Vreemd volk

Vreemd antiek volk

Meer dan wie ook in Nederland heeft Fik Meijer de antieke wereld toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Zijn vorige boeken, over, onder andere, wagenrennen, gladiatoren, de Gallische leider Vercingetorix, en de dood van Romeinse keizers, zijn goed geschreven bestsellers die in veel landen zijn vertaald. In al deze boeken belicht Meijer op vakkundige en enthousiaste wijze een opvallend maar beperkt onderdeel van de antieke wereld.

In Vreemd volk gaat hij een stap verder. In dit boek gaat het om 'de wijze waarop Grieken en Romeinen andere volken tegemoet traden'.

Hoe werd in de antieke wereld - hier keurig onderverdeeld in chronologische hoofdstukken - omgegaan met immigranten, met 'vreemd volk'?

Het is een kolossaal onderwerp, waarvan de actualiteitswaarde duidelijk is. Integratie staat volop in de belangstelling, zoals de naamsverandering van het ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie in 'Integratie en Wijkverbetering' laat zien.

Over de rol die zijn boek in discussies zou kunnen spelen is Meijer tweeslachtig. Enerzijds zegt hij - terecht - dat hij afziet van vluchtige parallellen met het heden omdat 'de verschillen tussen de vreemdelingenproblematiek van de klassieke oudheid en die van de moderne tijd minstens zo significant zijn als de overeenkomsten'.

Aan de andere kant begint Vreemd volk wel met aandacht voor de huidige betekenis van (op antieke termen gebaseerde) woorden als xenofobie, discriminatie, integratie, autochtonen, et cetera, en nodigt Meijer de lezer expliciet uit om 'te oordelen of de in de oudheid gekozen oplossingen ons in deze verwarrende tijden nog enig houvast kunnen bieden'.

Uiteindelijk blijkt de oudheid die Meijer beschrijft, ver van ons af te staan. Opvattingen over en reacties op 'andere' volken worden beschreven in hun contemporaine, sociaal-politieke context.

Meijer geeft bij elke periode uit de oudheid (en in ruim driehonderd pagina's passeert anderhalf millennium geschiedenis de revue) uitgebreide inleidende achtergronden.

Steeds wordt, met aandacht voor detail en oog voor mooie voorbeelden, een stad, regio of maatschappij uit de oudheid gereconstrueerd, waarna Meijer bekijkt hoe belangrijk 'vreemdelingen' in die maatschappij waren, hoeveel ruimte ze hadden om zich te ontplooien, en welke reacties er waren op de komst van vreemd volk.

Wie precies vreemdeling is laat Meijer van de situatie afhangen. De oudheid, schrijft hij, kende daarvoor geen heldere begrippen (zo komt het Griekse woord xenofobie niet in de antieke literatuur voor). Allen die 'door hun herkomst, afwijkende gewoonten of religieuze gedragingen nieuwsgierigheid of kritiek opriepen', kunnen aan bod komen.

Daarmee kijkt Meijer op een fundamenteel andere manier naar antieke opvattingen over 'vreemd volk' dan bijvoorbeeld Benjamin Isaac deed in zijn invloedrijke The Invention of Racism in Classical Antiquity (2004), dat voor Vreemd volk wel een duidelijke inspiratiebron is geweest.

Isaac stelt zich de vraag of er in antieke teksten een 'proto-racisme' te vinden is dat opvattingen en gedrag uit een latere periode kan verklaren. Daarbij hanteert hij heldere definities van begrippen als ras, etniciteit en vreemdeling, met een verwijzing naar sociologische, antroplogische en biologische literatuur. Isaac kijkt naar opvattingen en vooroordelen die ontstonden in de smeltkroes van culturen die het antieke mediterrane gebied was.

Het verschil in benadering tussen Meijer en Isaac wordt duidelijk bij de manier waarop ze naar (vooral Griekse) slavernij kijken. Voor Meijer is relevant hoeveel slaven er waren, hoe ze behandeld werden en welke sociaal-economische rol ze speelden, en interessant hoe slaven en niet-slaven konden samenwerken en welke rol ex-slaven op den duur konden gaan spelen in de maatschappij.

Hij illustreert zijn verhaal met een overzicht van de taakverdeling bij de bouw van het Ereich-theion op de Acropolis (409-407 v.Chr.). B

urgers en slaven werkten daar samen als steenhouwer of timmerman, maar alleen burgers waren architect of beeldhouwer.

Er zijn ook voorbeelden van Atheense ex-slaven die als bankier een belangrijke maatschappelijke positie innamen. Een theoretische onderbouwing voor slavernij vanuit een Grieks superioriteitsgevoel (vooral in geschriften van Plato en Aristoteles) komt bij Meijer wel aan bod, maar de nadruk ligt op hoe vreemd volk praktisch gesproken in een maatschappij van de oudheid werd geïntegreerd.

Voor Isaac daarentegen staat de theoretische onderbouwing centraal. Hij schrijft over de manier waarop Griekse én Romeinse schrijvers de 'barbaren' als minderwaardig beschouwden, wat latere Europese denkers niet uit de oudheid overnamen - waarschijnlijk omdat zij zelf naar Grieks- Romeinse maatstaven barbaren waren.

De veel praktijkgerichtere benadering van Meijer maakt het mogelijk om niet alleen te kijken naar hoe er met vreemdelingen werd omgegaan, maar ook naar de immigranten zelf.

Zo beschrijft hij in zijn hoofdstukken over het keizerlijke Rome eerst de observatie van de Romein Seneca (zoals zoveel Romeinen trouwens geboren in Spanje): 'Alle volkeren zijn hier samengestroomd in de stad die zowel deugden als ondeugden bevat', en vervolgens gaat hij na wat er op basis van inscripties kan worden gezegd over leeftijd en geslacht van immigranten die naar de stad Rome zijn getrokken (de meesten zijn jonge mannen van 20-30 jaar). Meijer beschrijft ook hoe verpletterend de stad op immigranten moet zijn overgekomen, met haar 28 bibliotheken, 11 fora, 19 aquaducten, 46.602 flatgebouwen en 46 bordelen.

Het Romeinse rijk kon ontstaan doordat steeds meer volkeren aan het gezag van Rome werden onderworpen, waaruit vervolgens nieuwe Romeinen voortkwamen. Hoe vanuit de verscheidenheid van verschillende volken en culturen een gemeenschappelijk identiteit werd gevormd, krijgt bij Meijer minder aandacht.

Vreemd volk is prachtig geschreven en staat vol mooie anekdotes. Meijer geeft een helder en overtuigend beeld van de manier waarop verschillende maatschappijen uit de klassieke oudheid functioneerden, en wat het belang van vreemd volk in elk van die maatschappijen was.

Tussen de regels door wordt ook duidelijk hoe de geschiedenis van die antieke wereld te omvatten is als steeds veranderende verhoudingen tussen vreemde volken. Maar 'enig houvast' in 'deze verwarrende tijden' bieden de door Meijer beschreven scenario's niet.

Daarvoor blijven de voorbeelden te specifiek historisch en ingebed in de eigen tijd. Voor de hedendaagse lezer blijven de Grieken en Romeinen die Meijer beschrijft, toch vooral 'vreemd volk'.

Meer over