Vroeg boeken

Velen proberen het, sommigen lukt het. Bij de opening van het boekenseizoen vertellen drie debutanten hoe zij een uitgever vonden en hoe het verder gaat.

Beeld Ru de Groen

'Ik zat in een luxe positie'

Eerste zin uit De hemel boven Parijs:

'Eerst was haar silhouet alles wat hij van haar zag, dertig meter van hem af in de schemerige collegezaal.'

Bregje Hofstede, 25. Woonplaats Brussel. Freelanceredacteur, medewerker bij erfgoedorganisatie Future for Religious Heritage. Boek: De hemel boven Parijs (Cossee).

Over de inhoud
'Olivier is een professor kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, 52 jaar oud, die ineens van de leg raakt als hij een uitwisselingsstudente uit Nederland onder zijn hoede krijgt. Zij lijkt erg op zijn eerste liefde. Hij gaat zich afvragen welke mogelijkheden hij nog heeft in het leven. Het meisje Fie staat juist aan het begin. Ze is angstig om stappen te nemen, ze wacht liever af. Het verhaal staat niet heel ver van me af. Ik heb zelf een half jaar gestudeerd aan de Sorbonne. In Fie zit wel iets van mij. Haar angst had ik ook, toen.'

Beeld -

Over het vak
'Ik heb met De Hemel boven Parijs niet hoeven leuren. Ik schrijf weleens essays en korte verhalen in Hollands Maandblad en in 2012 kreeg ik de aanmoedigingsbeurs. Sindsdien hielden uitgevers me in het vizier. Een erg luxe positie.

'Ik schrijf eigenlijk al vanaf mijn7de, in dagboeken. Ik moet elke dag wel schrijven. Schrijven is voor mij nadenken. Als ik niet heb geschreven slaap ik slecht. Ik beleef er veel plezier aan, maar natuurlijk zijn er momenten dat je in de put raakt, dat alles instort. Dat kan wel eens maanden duren.

'Ik bewonder Nescio en Marlen Haushofer, Virginia Woolf is een godin voor me, ik geniet van de korte en krachtige zinnen van Hemingway en Steinbeck. Maar mijn stijl zit niet in hun buurt. Ik hou ervan als je in een boek een geest voelt, een bewustzijn. Net iets anders dan de anderen kijken, waardoor de lezer wordt verrast. Verder let ik erg op ritme. Ik lees de zinnen altijd hardop voor als ik schrijf. Dan blijf ik schuiven met komma's en puzzelen met lettergrepen. Mijn streven is met gewone woorden dingen zo precies mogelijk te zeggen. Ik vind archaïsch taalgebruik vaak heel mooi, maar in mijn werk zul je het niet tegenkomen.'

En nu verder
'Ik heb niet de ambitie me helemaal in het wereldje te gaan onderdompelen. Mijn eerste ervaringen zijn niet zo gunstig. Veel mannen beginnen eerst over mijn uiterlijk. Goh, zo maken ze ze niet meer - dat soort teksten. En pas op het laatst komt de vraag: schrijf je ook?

'Ik ben wel wat nerveus nu, ja. Niet om de kritieken, maar om het derde oog dat voortaan met me mee zal lezen. Zal ik anders gaan schrijven nu er een publiek is of trek ik me er niks van aan? Fernando Pessoa laat in zijn Het boek der rustelozen een dichter aan het woord. Hij is bang een bepaald gevoel te zullen gaan verliezen - het niet gepubliceerd zijn. Dat is ook een beetje mijn vrees.'

Beeld -

Het was allemaal heerlijk

Eerste zin uit Anna, ode aan een kattenstaart:

'Mijn naam was Anna. Maar toen ik net achttien was geworden gumde hij me uit.'

Ru de Groen, 56. Woonplaats Amsterdam. Uitgever Krikke Special Books (bedrijfsboeken). Boek: Anna, ode aan een kattenstaart (De Geus).

Over de inhoud
'Anna is een stil meisje dat opgroeit in Breda. Op de middelbare school wordt ze verliefd op een overrompelende jongen. Die weet haar uit die stilte te trekken. Maar dan kwetst hij haar diep met een bijnaam: Pies Kattenstaart. Dat blijkt bepalend voor haar leven. Ik heb die bijnaam ook echt gehoord. Ik fietste met een vriend langs een meisje dat ik te mooi vond om te durven aanspreken, maar hij riep echt: pies kattenstaart. Waar hij dat vandaan haalde, weet ik niet. Het bleef het meisje een behoorlijke tijd achtervolgen.'

Over het vak
'Het voorval is zelfs een drijfveer geworden om te gaan schrijven. Ik heb me er altijd een beetje schuldig over gevoeld dat ik er toen niks aan heb gedaan. Het is bijzonder hoe twee woorden een leven helemaal op zijn kop kunnen zetten. Het hoeft niet altijd de Tweede Wereldoorlog te zijn.

'Als pas begonnen student Nederlands in Amsterdam, in 1976, hield ik eens stil bij de etalage van Atheneum. Ik dacht toen al: hier kom ik eens te liggen. Ik ben nu 56 en al die tijd is dat idee blijven hangen. Het kwam er gewoon niet van. Ik ben de zakelijk agent van Max Velthuijs geweest en deed de merchandising van karakters uit kinderboeken, zoals Kikker en Nijntje. Daar beleefde ik ook plezier aan. Ik heb uiteindelijk één pagina opgestuurd naar literair agent Paul Sebes en die was gelijk enthousiast. Dat kan ik iedereen aanraden, een literair agent. Bij uitgeverijen beland je al snel op de grote stapel.

'De stijl is belangrijk. Voor mij zijn mooie zinnen veel waardevoller dan de vraag hoe het afloopt. Mooie zinnen vind ik bij Reve, bij Couperus. Ik probeer fijnzinnige taal te gebruiken, ik zal nergens grof zijn. Je kunt het een voorzichtige stijl noemen. Waar mogelijk zit er humor in, liefst wat absurdistisch. Ik gebruik soms wat ik hoor op straat. Iemand vroeg bijvoorbeeld aan een ander of hij al lang trompet speelde. Het antwoord was: ja, maar op gegeven moment ben ik twee keer gestopt. Dat kan dus niet, op een gegeven moment twee keer stoppen. Ik hou erg van dat soort fouten.'

En nu verder
'Ik heb drie jaar aan dit boek gewerkt. Van tien tot twaalf 's morgens, op vrije dagen. Ik vond het allemaal even heerlijk, ik wist meteen: dit is het leukste dat ik ooit heb gedaan. Het jeukt al weer, ik heb al weer een idee voor een tweede boek. Het literaire landschap is zo verscheiden, ik geloof wel dat er ook een plekje voor mij zal zijn. Ik ga zeker door!'

Beeld -

Geen puf voor een roman

Eerste zin uit Wie heeft er wél een boek bij zich?

'Ik wilde graag lesgeven en solliciteerde bij een ROC.'

Johan Goossens (31). Woonplaats Amsterdam. Cabaretier, docent Nederlands, columnist. Boek: Wie heeft er wél een boek bij zich? (Thomas Rap).

Over de inhoud
'Het is een bundeling van mijn columns in Het Parool over mijn ervaringen als docent op een roc in Amsterdam - nee, ik zeg nooit welke het is om de school en de leerlingen uit de wind te houden. Het begint bij mijn sollicitatie en eerste les. Heeft u ervaring? Nee. Heeft u een diploma? Nee. Dan kunt u meteen aan de slag, u heeft dertien klassen. En zo stap ik de wereld in van blingbling, Red Bull, chaos en vrolijkheid.'

Over het vak
'Het Parool belde vorig jaar nadat ik bij Pauw & Witteman over mijn werk had verteld. De frequentie is één keer per week, nu op dinsdag. Ik stel twee eisen als ik een column schrijf: het moet waar zijn en leerlingen moeten onherkenbaar blijven. Ik heb geen programma, ik heb niet de ambitie om bevolkingsgroepen te emanciperen of de werkelijkheid te romantiseren, ik wil laten zien wat er gebeurt. Dat iemand in de klas een pistool bij zich heeft, dat meisjes niet meer op school terugkeren omdat ze misschien zijn uitgehuwelijkt. Maar ook dat je veel plezier met de leerlingen kunt beleven.

'Toen Thomas Rap voorstelde de columns te bundelen, had ik mijn ambitie om een boek te schrijven vrijwel opgegeven. Ik had een manuscript klaar op basis van mijn belevenissen als vrijwilliger op een school in Ghana. Dat was heftig: lesgeven aan 35 kinderen met honger op een school zonder boeken en elektriciteit. Meer dan gematigd enthousiasme maakte ik niet los bij uitgevers. Ik had uiteindelijk gewoon geen puf voor een roman. Je werkt keihard aan iets en je weet niet zeker of er wel iemand op zit te wachten.

'De bundel is realistisch, maar ook humoristisch - ik ben cabaretier. Ik streef een naturel taalgebruik na. Het moet niet opdringerig zijn, niet bombastisch. Terloops meer, dat is een goed woord. Ik voel verwantschap met F. Springer, met Elsschot, met Bob den Uyl. Het minimalistische ervan. Het relativerende ook - kijk, wat ben ik toch een lul de behanger.'

En nu verder
'Als ik nu zou worden gevraagd een roman te schrijven, zal ik er wel over nadenken. Misschien blaas ik dan wel het stof van mijn Afrikaproductie. Ik geloof nog steeds dat het een zeer goed boek is! Ik heb me altijd meer schrijver gevoeld dan cabaretier of docent. Maar om dat alleen maar te doen, lijkt me te eenzaam en te rsi-gevoelig. De combinatie bevalt goed. In het theater ontmoet ik blank en elitair publiek, in de klas sta ik midden in de multiculturele samenleving en nu ga ik in de literaire wereld bier hijsen met de grote schrijvers.'

Volkskrantredacteur Arjan Peters interviewt zondag 7/9 de drie debutanten op Manuscripta, in de centrale hal van het stadhuis in Utrecht. manuscripta.nl

Beeld -
Meer over