Voor Ger van Elk is geen enkel landschap werkelijk

Hij is een hartaanval verder, maar geen steek veranderd. Lees de gesprekken er op na, die de Nederlandse beeldend kunstenaar Ger van Elk (1941) vanaf het midden van de jaren tachtig tot heel recent nog met kunstcritici hield....

Nog steeds is er die strijdlustigheid, die onwankelbare zekerheid dat wat híj doet goed is. Nog steeds is er die harde kritiek op vakbroeders en -zusters van nu en van toen.

Job Koelewijn en Alicia Framis? Ze doen niks nieuws, hebben geen eigen ideeën, ze borduren voort op het Fluxus-gedachtengoed dat Van Elk, en Schippers en Dibbets, al in de jaren zestig en zeventig ontvouwden. De conceptuele kunst? Ze is het graf ingedragen door Jeff Koons, die bewees dat van álles kunst te maken is. En hoe staat het met de grote helden van weleer? Merz, Buren, LeWitt: ze melken hun iglo's, hun lijnen en strepen uit. 'Esthetisch masturberen', noemde Van Elk die handelwijze onlangs in NRC Handelsblad.

Een kunstenaar die zo hard van leer trekt, moet stevig in zijn schoenen staan. Zeker op momenten dat wordt teruggeblikt, bijvoorbeeld op tentoonstellingen en in boeken. Zoals nu bij Van Elk het geval is.

Met liefst drie tentoonstellingen wordt de kunstenaar dit najaar geëerd. In het Van Abbemuseum in Eindhoven hangen nu de gezichten op het Kinselmeer die de kunstenaar sinds het midden van de jaren tachtig schildert. In de zalen daaromheen zijn uitstapjes naar vroeger gemaakt, naar beroemde werken uit de Fluxus-tijd - een hangend bakstenen muurtje - naar de conceptuele en uit het lood geslagen fotografische werken van vroeger en nu.

Over aandacht heeft de kunstenaar kortom niet te klagen. Maar dat is weleens anders geweest, vond hij. Dus pakte hij in 1986 zijn biezen. Van Elk was het Nederlandse kunstklimaat, het Nederlandse subsidiestelsel én het gebrek aan waardering meer dan zat.

Toch hadden sommige van zijn werken (zoals The Symmetry of Diplomacy uit 1971/'72 en Hanging Wall uit 1968) allang een sterrenstatus bereikt, en werd in kunsthistorische kring zijn werk geliefd om de 'leesbaarheid'.

Van Elks motivatie, de vraag die hem voortdrijft, is deze: hoe kijken we naar de werkelijkheid om ons heen? Wat bepaalt die kijk en waarom? En dat zijn vragen die kunstenaars al eeuwen bezighouden - van de Franse landschapsschilders die hun landschappen 'uitdachten' in klassieke, harmonieuze proporties, tot aan de panoramische Hollandse vergezichten, waar alles op het doek zich uitspreidde als ware het de natuur zelf. Een bedenksel, houdt Van Elk zijn kijkers voor.

Neem nu zoiets vanzelfsprekends als de horizon. In werkelijkheid bestaat ze niet, maar door de schilderkunst heeft de lijn die de hemel van de aarde scheidt werkelijkheidswaarde gekregen. In Eindhoven illustreert Van Elk dit in z'n serie beschilderde fotowerken van het Kinselmeer.

Nog steeds zijn die werken, die hij vanaf halverwege de jaren tachtig maakte, de interessantste. Zoals bij al Van Elks werk maken ze de kijker bewust van een bewust operende kunstenaar. Hier is iemand bezig die opzettelijk morrelt aan ons begrip van werkelijkheid. Een landschap werkelijk? Een foto van een landschap werkelijk? Van Elk gaat nog een stapje verder en retoucheert die foto. Hij drukt haar bovendien af op twee glazen panelen, die symmetrisch ten opzichte van elkaar kantelen. In het midden van die panelen, waar 'hemel' en 'aarde', lucht en water elkaar raken, construeert hij het verdwijnpunt en daarmee het perspectief in de voorstelling. Een inventie die net echt is, inderdaad.

Toch is het niet vanwege die cerebrale ingrepen - stapje voor stapje te volgen - dat de serie slaagt. Daar zijn de retouches van de kunstenaar verantwoordelijk voor. Die retouches van verf zijn wolken van grijs en grauw. Ze ademen onheil en dreiging uit, dood en verdoemenis. Het idyllische Kinselmeer is veranderd in een spookmoeras waar alle leven uit verdwenen is.

Die suggestieve kracht ontbreekt bij de andere conceptuele werken. Een foto van een touw in de vorm van een touw die naast een touw hangt, is aardig als idee (al heeft de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth iets dergelijks al eerder gedaan). Maar tel daarbij op een ketting van fotootjes met bomen die een heuvel opgaat (Forest Hill, 1979), of een horizontale reeks van gefotografeerde bomen die de oever van de Waver verbeelden, en het verhaal wordt langdradig.

Week de afbeelding van het 'voorwerp' los, en maak daar weer een nieuw voorwerp van dat aan het oude refereert. Alle stilistische ingrepen zijn toegestaan. En dat keer op keer op keer.

Meer over