RecensieDe eeuw van J.L. Heldring (1917-2013) – Een biografie

Voorbeeldige biografie van NRC-coryfee Heldring (vijf sterren)

null Beeld rv
Beeld rv

‘Hoe spreek ik hem aan?’ Dat is de vraag waarvoor collega’s, relaties en zelfs vrienden van Jérôme Heldring (1917-2013) zich gedurende diens hele leven gesteld zagen. Heldring zelf schiep in dezen geen duidelijkheid. ‘Zijn wat in zich zelf gekeerde aard maakte in zijn eerste tijd bij de NRC zijn verkeer met collega’s wat stroef’, schreef hoofdredacteur Maarten Rooij in 1958. Om aan deze observatie toe te voegen dat Heldring, hoewel ‘nog steeds zeer correct’, ook jaren later ‘nog wel eens de soepelheid (miste) om tegenover collega’s de juiste houding te vinden’.

In die situatie was geen verandering gekomen toen Heldring in 1968 zelf hoofdredacteur werd van de NRC (aan de vooravond van de fusie met het Handelsblad). ‘Ze gaan toch niet allemaal Jérôme zeggen?’, vroeg hij vertwijfeld aan een vertrouweling. Hij tutoyeerde zijn intimi weliswaar, maar sprak hen zelden aan bij hun voornaam. Zo schreef hij in 2012, een jaar voor zijn dood, de bevriende historicus Henk Wesseling voor het eerst aan als ‘beste Henk’. Heldring meende dat het hem, als meester in de rechten, niet toekwam om op voornaam-basis met een hoogleraar te verkeren. Wesseling op zijn beurt meende dat hij, als jongere van de twee, ‘amice’ Heldring niet ongevraagd Jérôme kon gaan noemen. En zo hield hun vormelijkheid stand tot diep in de 21ste eeuw.

Het lag dus niet in de rede – zeker niet in die van zijn vader, de reder en bankier Ernst Heldring – dat hij emplooi zou vinden in de journalistiek. Met veel gevoel voor deze ironie heeft Hugo Arlman, oud-redacteur van Vrij Nederland, een voorbeeldige biografie van Heldring geschreven. Arlman maakt inzichtelijk dat Heldring juist door zijn afstandelijkheid bij uitstek in staat was om de tijdsverschijnselen in zijn bewogen eeuw te analyseren – niet gehinderd door vooringenomenheid of enige mode van de dag.

Heldring was niet uit op het verwerven van invloed. Sterker: met dit streven zou de onafhankelijke columnist zichzelf verloochenen. ‘Waar het op aankomt, is de mensen tot nadenken te zetten.’ Als auteur van de rubriek Dezer Dagen heeft Heldring dat heel lang gedaan: van 1960 tot 2012. Ruim 4.400 afleveringen, van 800 tot 1.000 woorden, schreef hij. Daarin eiste Heldring nooit onfeilbaarheid voor zichzelf op, getuige ook zijn bereidheid om de lezer deelgenoot te maken van beoordelingsfouten, voortschrijdende inzichten en ongerijmdheden in zijn zienswijze.

De voornaamste constante in zijn columns was zijn overtuiging dat de veiligheid van Europa een intensieve samenwerking met de Verenigde Staten vereiste. Atoompacifisme, neutralisme – volgens Heldring een onuitroeibare Nederlandse dwaling – en modieus antiamerikanisme kon hij dan ook heel slecht verdragen. Dat de trans-Atlantische samenwerking van Amerikaanse zijde zou worden ondermijnd, heeft zelfs Heldring niet kunnen voorzien.

In de biografie van Hugo Arlman sterft Heldring op pagina 301. De auteur is dus niet gevoelig gebleken voor het misverstand dat een goede biografie per definitie een dikke biografie is. En dat is niet zijn enige verdienste. Zijn waardering voor Heldring verkeert niet in dweepzucht. Bovenal heeft hij een spannend verhaal kunnen schrijven van een man wiens leven welbeschouwd niet zo spannend was, maar die wel heeft laten zien hoe spannend de eeuw was waarin hij leefde.

Hugo Arlman: De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013) – Een biografie
Van Oorschot; 381 pagina’s; € 34,99.

Meer over