Voor wie zich graag laat meevoeren

Het contrast had niet groter kunnen zijn. De plaats van handeling was het Henri-Polakhuis, het vakbondsmuseum in Amsterdam. Aan de muur van de grote zaal de stille herinneringen aan de hoogtijdagen van de Nederlandse arbeidersbeweging....

Met de blijmoedigheid van een evangelist hield hij zijngehoor van journalisten voor hoe zij door volledige overgave aande razendsnelle technologische ontwikkelingen de dageraad van eengedigitaliseerde toekomst kunnen bereiken. Wie zich niet aanpast,gaat ten onder.

Het was een fascinerend verhaal, niet alleen over een nieuwewereld maar ook over een nieuwe mens. Intrigerend maar ookverontrustend. Want toen de multimediadeskundige vertelde dat inJapan straks een mobiel apparaatje op de markt komt, waarmee debezitter drie gesprekken tegelijk kan voeren, kreeg ten minsteéén toehoorder acuut een aanval van cultuurpessimisme.

Communiceren lijkt een doel in zichzelf te worden, op hetobsessieve af. Iets wat je zonder uitstel moet kunnen doen vanafelke willekeurige plek en op elk gewenst moment. Hier doemt eenmensentype op, dat in een permanente staat van hyperactiviteitverkeert, dankzij de techniek de keus heeft uit oneindig veelcommunicatie- en informatiekanalen en het liefst vele dingentegelijk wil doen. Alles moet daarom kort en snel, informatiewordt van internet geplukt en alleen als zij gratis is. Men haaktaf als personen en gebeurtenissen van voor de eigen tijd wordenvermeld.

Voor de traditionele media is dit een immens, existentieel probleem. 'Het Romeinse Rijk van de massamedia is bezig uiteente vallen, we staan op de drempel van een bijna-feodale periodewaarin er veel meer centra van macht en invloed zullen zijn', zeiin januari Orville Schell van Berkeley's school of journalismnaar aanleiding van de eerste scheuren die zijn ontstaan in hetbastion van een machtig instituut als de New York Times.

'Publiekgerichte journalistiek' wordt gezien als eenmogelijke oplossing van de dalende oplages. De Nederlandsemediaconsulent Leon de Wolff verwijt in zijn recente boek Dekrant was koning de 'oude school' van journalisten dat zij altijdte veel vanuit hun persoonlijke belevingswereld hebbengeopereerd. Zij moeten meer hun best doen hun lezers te lerenkennen, opdat ze beter aan hun behoeften kunnen voldoen. De lezermag niet het gevoel krijgen dat hij zijn spaarzame tijd aan hetverdoen is met lezen van de krant.

Zo'n aansporing de relatie met de lezers aan een kritischzelfonderzoek te onderwerpen, kan nooit kwaad. En sommige in hetboek aanbevolen methodieken kunnen daarbij van dienst zijn.Echter, als de vooronderstelling van De Wolff klopt datjournalisten van oudsher te veel vanuit hun particuliereperspectief de krant hebben gevuld, hoe valt dan te verklaren dattal van kranten nog niet zo lang geleden wel in oplage stegen,en soms zelfs spectaculair? Lazen al die lezers de krant slechtsuit gewoonte of omdat dit sociaal wenselijk was? Nee, dus. Zewerden wel degelijk gepakt door wat hen geboden werd, getuige ookhet jarenlange succes in deze krant van de zaterdagse U-pagina.Uit de ingezonden brieven kon van alles worden afgeleid, maarniet dat de lezers het gevoel hadden dat zij hun tijd haddenverdaan met het lezen van de krant. Het probleem zit hem derhalveniet au fond in de manier waarop journalisten hun werk doen. Deoorzaak van de afkalvende abonneebestanden is vooral gelegen inhet feit dat de aanwas van jongere lezers al jarenlang stokt. Enjuist bij hen kom je met een publiekgerichte aanpak niet ver,want zij vormen dat deel van het publiek dat zich het moeilijkstlaat vangen, laat staan binden. Waarom voor een krant betalen,als de informatie op internet overal gratis vandaan te halen is,ook van de sites van de traditionele media? En gelijk hebben zevanuit hun gezichtspunt, ook al heeft dit gedrag ietsparasitairs, want niks is gratis, ook informatie niet. Er isaltijd iemand die de rekening betaalt. In het ideale geval zoudat de adverteerder moeten zijn, maar dat schiet nog niet op alshet om internet gaat. Dus is de traditionele abonnee vooralsnogde klos. De New York Times besloot onlangs dat er betaald moetworden voor bepaalde delen van haar site. Het was een dilemmavoor uitgever Arthur Ochs Sulzberger jr., omdat hij wist dat ditbesluit ten koste zou gaan van het aantal bezoekers. Maaranderzijds wilde hij niet langer een generatie lezers latenopgroeien met het idee dat kwaliteitsinformatie voor niks teverkrijgen is. Verder is het de vraag wat de kranten inhoudelijkmoeten doen om jongere lezers voor zich te winnen. Ze kunnenalles kort en snel maken, met weglating van al datgene wat buitende leefwereld van de jeugd valt. Of ze richten zich op jongerendie zich nog graag laten meevoeren naar gebieden die zij nog nietkennen en waardoor ze hun blikveld, kennis en belevingswereldverruimen. Het is een oude functie van de krant. Verheffingnoemden ze dat in de tijd van Henri Polak. Maar dat is wel eenheel ouderwets woord.

Meer over