Vossius

Toen de veelzijdige geleerde Gerardus Joannes Vossius in 1631 door het Amsterdamse gemeentebestuur uit Leiden werd weggekocht om samen met zijn vriend Caspar Barlaeus leiding te geven aan het pas opgerichte Athenaeum Illustre (de voorloper van de universiteit), had hij al een grote reputatie opgebouwd....

Daar legde hij als hoogleraar welsprekendheid, geschiedenis en Grieks de basis voor zijn omvangrijke wetenschappelijke werk. Hij publiceerde boeken over retorica en geschiedenis en werkte mee aan een nieuwe schoolwet voor de Latijnse Scholen in Holland. In Amsterdam zette hij zijn werk energiek voort. Hij publiceerde grote werken over Latijn, dichtkunst, klassieke natuurkunde, mythologie en kerkgeschiedenis. Met Barlaeus maakte hij het Athenaeum Illustre tot een gerespecteerd centrum van wetenschap.

'Vossius was een van de laatste en allergrootste vertegenwoordigers van het vroege Nederlandse humanisme', schrijven C.S.M. Rademaker en J.A.A.M. Biemans in Vossius in verleden en toekomst - Een groot geleerde en het behoud van zijn manuscripten (Universiteitsbibliotheek Amsterdam; fl. 15,-). 'De herontdekking van de rijke literaire erfenis van de klassieke en christelijke oudheid had een nieuwe wetenschap in het leven geroepen. Men las en herlas de oude geschriften, zocht naar de beste teksten en de meest betrouwbare interpretaties, en vertaalde de inhoud naar de wetenschap en de praktijk van de eigen tijd toe. In die traditie was Vossius in Dordrecht en Leiden gevormd.'

Het boekje vormt de schriftelijke begeleiding van een tentoonstelling in de Amsterdamse universiteitsbibliotheek die tot en met 29 april wordt gewijd aan leven en werk van Vossius. Directe aanleiding is het feit dat Vossius 350 jaar geleden, op 17 maart 1647, op 72-jarige leeftijd overleed, maar belangrijker is dat de samensteller van de expositie, de conservator handschriften J. Biemans, de gelegenheid te baat heeft genomen iets te laten zien van de wijze van conservering van Vossius' handschriften.

Pronkstuk is de Catalogus Librorum, waarin Vossius zijn hele boekenbezit bijhield. Deze catalogus bevat ruim 275 bladen papier en telt ruim 3800 boektitels. Oorspronkelijk werkte Vossius met losse cahiers, waarbij hij vaak extra bladen toevoegde als hij ruimte tekortkwam. Op een gegeven moment besloot hij de cahiers in één band bijeen te brengen, maar ook daarna voegde hij nog extra bladen toe, die hij soms alleen met een speld vastprikte. Het kwam er voor hem op aan dat elk boek op de juiste plek werd ingeschreven.

Enkele jaren geleden besloot de universiteitsbibliotheek de catalogus, die in een zeer kwetsbare staat verkeerde, ingrijpend te laten restaureren, ook al om verfilming op microfiches mogelijk te maken met het oog op boekhistorisch onderzoek. De Maastrichtse restaurator Peter Schrijen kreeg het verzoek de moeilijke klus te klaren. Hij haalde de hele catalogus uit elkaar.

Biemans: 'Katern voor katern werd elk dubbelblad en elk enkelblad van de aanwezige krulrandjes ontdaan en enigszins gevlakt. Alleen los vuil is verwijderd, stofranden en waterranden zijn gereduceerd. Scheuren zijn gedicht, bladranden waar nodig verstevigd.' Voordat alle bladen weer werden gebundeld, werden ze op film gezet.

Vossius onderhield een uitgebreide correspondentie. De afgelopen jaren zijn ook delen van deze brieven gerestaureerd. De brieven waren meestal gebundeld en ingebonden. Bij de restauratie worden ze stuk voor stuk losgenomen en behandeld. Anders dan de Catalogus Librorum worden de brieven voortaan los bewaard en niet meer gebundeld. Ze worden allemaal op film vastgelegd.

'Het behoud van deze collectie brieven en manuscripten, een cultuurschat uit het verleden, is nodig voor een zinvol en verantwoord gebruik daarvan in de toekomst', concludeert Biemans.

Meer over