omslag

W.F. Hermans bewaakte zijn omslagen met argusogen

De eerste versie van De God denkbaar denkbaar de God vond de schrijver ‘een kwelling om naar te kijken’.

Voor- en achterzijde van het omslag dat Nicolaas Wijnberg (alias Montevino) in 1956 ontwierp voor De God denkbaar denkbaar de God, nadat de schrijver het eerste ontwerp van Helmut Salden met kracht had verworpen. Beeld Van Oorschot/ Theo Rabou
Voor- en achterzijde van het omslag dat Nicolaas Wijnberg (alias Montevino) in 1956 ontwierp voor De God denkbaar denkbaar de God, nadat de schrijver het eerste ontwerp van Helmut Salden met kracht had verworpen.Beeld Van Oorschot/ Theo Rabou

In de zomer van 1956 stuurt uitgever Geert van Oorschot W.F. Hermans het omslagontwerp voor diens nieuwe, te verschijnen roman De God denkbaar denkbaar de God. De 34-jarige schrijver reageert gebeten, per kerende post: ‘Het is bijzonder lelijk, ongeïnspireerd, een kwelling om naar te kijken, vandaar dat ik niet genoeg haast kan maken het je terug te sturen.’

Wat was er mis? Helaas, we weten het niet. Het gewraakte ontwerp van Helmut Salden is in de mist van de geschiedenis verdwenen. We weten alleen dat Van Oorschot op Hermans’ aanraden Nicolaas Wijnberg (alias Montevino) een nieuw ontwerp liet maken, een surrealistische collage die uiteindelijk wel de boekwinkels haalde.

Met dit omslagontwerp van Helmut Salden uit 1951 was W.F. Hermans juist wel ingenomen. Beeld Van Oorschot
Met dit omslagontwerp van Helmut Salden uit 1951 was W.F. Hermans juist wel ingenomen.Beeld Van Oorschot

Het is een curieus incident, omdat Hermans eerder vol lof was over Saldens werk. Maar atypisch was het niet, zoals valt te constateren in W.F. Hermans in vorm, een rijke, door ontwerper Anke Broeren fraai ingerichte tentoonstelling in Museum Meermanno ter gelegenheid van Hermans’ 100ste geboortejaar, met een chronologisch overzicht van alle klassieke of juist obscure Hermans-covers sinds 1944.

Omslag Helmut Salden, 1953. Beeld Van Oorschot
Omslag Helmut Salden, 1953.Beeld Van Oorschot

Het mooie extra van de expositie: de omslagen, inclusief voorstudies en verworpen varianten, worden er zij aan zij getoond met de bijbehorende correspondentie tussen de schrijver en zijn opeenvolgende uitgevers (door Meermanno-conservator Rickey Tax opgediept uit het Hermans-archief en hier vaak voor het eerst geopenbaard), waaruit steeds weer blijkt dat Hermans het uiterlijk van zijn boeken met argusogen bewaakte.

In 1966, tien jaar na De God denkbaar denkbaar de God, krijgt Bezige Bij-redacteur Dolf Hamming het te verduren: ‘Als er staat Nooit meer slapen W.F. Hermans houdt dit een soort bevel in, waar ik niet aan wens te voldoen. De naam van de auteur moet boven de titel staan. De naam van deze auteur luidt: Willem Frederik Hermans, voluit.’

En natuurlijk: de schrijver die altijd gelijk had, kreeg ook dit keer weer gelijk.

W.F. Hermans in vorm. Museum Meermanno/Huis van het boek. Den Haag, t/m 9 januari.

Meer over