Waarheidscommissie bereikt doorbraak Top Apartheidsregime wist wel van moorden

De samenzwering van stilzwijgen over de vuile oorlog van de apartheid is eindelijk op hoog niveau opengebroken. 'Het verweer ''ik heb het niet geweten'' gaat voor mij niet op....

Van onze correspondent

Hans Moleman

JOHANNESBURG

Zijn voorganger Roelf Meyer: 'We hoorden bijna dagelijks over de moorden. Het was de gewoonte geworden om er geen vragen over te stellen. Binnen de regering was een instelling ontstaan dat er een vijand was die moest worden uitgeroeid. De angst regeerde.'

Wessels en Meyer zaten beiden in de regering van president F.W. de Klerk, in de tweede helft van de jaren tachtig, toen de smerige trucs van geheime eenheden van Zuid-Afrika's politie en leger een hoogtepunt bereikten. 'Ik wist er niets van', hield De Klerk eerder nog vol voor de Waarheidscommissie.

De oud-president was niet de enige die een groot talent voor onwetendheid toonde. De afgelopen anderhalve week verscheen een keur van generaals en ministers voor de commissie, om te worden gehoord over hun kennis van moordaanslagen op vrijheidsstrijders. De meesten ontkenden ooit een misdadige opdracht te hebben gegeven. Geen enkel vermoeden hadden ze gehad van het folteren en moorden door hun ondergeschikten.

De schijn die deze kopstukken van de apartheid probeerden op te houden had soms absurde trekjes. Hoe moesten, zo wilde de commissie van generaal Johan van der Merwe weten, termen als elimineren, verwijderen, neutraliseren, uitschakelen, die in geheime regeringsstukken stonden, worden opgevat?

'Doodmaken' was er nooit mee bedoeld', betoogde de voormalige politiechef met een stalen gezicht. Zij voorganger Coetzee pakte er zelfs het woordenboek bij. Elimineren, luidde zijn tekstuitleg, heeft veel meer betekenissen dan alleen vermoorden. De regering bedoelde ermee dat tegenstanders moesten worden 'opgesloten'. Dat de ondergeschikten het anders begrepen, was volgens de generaals een betreurenswaardig misverstand.

Zo leek het hoge front weer gesloten te blijven, in weerwil van eerdere verklaringen van lagere goden in de apartheidshiërarchie. Volgens majoor Craig Williamson was het eenvoudig beleid van ministers en generaals om onkundig te blijven. Zo konden ze voor de buitenwereld hun onschuld blijven volhouden.

Maar Williamson was als regeringsadviseur voor veiligheidszaken slechts een ondergeschikte, net als Eugene de Kock. Die was commandant van een van de geheime moordeenheden, de Vlakplaas-eenheid. De Kock is een van de weinige apartheidsmoordenaars die in ruil voor een volledige bekentenis amnestie proberen te krijgen.

De ex-kolonel heeft daar alle belang bij, want hij is eerder door de rechtbank veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf - ook als een van de weinigen. Nu is hij verbitterd over wat hij 'het hoogverraad' noemt: het feit dat de kopstukken de uitvoerders zoals hij in de steek hebben gelaten. 'De generaals hebben hun handen van me afgetrokken. Ze zeiden opeens dat ze nergens iets van wisten.'

De stilte op regeringsniveau werd pas deze week verbroken. De aanzet werd dinsdag gegeven door oud-minister van Buitenlandse Zaken Pik Botha. 'Niemand van de oude regering kan vandaag zeggen dat ze geen vermoeden hadden dat leden van de politie betrokken waren bij onregelmatigheden', formuleerde hij voorzichtig voor de Waarheidscommissie. 'De vraag waar het om draait is niet of de regering het vermoorden van politieke tegenstanders goedkeurde. Het gaat erom of we meer hadden moeten doen om te voorkomen dat het gebeurde.'

Na Botha verscheen Adriaan Vlok voor de commissie, die weer de vermoorde onschuld speelde. De minister van Politie onder De Klerk zei nooit iets te hebben geweten van de moordacties van Vlakplaas, hoewel hij diverse malen bij de eenheid op bezoek was geweest en de mannen had geprezen voor hun inzet in de strijd tegen de 'revolutionaire krachten'. Vlok: 'Ik heb nooit informatie van mijn ondergeschikten gehad dat mijn mensen bij misdadige acties betrokken waren.'

Woensdag waren zijn staatssecretarissen Wessels en Meyer aan de beurt. Zij namen het stokje van Botha over: de onwetendheid werd definitief tot farce verklaard. Voor de Waarheidscommissie was het een doorbraak. Eindelijk was het gelukt een grote bres te slaan in het 'onwetende' bolwerk van het oude Zuid-Afrika.

Het is echter zeer de vraag of de nieuwe verklaringen enige consequentie hebben voor de 'onwetenden'. Ze zitten niet gevangen zoals Eugene de Kock, en de kans dat er alsnog vervolging tegen hen wordt ingesteld is zeer klein, schatten waarnemers in. 'De schijnheiligheid van het oude regime is nu officieel doorgeprikt, en daar blijft het bij.'

Commissievoorzitter Tutu was niettemin een dankbaar man. Enkele maanden geleden haalde hij nog emotioneel uit naar ex-president De Klerk wegens diens ontkennende houding. Deze week omhelsde de bisschop Botha, Meyer en Wessels met warme woorden vanwege hun 'opmerkelijke openheid'.

Meer over