Vrolijk en beeldend theater over teloorgang van Klein Duimpje

JEUGDTHEATER De korte samenvatting van Klein Duimpje in de goot luidt: van ouderwetse filmprojector naar beamer met een befaamd sprookje....

Vader (Peter Zegveld) en zoon (Mathieu van den Berk) Strohuis presenteren een film. Ze zijn een ouderwets, naar Stiefbeen en zoon gemodelleerd stel. Met een oud projectiemonster – kinderen van nu herkennen zo’n ding net zomin als Stiefbeen en zoon hen iets zegt – vertonen ze na wat geklungel de beloofde film. De camera zoomt in op een voorleesboek en de plaatjes ervan. Die gaan over in een, aanvankelijk lieftallige, animatiefilm over Klein Duimpje, die zich al snel ontpopt tot een in de moderne wereld verdwaalde stumper. Afgebeeld als een duim met twee spillebeentjes.

De teloorgang van de titelheld loopt parallel met de verwikkelingen van het filmbedrijf van Strohuis en zoon. Klein Duimpje komt in de grote, vieze en dreigende stad terecht, vader en zoon kampen met falende projectietechnieken. Ze proberen als gerauschmachers het verhaal voort te zetten, terwijl vader het oude vastgrijpt en zoon vooruit wil.

De vergelijkingen die Zegveld maakt tussen film en theater – waarbij theater als onvermijdelijk saai ‘gedoe’ uit de bus rolt – zijn zowel komisch als wrang. Hij erkent de beperkingen van het metier, hekelt de oppervlakkigheid van snel en nieuw maar laat ook openhartig het achterlijke gezeur over de goede oude tijd zien. Zegveld buit zijn status als oude knar theatraal optimaal uit en maakt vrolijk en beeldend theater over botsende tijden.Bart Deuss

Meer over