boekrecensiekort

Voor profeet en Führer beschrijft het lot van de moslims die voor de nazi’s moesten vechten

Marcel Hulspas
David Motadel Beeld
David Motadel

Eind november 1941, na twee jaar oorlog, maakte de Duitse legerleiding de balans op. Driekwart miljoen Duitse soldaten waren gesneuveld; dat was een kwart van wat er in 1939 beschikbaar was. En de oorlog zou nog jaren duren. Duitsland kon de oorlog dus niet op eigen kracht winnen. Andere volken moest ook bloeden voor het Rijk. Vanaf 1942 werden er dan ook actief ‘vrijwilligers’ gerekruteerd onder de volken die de Wehrmacht onder de voet had gelopen – ook onder moslims.

De islam was irrelevant want, zoals Heinrich Himmler zei toen hij in januari 1944 een aantal islamitische officieren toesprak: ‘God had Duitsland Hitler geschonken, en God was dezelfde als Allah.’ Bovendien, als moslims hadden ze toch óók een hekel aan Joden? De ondertitel van Voor profeet en Führer, ‘De islamitische wereld en het Derde Rijk’, is onjuist. David Motadel beperkt zich tot het Duitse rekruteringsbeleid en het lot van de soldaten. De Duitsers hadden hoge verwachtingen van deze ongetwijfeld ‘fanatieke’ militairen. Himmler zélf ontwierp een fez voor bij het uniform van de Bosnische moslim-SS’ers. Maar het verschil konden ze niet maken.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

David Motadel: Voor profeet en Führer. Uit het Duits vertaald door Roland Fagel. Prometheus; € 24,99.