Theater

Voor La codista stond theatermaker Marleen Scholten uren in de rij ‘Wat doet de mens in stand-bystand?’

Marleen Scholten in ‘La codista’ Beeld Luca Chiaudano
Marleen Scholten in ‘La codista’Beeld Luca Chiaudano

La codista, geïnspireerd op een man die als beroep in de rij stond, is te zien op het Holland Festival.

Theatermaker Marleen Scholten las voor het eerst over Giovanni Cafaro in een reportage in de Volkskrant. Een man van midden veertig, die tegen betaling voor andere mensen in de rij staat omdat-ie als communicatiewetenschapper al een tijdje niet aan de bak komt. ‘Zoals me wel vaker gebeurt sinds ik in Italië woon, dacht ik: dit is niet waar’, zegt Scholten met een glimlachje tijdens het zoomgesprek vanuit haar appartement in Milaan. ‘En meteen daarna ook: wat creatief!’ Het plan voor een voorstelling was geboren.

Scholten (43) zocht Cafaro op – geen lange zoektocht want ‘il codista’ was in 2017 inmiddels een bekende Milanees met zijn actie –, interviewde hem en zette zich aan haar schrijftafel voor een stuk over ‘de rijstaander’, de mens in wachtstand. En toen was de pandemie een feit en stagneerde opeens álles. De productie werd opgeschort en het begrip wachten kreeg nog een extra lading. Maar: inmiddels heeft La codista (de tekst won in Italië alvast de nationale toneelschrijfprijs Antonio Conti) haar Italiaanse première (net) achter de rug en is Scholtens solo nu te zien op 13 en 14 juni in het kader van het Holland Festival.

Kort daarvoor is ze nog aan het schaven aan de Nederlandse vertaling. ‘Ik laat de Italiaanse plekken die ter sprake komen gewoon intact’, zegt ze. ‘Dat stoort niet. Cafaro heeft prachtige anekdoten; in Rome stond hij tijden in de rij (coda) voor een Zwitsers horloge, weer ergens anders voor een iPhone (acht uur) of een kaartje voor een backstagebezoek bij Beyoncé. Maar het overgrote deel wachtte hij voor doodgewone instanties die in Italië om onbegrijpelijke redenen idioot veel tijd vragen: gemeente, belastingdienst, postkantoor, bank.’ Om die ervaring te doorvoelen ging ook Scholten meermalen in rijen staan, tussen woedende, wanhopige en gefrustreerde landgenoten. ‘Gevangen in stilstand.’

Dat universele gevoel van onvrijwillig afwachten voorzag ze van een theatraal filosofische dimensie. Haar codista, in lange regenjas en met droefgeestige aktetas, dralend onder het harde licht van een tl-bak, peinst hardop over wat het betekent om stil te móéten staan. Om stil te staan voor iemand anders. Wat zegt dat over jezelf? Haar personage identificeert zich af en toe met mensen in de rij. En denkt ook: ‘Voor een codista werkt de wereld andersom. Hoe sneller die gaat, hoe meer ik vertraag. Ik ga tegen de stroom in. Als een zalm.’

Scholten: ‘Wat doet de mens in stand-bystand, de mens die wacht tot de beurt aan hem is? Ik wil ook de mogelijkheid van acceptatie openhouden, van degene die probeert te aanvaarden dat het leven zo is. Soms moet je naar het postkantoor. Niet ieder moment van je leven kan ertoe doen.’

Marleen Scholten in La codista Beeld Luca Chiaudano
Marleen Scholten in La codistaBeeld Luca Chiaudano

Het publiek moet natuurlijk wel mee in een soort wachtstand, en het is steeds spannend of dat ook lukt. In Italië ging dat wonderwel. In Nederland repeteert ze straks nog even met acteurs Maartje Remmers en Wine Dierickx van Wunderbaum, het vijfkoppige, internationaal werkende gezelschap dat Scholten twintig jaar geleden mee oprichtte. Wunderbaum opereert nog steeds vanuit Rotterdam, maar runt als collectief tevens een theater in het Duitse Jena. En sinds Scholten in 2016 met Italiaanse geliefde en dochtertje naar Milaan verhuisde, heeft de groep ook een Italiaanse poot. Afstand deert niet, elke week hebben ze ‘gewoon’ artistiek overleg, alle voorstellingen komen uit onder de Wunderbaumparaplu.

De eerste Italiaanse voorstelling die Scholten maakte, was Chi è il vero Italiano? (‘Wie is de echte Italiaan?’), geïnspireerd op een vergadering van de Vereniging Van Eigenaren van haar nieuwe onderkomen. Het werd een enorm grappig én ontroerend stuk – met medebewoners – over ontdekkingen in een nieuw vaderland. ‘Ik ben en blijf natuurlijk een buitenstaander en houd de Italiaan op een bepaalde manier een spiegel voor’, zegt ze. ‘Maar dat wordt over het algemeen gewaardeerd.’

Als die buitenstaander keek ze ook naar de reactie op de pandemie: ‘In zo’n extreme omstandigheid leer je misschien weer iets nieuws. Ik zag dat onderlinge solidariteit eigenlijk vanzelfsprekend was, wie weet vanwege het sterke familiegevoel dat hier nog steeds bestaat. Maar de wegen van de bureaucratie werden er nog ondoorgrondelijker op. Je kon financiële steun krijgen, maar hoe? Heel complex.’

Dat het idee van ‘il codista’ zo’n weerklank vond in Italië, heeft ermee te maken dat iemand zich nu eens niet neerlegt bij de werkloosheid en bureaucratische drama’s, maar er iets op bedenkt, zegt Scholten. Inmiddels is codista een serieuze baan. ‘Dat heeft Cafaro maar mooi voor elkaar gekregen. Wat hij eigenlijk doet is protesteren. Provoceren. Zeggen: ik ben het niet eens met dit systeem. En ik ga er iets aan veranderen ook. Dat raakte heel veel mensen. Nu ook weer in de theaterzaal.’

En Cafaro zelf? Hij is inmiddels geen rijstaander meer. Maar hij kwam wel naar de première.

Holland Festival: La codista door Marleen Scholten/ Wunderbaum op 13 (Nederlandse première) en 14/6 in Frascati Theater, Amsterdam.

Marleen Scholten in La codista  Beeld Luca Chiaudano
Marleen Scholten in La codistaBeeld Luca Chiaudano

Holland Festival

De 74ste editie van het Holland Festival is nog t/m 27/6 in Amsterdam en online. De twee artiesten rond wie het programma dit jaar is opgebouwd, zijn de Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne (1976) en de Japanse componist Ryuichi Sakamoto (1952). Sakamoto is bij het grote publiek bekend van zijn soundtracks voor films als Merry Christmas, Mr. Lawrence (1982) en The Last Emperor (1987). Vienne maakt bedwelmende, toverachtige en verontrustende producties die draaien om de duistere kanten van de mens.

Meer over