Vrienden die maar wat aan klungelen

Vandaag krijgt toneel- en scenarioschrijfster Maria Goos (Pleidooi, Oud Geld, Cloaca) de Gouden Ganzeveer uitgereikt voor haar bijdrage aan de cultuur in Nederland....

De koningin van de dialoog, zo wordt ze wel genoemd. Maria Goos (1956) die misschien wel liever vroedvrouw was geworden dan schrijfster. Beide beroepen verenigde ze in een wekelijks dagboek in het magazine van de Volkskrant: onder de titel Leef!. Daarin publiceerde ze als vroedvrouw Anna e-mails naar een fictieve vriendin.

Maar haar werkelijke professie is scenariste. Scripts voor televisie en toneel met dialogen, zo levensecht dat ze door een publiek onmiddellijk worden herkend als de neerslag van een hedendaags levensgevoel. In spitse zinnen met een raak gevoel voor dagelijks taalgebruik. Zonder dat je een zinnetje zult aantreffen als ‘wil je nog koffie?'

Haar personages praten meestal over iets anders dan over de zaak die op dat moment aan de orde is. Ze ratelen er overheen, associatief, en in de manier waarop ze dat doen, schemert in de verte een verband met dat waar het werkelijk om gaat. Daar kunnen ze geen woorden voor vinden, ze dwalen af, babbelen liever over wat anders dan met de billen bloot te gaan.

Hun teksten zijn brokkelig, onaf, grammaticaal deugt er meestal geen snars van. Moeder Els in Familie: ‘Later dacht ik dan maar in de Stube, toen dacht ik tijdens het eten*en toen Nico*en ik hoor mezelf van alles zeggen, maar niet dat!’ Die stuntelige taal maakt zo'n personage menselijk. Oud of jong, man of vrouw, allemaal zijn het zoekers die vechten met hun ambitie, hun verwachtingen, hun behoeften. Die zich telkens opnieuw geconfronteerd zien met de teleurstellende, soms ontluisterende werkelijkheid.

Waren de figuren in Pleidooi nog jong en idealistisch, in Oud Geld kwamen we terecht in een milieu waar veel onder het tapijt wordt geschoffeld. Men hield zijn fatsoen, op een chique manier, maar de waarheid was voelbaar. Als Ole naar zijn werk gaat, zegt hij: ‘Ik ben weg. Waarop zijn vrouw antwoordt: ‘Ja, je bent weg.’ En we weten dat ze bedoelt: je bent er nooit als ik je nodig heb.

In het toneelwerk dat daarop volgde, Familie, werd die waarheid juist wel openlijk gezegd: hard en meedogenloos. Zoals Nico tegen zijn doodzieke moeder: ‘Doe ons allemaal een heel groot plezier en ga alsjeblieft snel dood.’ En vaak was dat ook weer erg om te lachen. Net als in Cloaca, waarin een vriendenclub van veertigers elkaar na jaren terugziet, allemaal gevangen in ambities.

Goos boetseert haar plots vanuit de figuren. Ze is geen ster in het opzetten van een hechte plotlijn. En als ze dat al doet, wijkt ze er al schrijvend herhaaldelijk van af. De spanning in haar scripts zit niet zozeer in het verhaal of in de botsingen tussen personages, hoe vaak die elkaar ook de waarheid zeggen. Zo'n conflict dient vooral om een figuur te ontmaskeren. En uit die onttakeling komt de spanning voort. En herkenning. Mensen van vlees en bloed. Ze laat familie zien, vrienden, die maar wat aan klungelen met hun leven.

Ze werd meermalen gelauwerd. Nu krijgt ze opnieuw een prijs. Kees van Kooten was haar voorganger als laureaat. Net als hij heeft zij de alledaagse taal nieuw elan gegeven.

Meer over