen op het voor- en achterplat. Beeld Studio V
Frank Herberts Dune, met de aanbevelingen op het voor- en achterplat.Beeld Studio V

Dune werd snel door de sciencefictionwereld als meesterwerk erkend en kreeg meteen de belangrijkste prijzen toegekend, maar de populariteit bij het publiek groeide langzamer. Ergens tussen 1965 en 1975 werd de roman ontdekt als de sciencefictionbijbel van de tegencultuur. De combinatie van rebellie tegen de wrede onderdrukkers met hun demonisch-kapitalistische motieven en de door het geestverruimende spice gedreven spirituele verhevenheid van het woestijnvolk sloten aan bij een generatie die op zoek was naar een nieuwe wereld.

Op 24 september brengt Apple TV Plus de eerste afleveringen van de verfilming van die andere naoorlogse sciencefictionklassieker uit, de Foundation-trilogie van Isaac Asimov, net als Dune aanvankelijk als verhalen verschenen, en net als Dune inmiddels uitgedijd tot een eindeloze serie boeken, een universum omspannend. Asimov was een technocraat (die in Ik, Robot de beroemde robotwetten formuleerde), maar er zijn belangrijke overeenkomsten tussen Dune en Foundation. Herbert introduceerde in Dune een soort verborgen verhaallijn waarin een eeuwenoude sekte van vrouwelijke priesters (de oude vrouw uit alweer die eerste zin) generaties omspannende plannen heeft die gewone stervelingen ontgaan. Ook in Foundation draait het om plannen om een rijk (het Empire) in verval te redden door duizenden jaren vooruit te denken op basis van een door Asimov ontwikkelde wetenschap, die hij ‘mathematische sociologie’ noemde. Of noem het Goddelijke voorzienigheid, maar dan zonder God.

Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom deze ruim een halve eeuw oude sciencefictionklassiekers nu weer opduiken. Het is natuurlijk de zoektocht naar de opvolgers van wereldbouwende (film)series als Marvel, Star Wars, Harry Potter, Game of Thrones en The Lord of the Rings, in combinatie met de eindeloos diepe zakken van nieuwe producenten als Apple en Amazon.

Maar er is meer. Zowel Dune als Foundation gaat in de kern over het idee dat er een rijk (Empire) op instorten staat, gecombineerd met het diepgewortelde geloof dat er zaken spelen waar de gewone sterveling geen greep op heeft. En dat zijn verhalen die nog altijd de toekomst hebben.

Timothée Chalamet in Dune. Beeld
Timothée Chalamet in Dune.

Bene Gesserit

Er is nog altijd geen beslissing genomen over het tweede deel van Dune. Er wordt afgewacht hoe deel 1 presteert, in de bioscoop en online. Ondertussen is er een serie aangekondigd. Dune: The Sisterhood richt zich op de Bene Gesserit, het geheimzinnige gezelschap van vrouwelijke priestersBene Ges, waartoe de moeder van hoofdfiguur Paul Artreides behoort. De serie zou ergens in 2023 in première gaan, mogelijk in combinatie met Dune, part 2.

Meer over