REPORTAGEla yenka

Vooruit, achteruit: het ongelofelijke maar tragische verhaal van een Spaanse zomerhit

Heel Spanje danste in de jaren zestig mee op de eerste échte Spaanse zomerhit van twee Hollandse jongens, Charles en Wim Recourt uit Amsterdam. Als Johnny en Charley werden ze daar ‘even beroemd als The Beatles’, die ze dan ook van hun troon stootten in de Top-10. Minder bekend: hoe hun succesverhaal bruut werd verstoord, nog voor het goed en wel was begonnen. 

Beeld Bob Op't Land

Links, links, rechts, rechts, vooruit, achteruit, één twee drie...

Refrein van La Yenka (1964)

Het is al zondag als de Amsterdamse broers Charles (27) en Wim Recourt (25) op het parkeerterrein van het Teatre Fortuny in de Catalaanse plaats Reus na een optreden in hun auto stappen, een Seat 600. Ze gaan alvast op weg naar Salou, voor een volgende reeks optredens, en willen aan de kust nog wat eten. Het is niet ver, zo’n tien kilometer. Charley, de oudste, rijdt.

De stemming in de nacht van 28 februari 1965 is euforisch. Hun leven heeft een onverwachte wending genomen. Dankzij La Yenka, een compositie van de oudste, Charles, op de maat van de in heel Europa populaire Finse volksdans Letkajenkka, ligt Spanje aan de voeten van het duo. Voor een optreden krijgen ze soms wel 2.000 gulden (900 euro), het geld stroomt binnen.

Charley en Johnny Kurt, noemen de broers zichzelf. Ook hun voornamen, Charles en Wim, hebben ze veranderd. Twee weken voor deze winternacht had La Yenka de eerste plaats van de Spaanse hitparade bereikt, als opvolger van A Hard Day’s Night van The Beatles. Overal in Spanje wordt La Yenka gezongen – en gedáán, want de broers hebben er een eenvoudige, maar onweerstaanbare dans bij bedacht, uit te voeren tijdens het refrein.

Het immense succes La Yenka heeft de jongens uit de Amsterdamse Stadionbuurt overvallen. Verder dan kleine zalen en podia van bescheiden afmetingen, op feesten en partijen, waren ze in de jaren ervoor niet gekomen. Drie jaar lang treden ze op, van Mallorca tot Málaga, een duo zoals vele anderen, maar brandend van ambitie en gezegend met doorzettingsvermogen en improvisatietalent.

De wind begint uit een andere hoek te waaien als platenmaatschappij Hispavox ze in 1964 de kans biedt om een plaatje op te nemen, met vier nummers. Een jonge en veelbelovende Argentijnse producer en opnameleider, Waldo de los Ríos, gaat met de broers aan de slag. Ook hij gebruikt een pseudoniem, Frank Ferrar.

De los Ríos overtuigt Johnny en Charley ervan om de melodica te gebruiken, een wonderlijk blaasinstrument met toetsen. De vier nummers, La Yenka, Eh! Nena, Baila La Yenka en Yenka Riketik, zijn een mengelmoes van volksmuziek, wals en twist. Op de achterzijde van het hoesje is het dansje van het openingsnummer uitgetekend: twee stappen naar links, twee stappen naar rechts, een draai naar voren, een draai naar achteren, drie stappen naar voren.

De plaat met de vier liedjes slaat niet aan. De broers houden al rekening met een mislukking, de zoveelste, als ze onverwacht worden uitgenodigd voor een optreden op de Spaanse televisie. Daags voor Kerstmis zijn ze te gast in het populaire muziekprogramma Cancionero van presentator Raúl Matas.

Het publiek vergaapt zich aan bekende artiesten als Los Tamara, Lolita Garrido, George Green en Luis Recatero én aan twee blonde, vrolijke en – voor Spaanse begrippen – lange twintigers uit Nederland die ‘alle jongens en alle meisjes’ uitnodigen om La Yenka te dansen. Iedereen doet mee, vanaf dat moment.

Spanje ligt aan hun voeten als Johnny en Charley, de Amsterdamse jongens die The Beatles van hun troon hebben gestoten, in de nacht van zondag 28 februari 1965 met hun kleine auto met het kenteken M-380-400 Teatre Fortuny in Reus verlaten en op weg gaan naar de kust. Ze zijn vermoeid. 

Op de gevaarlijke en beruchte kruising van de N-340 met La Nacional, de snelweg tussen Barcelona en Valencia, wacht het onheil. Charley, de chauffeur, is in slaap gevallen. Ze rijden met hoge snelheid, meer dan 100 kilometer per uur.

Een vrachtwagen, van rechts. Een enorme klap. Een grotendeels verwoeste auto, verwoeste levens. Een dramatisch einde – nog voor het goed en wel is begonnen.

Beeld Bob Op't Land

Dit is het haast onwaarschijnlijke, maar vergeten verhaal van de avonturiers Charles en Wim Recourt uit Amsterdam; van Charley en Johnny Kurt, de mannen van La Yenka, een nummer dat in Spanje als de eerste zomerhit uit de geschiedenis wordt beschouwd, door meer dan een miljoen Spanjaarden wordt gekocht, in de hitparade twee maanden lang op de eerste plaats staat en tot op de dag vandaag populair is gebleven.

Het verhaal van La Yenka begint al in de jaren vijftig, in Amsterdam. Albert Recourt, een vertegenwoordiger, en zijn vrouw Geertruida van der Ven hebben na hun huwelijk in 1930 drie zoons gekregen. Alle drie hebben ze een avontuurlijke inslag, alle drie zijn ze muzikaal.

De jongste, Wim, is 18 jaar als hij begin januari 1958 in hotel Krasnapolsky in Amsterdam ‘voor een totaal uitverkochte enthousiaste zaal van jongens en meisjes’, aldus dagblad Het Vrije Volk, meedoet aan een talentenshow waarin wordt gezocht naar ‘de Nederlandse Pat Boone’. De Amerikaanse zanger, een brave rock-’n-roll-ster die hit na hit scoort, is ook in Nederland populair.

Achter de 17-jarige hbs-scholier Piet Sybrandy uit Enkhuizen eindigt Wim Recourt in de finale als tweede. Hij wordt beloond met de titel ‘de Amsterdamse Pat Boone’ en met langspeelplaten van de Amerikaan en haalt landelijk de publiciteit. ‘De 18-jarige Wim Recourt kreeg dinsdagavond een ware ovatie voor zijn vertolking’, schrijft de Friese Koerier.

Wim Recourt, 'Johnny', in het Algemeen Dagblad, 8 januari 1958.Beeld AD

Het is de start van een leven in de muziek. Hij mag optreden in het Concertgebouw en in de nachtclub van Kees Manders in Amsterdam, het Uiltje, het latere Moulin Rouge. Aan het Thorbeckeplein deelt hij het podium onder meer met Zwarte Riek, de Jordanese koningin van het levenslied. Zijn ouders vinden hem er te jong voor en dringen erop aan dat hij zijn studie elektronica hervat, maar Wim gooit zijn kop in de wind.

Hij pakt zijn gitaar en gaat op reis. Via Italië en Brussel komt hij in Spanje terecht. Hij is meteen verkocht, kiest de artiestennaam Johnny en regelt een optreden tijdens Las Fallas, de bekende straatfeesten in maart in Valencia. Zijn terugkeer naar Nederland is noodgedwongen, hij moet zijn dienstplicht vervullen. 

Ook zijn broers Ab en Charles bezwijken voor de lokroep van Spanje. Met muziek hopen ze de kost te verdienen. Het land, begin jaren zestig nog onder bewind van dictator Franco, begint zich langzaam maar zeker open te stellen voor invloeden van buitenaf. De zeden worden losser, het toerisme komt op gang, popmuziek dringt het land binnen, de amusementsindustrie komt op.

Wim, de jongste, is gek op gitaarspelen, Charles zingt het liefst, Ab heeft een voorkeur voor de piano. Net zoals hun jongere broer proeven Ab en Charles al in Nederland aan het succes, als duo. Ze treden eind 1959 op in een tv-programma voor jongeren van de KRO, Testplaat, en krijgen goede recensies.

Een pittig muzikaal optreden, vindt het Algemeen Dagblad het. Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft enthousiast over ‘twee zingende en pianospelende jongens, die de afgelopen zomer op een vakantiereis in Spanje zo’n goede indruk maakten, dat zij op slag een contract van een jaar kregen aangeboden door de Spaanse radio’. Spaanse radiozenders laten vaak vaste artiesten optreden in hun programma’s.

Ab verkiest in Barcelona al snel een loopbaan als fotograaf boven de muziek en Charles vindt een andere Nederlandse partner: Ton den Boer uit Arnhem, ook een avonturier met muzikale ambities. 

Wim heeft Ton leren kennen tijdens hun gezamenlijke militaire dienst. Aangespoord door de verhalen van Wim is Ton naar Barcelona gereisd. Tony, noemt hij zichzelf. Met Charley boekt hij kleine successen in zaaltjes in Barcelona en aan de Costa’s. Het duo Charley en Tony neemt vijf platen op en wordt gevraagd voor optredens op tv en radio, maar de doorbraak blijft uit.

Beeld Bob Op't Land

Wim zoekt het avontuur elders, in Canada en later in Mexico. Ruim anderhalf jaar leeft hij min of meer in een auto, rijdend van baantje naar baantje. Hij is afwisselend ober, mecanicien, schoonmaker en pompbediende. Eén baantje maakt het meeste indruk: afmaker van honden in een dorpje in het noorden van Canada. Hij is er niet trots op, maar het verdient goed: 5 dollar per gedode hond.

De liefde brengt hem eind 1962 terug naar Spanje. Op de feesten Las Fallas in Valencia heeft hij een paar jaar eerder tijdens een show in de Parador del Foc een jonge vrouw ontmoet, Maria del Carmen Tortosa. Carmela, is haar roepnaam. Ze vallen als een blok voor elkaar. Ook als hij in het buitenland verblijft, houden Carmela en Wim contact. In oktober 1963 trouwen ze, de elegante dochter van een textielfamilie uit Valencia en de blonde Nederlander uit Amsterdam. In juli 1964 krijgen ze een zoon, Guillermo.

Een breuk van het ene duo leidt tot de vorming van het andere. Het duo Charley en Tony valt uiteen, de muzikale interesses zijn te verschillend. De twee jongste broers slaan de handen ineen, als Johnny en Charley. Ze beloven elkaar dat ze anders zullen zijn dan de rest.

En dan: La Yenka, een liedje van twee minuten met een eenvoudige, maar uiterst aanstekelijke melodie, gezongen door twee zangers die gekleed zijn in op de Schotse ruit geïnspireerde jasjes en wiens Spaans wordt gekenmerkt door een fors accent. Bovenal is het een vrolijk liedje, een oproep om lol te maken:

Kom op jongens, kom op meisjes, dansen

Iedereen moet meedoen zonder na te denken

Het is heel eenvoudig wat we hier doen

Dit is La Yenka, die zo wordt gedanst

Het hele land danst mee. Johnny en Charley hebben iets losgemaakt wat ze nooit konden bevroeden.

Na de botsing met de vrachtwagen op de kruising van de N-340 met La Nacional bij Salou, in de vroege ochtend van 28 februari 1965, is Johnny er het slechtst aan toe. Zijn rechterbeen is gebroken, diverse spieren zijn gescheurd, hij heeft snijwonden in zijn gezicht en een paar tanden verloren. Charley, de chauffeur, is alleen aan zijn hoofd geraakt. Zijn voorhoofdsbeen is gebroken.

Na tien dagen wordt Johnny geopereerd aan zijn been, voor de eerste keer. Hij herstelt van zijn verwondingen in Valencia, in het ziekenhuis en later thuis bij Carmela. Het gedrag van zijn broer is ongewoon. Hij zegt twee weken lang geen woord. Tegen het advies van de artsen in verlaat Charley het ziekenhuis en trekt hij in bij Ab, zijn oudste broer die in Barcelona woont en is getrouwd met een vrouw uit Madrid.

De familie weet zich geen raad. Charley begint zich steeds gekker te gedragen. Zijn stemmingswisselingen verbijsteren iedereen. Als hij zijn moeder, inderhaast overgekomen, na een dag vraagt om terug te keren naar Nederland, schakelt Ab een specialist in. Er volgen twee operaties, noodzakelijk om de druk op zijn hersenen te verlichten.

De eerste operatie duurt acht uur, de tweede zeven uur – en is fataal. Charles Recourt, Charley, overlijdt op 14 april, zes weken na de crash met de Seat 600.

Drie dagen later wordt hij begraven in Barcelona. Een grote krant, La Vanguardia, doet er uitgebreid verslag van. Talloze kunstenaars, muzikanten, vrienden en bewonderaars wonen ’s middags de begrafenis bij. De stoet vertrekt vanaf het huis van Ab in de Calle de Tamarit. Albert en Geertruida Recourt, de ouders van de broers, zijn uit Nederland gekomen. Ze krijgen steun van de Nederlandse consul in Barcelona, Adriaan Rademakers.

De man die de Yenka introduceerde in Spanje, zo noemt La Vanguardia Charley. ‘Zijn dood maakt een einde aan een van de meest populaire muziekduo’s ter wereld.’ Johnny is niet op de begrafenis. Hij is opnieuw geopereerd, aan zijn dijbeen, en ligt in het ziekenhuis.

In de Nederlandse pers wordt spaarzaam melding gemaakt van de dood van Charley Recourt. Een paar kranten nemen een berichtje van Reuters over. ‘Zijn beenwonden geven nog steeds reden tot ongerustheid’, schrijft het internationale persbureau over Johnny. 

Het overlijdensbericht van Charley in het Algemeen Dagblad, 15 april 1965.Beeld AD

In Nederland is de verovering van Spanje met La Yenka nagenoeg onopgemerkt gebleven. Er is maar één uitzondering, een interview met Johnny in De Telegraaf door Joost C. de Ruiter, in december 1965 in Madrid – het eerste en tevens laatste stuk in de Nederlandse pers over La Yenka en de twee broers.

Het is een triest stemmend verhaal. De aanleiding is de gouden plaat die Johnny in Madrid in ontvangst heeft genomen. Van La Yenka zijn een miljoen exemplaren verkocht. De broers zijn even beroemd als The Beatles in Engeland, schrijft correspondent De Ruiter ter introductie.

Johnny maakt een gebroken indruk. Hij heeft last van zijn been en is spaarzaam met woorden. Zonder enthousiasme vertelt hij over zijn ‘nieuwe leven’ en het eerste miljoen dat hij bijna heeft verdiend. Over het auto-ongeluk zegt hij dat ze stom zijn geweest. ‘We hadden een chauffeur moeten nemen. Dan zou Charley misschien nog leven’.

De Ruiter schrijft: ‘Johnny lacht vaak tijdens zijn verhalen, maar telkens komt over zijn smal geworden gezicht weer die trek van verbijstering, van niet begrijpen. Het is een afschaduwing van die verschrikkelijke nacht van nu al bijna weer een jaar geleden, die het einde betekende van een Nederlands duo dat in Spanje de top van zijn roem bereikte.’

Een turbulent leven volgt. Johnny mist zijn broer. Jarenlang weigert hij La Yenka te zingen. Hij probeert troost te vinden in de muziek en het lukt hem om een plaatje op te nemen: La Cajita, met op de B-kant onder meer het nummer Yo soy Johnny, Ik ben Johnny.

Een hit wordt het niet. Zijn muziek klinkt zonder Charley niet zoals de zomerhit die heel Spanje in zijn greep had in 1965. Hij raakt verslaafd aan de morfine en andere pijnstillers en wordt verteerd door schuldgevoel omdat hij zijn vrouw Carmela en hun zoontje Guillermo nauwelijks aandacht kan geven.

Na een korte breuk verhuist het gezin naar Mallorca. Daar komt Johnny tot rust en krijgt grip op zijn leven. Hij wordt weer vader, van Alicia, opent een bontwinkel, organiseert shows in plaatselijke hotels en keert terug in de muziek, als Johnny Record. España, pais de felicidad, Spanje, land van geluk, heet het nummer dat zijn comeback moet bewerkstelligen. Het lukt niet. 

Ook de andere platen die hij uitbrengt, bijna twee dozijn, slaan niet aan. Een tournee in Nederland met het Johnny Recourt Quartet, gaat ongemerkt voorbij. Alleen met het nummer Taxi trekt hij wat aandacht, omdat het onderdeel wordt van een campagne tegen alcohol in het verkeer. Neem een taxi als je een glaasje op hebt, zingt Johnny, het is veiliger en je bent sneller thuis. Ironisch genoeg staat zijn leven in het teken van de drank. Het vult de gaten tussen optredens en feestjes en verdooft het verdriet om de dood van Charley.

Zijn huwelijk met Carmela loopt definitief stuk. Hij woont in Palma de Mallorca, op de Canarische Eilanden, in Alicante, Benidorm, Valencia, Madrid, Amsterdam, Malmö en Kopenhagen, maar vindt nergens rust. Met Anne, zijn partner in Palma de Mallorca, krijgt hij nog een dochter, Lisa. De laatste jaren van zijn leven brengt hij door in Zweden, met weer een nieuwe partner, Annita.

Beeld Bob Op't Land

Pas halverwege de jaren negentig keert hij dankzij zijn oude dienstmaat Ton de Boer terug in de schijnwerpers. De Boer heeft in Spanje als zanger, producent en componist een succesvolle loopbaan, als Tony Ronald, en beleeft in 1971 een hoogtepunt met Help (get me some help), een enorme internationale hit. Met Johnny treedt hij op in diverse televisieprogramma’s.

Johnny moet zijn laatste krachten aanspreken. Hij is nog geen 60, maar de drank heeft hem verwoest en zijn lever aangetast. Al die jaren is La Yenka zijn metgezel geweest, tegen wil en dank vaak. La Yenka herinnert hem aan de dood van zijn broer, maar vormt tegelijkertijd zijn niet geringe nalatenschap.

Er zijn in het hele land restaurants, cafés, winkels en verenigingen naar La Yenka vernoemd, en zelfs een plein, in wijnstad Valdepeñas. Nooit verdwijnt het lied in Spanje uit het geheugen. Ook Latijns-Amerika gaat om, eind jaren zeventig, als het populaire duo Enrique y Ana het nummer opneemt. Er zouden talloze artiesten volgen.

La Yenka heeft in het benauwde eerste deel van de jaren zestig, met een overheersende rol van de katholieke kerk en het conservatieve en repressieve regime van dictator Franco, een bevrijdend effect. Het wantrouwen dat The Beatles en andere buitenlandse bands oproepen, is afwezig. La Yenka is alleen maar vrolijk, en netjes. Jongens en meisjes en mannen en vrouwen dansen keurig naast elkaar, niet tegen elkaar aan. Zelfs de nonnen in de kloosters dansen mee.

La Yenka is onverwoestbaar. Vorig jaar nog bracht de een na grootste krant van het land, El Mundo, een eerbetoon aan Johnny en Charley, in een artikel waarin 1965 het beste jaar uit de popgeschiedenis werd genoemd.

Zonder ironie wordt betoogd dat hits van The Beatles, The Rolling Stones, The Beach Boys, Sonny & Cher, France Gall en The Supremes in dat jaar werden ‘verpletterd door het charisma en de gratie van Johnny en Charley.’ Ze hadden een ‘duivels mechanisme’ bedacht, een betovering waarmee ze een collectieve dans creëerden.

In de regionale krant La Nueva España uit Oviedo gebruikt in een stuk over de zomer van 1965 ook historicus Javier García Cellino soortgelijke grote woorden. Hij schrijft dat La Yenka ‘een voorbode van de toekomstige vrijheden in ons land’ was.

Beeld Bob Op't Land

‘En toen schonken Johnny en Charley, een duo uit Noord-Europa, ons een melodie die verhaalde over veranderingen, ja zelfs over aardverschuivende bewegingen. Er bewoog iets, al wisten we nog niet waarheen. Hoe dan ook waren we besmet door een nieuwe hartstocht (...). We begonnen te draaien van links naar links en van rechts naar rechts, van voor naar achter, een, twee en zelfs duizend keer, met het besef dat we al dansend de wereld op onze eigen manier herinterpreteerden.’

Guillermo Juan Recourt Tortosa en zijn zwangere vrouw zijn erbij als op 21 februari 1997 in het VU-ziekenhuis in Amsterdam een einde komt aan het roerige leven van Wim ‘Johnny’ Recourt. Als artsen in Barcelona hem hebben opgegeven, hij heeft leverkanker, besluit hij euthanasie te laten plegen en terug te keren naar zijn geboortestad. In Spanje is euthanasie verboden.

Guillermo is dan 32 jaar, Johnny 57. Bijna 25 jaar later staan de details van de laatste dagen van zijn vader Guillermo nog glashelder voor de geest. Een paar keer luisteren ze in het ziekenhuis naar de laatste plaat die Johnny samen met Tony Ronald kort voor zijn dood maakte, Reunión. Het eerste nummer op de cd klinkt het vaakst: La Yenka, een nieuwe versie.

De cd Reunión uit 1997 van de twee dienstmaten Ton de Boer en Wim Recourt, oftewel Tony Ronald en Johnny Recourt.Beeld Marina Music

Telefonisch organiseert Johnny zijn eigen crematie. Voormalige geliefden, vrienden en familieleden komen in het ziekenhuis afscheid nemen. Aan sommigen vraagt hij vergeving voor zijn misstappen. De stemming is afwisselend licht en zwaar. ‘Maar tot op het laatst behield hij zijn gevoel voor humor.’

De zoon en de vader bidden, huilen en lachen. De gedachte dat hij zijn kleinzoon niet zal leren kennen, grijpt Johnny aan. Dankzij een echografie kan hij op zijn sterfbed het hartje van het ongeboren kind zien en horen kloppen. Carlos, zou het kind gaan heten.

Op de crematie klinkt We Are the Champions van Queen, op verzoek van Johnny. Guillermo: ‘Dat paste goed bij hem. Hij was een echte kampioen, op zoek naar geluk in tegenspoed.’ De as van Johnny wordt verstrooid op een plek die hij zelf had uitgekozen, Guillermo wil uit piëteit niet zeggen waar.

De ‘dagen van stiltes, gelach, tranen en verhalen’ veranderen zijn leven. Zijn huidige werk, rouwbegeleider, is een direct gevolg van het afscheid van zijn vader. Hij koestert het samenzijn in het VU-ziekenhuis: ‘Ik ben getuige geweest van zijn genialiteit en van zijn drama. Hij heeft het sterrendom én de vergetelheid ervaren. Maar bovenal was hij een man die erin slaagde te stralen, zelfs op zijn sterfbed.’

Het overlijden van Johnny kreeg in Spanje nauwelijks aandacht. In een stuk op LinkedIn in 2018 bracht Guillermo het verhaal over zijn vader voor de eerste keer naar buiten. Steeds beter is hij erin geslaagd hem en diens oudere broer te doorgronden, zegt hij. 

‘Johnny en Charley waren net grote kinderen. Ze genoten van hun levens als bohemien en hun onconventionele leefstijl. Ze traden graag op, zongen graag voor mensen. Dat was belangrijker voor ze dan succes.’

Beeld Bob Op't Land

Zijn vader was een globetrotter. ‘Zelf zei hij altijd dat hij peper in zijn kont had. En hij was een showman. Hij had een speciale aantrekkingskracht en maakte mensen vrolijk als ze naar hem luisterden. En hij was onbaatzuchtig. Hij was al tevreden als hij op zijn gitaar kon spelen, met een koud biertje erbij en heel veel zon.’

Het viel niet altijd mee, het leven in een gezin met Johnny Recourt. ‘Hij wilde alles uit het leven halen, zocht voortdurend naar het geluk, maar leed veel door zijn alcoholisme. Ik heb hem heel vaak dronken uit cafés moeten halen en hij heeft meer dan tien auto-ongelukken gehad, die hij wonder boven wonder allemaal overleefde.’

Wrok koestert Guillermo niet. ‘Hij was een geweldige vader, vol liefde.’ En La Yenka? ‘Het liedje maakt voor altijd deel uit van de Spaanse muziekgeschiedenis en van ons collectieve geheugen. Na al die jaren voel ik me bevoorrecht als ik naar oom Charley en mijn vader luister.’

Contact met Nederlandse familieleden is er niet meer, zegt Guillermo, en hij onthult een familiegeheim. Charley was vader van een dochter. Ze werd geboren in Barcelona. ‘Sinds enkele jaren hebben we contact met elkaar. Ze lijkt veel op oom Charley.’

Johnny sprak hoogst zelden over zijn overleden broer. ‘Het deed hem te veel pijn. Maar als hij zijn naam noemde, lichtte zijn gezicht op en keek hij altijd in de richting van de hemel.’ 

In de laatste ogenblikken van zijn leven was Johnny Recourt weer samen met zijn broer. ‘Hij stak zijn hand uit naar Charley. Dat deed hij niet zomaar. Hij zag hem.’

Meer over