Voor echte artsen is dit uit den boze

Na War Child (Wit Licht) heeft nu ook Artsen zonder Grenzen een eigen speelfilm: First Mission. ‘Het is altijd een gevecht, dat is bij deze constructie niet anders.’..

Door Bor Beekman

Boem, een roekeloos indianenkind stapt op een landmijn. Vanuit het hoge gras kringelt een rookpluim de lucht in. De stamleden staren verschrikt naar het veldje langs de weg, maar komen niet in beweging; wie weet hoeveel mijnen er nog tussen hen en het gewonde jongetje verstopt liggen?

Dan stapt Marina naar voren, tropenarts uit Nederland. Wat is er hier aan de hand? De inlander naast haar legt de situatie uit: het slachtoffer is dat ene schattige knulletje, met wie Marina het nu juist zo goed kon vinden. De blonde vrouw in wit T-shirt aarzelt geen moment en loopt met forse stappen het mijnenveld in. De dorpelingen zien van een afstandje toe hoe de Hollandse het hevig bloedende kind in haar armen neemt – flarden been bungelen eronder vandaan – en het langs de verborgen explosieven draagt.

Het is een scène uit First Mission, een nieuwe Nederlandse speelfilm die jongeren bekend moet maken met het werk van Artsen zonder Grenzen. Hoofdpersonage is de dertiger Marina (gespeeld door actrice Anniek Pheifer), die na een misgelopen zwangerschap haar woonplaats Leiden verruilt voor de jungle van Zuid-Amerika. Marina’s verhaal is gebaseerd op de ervaringen van de Nederlandse verpleegkundige Mireille de Wit (38). Losjes gebaseerd, benadrukt ze. ‘Ik ken het gevoel, ik ken de situatie, maar ik ben zelf niet door een mijnenveld gaan rennen.’

De Wit sprak uitgebreid met de filmscenarist van First Mission over haar eerste missie voor Artsen zonder Grenzen, in Angola. ‘De dilemma’s die ik ervoer zitten in de film, maar het is natuurlijk wel gedramatiseerd.’ Met de verhaallijnen, waaronder een liefdesgeschiedenis tussen Marina en veldwerker Barry (Tygo Gernandt), heeft ze zich niet bemoeid. Wel las De Wit het script na om te controleren of de medische handelingen correspondeerden met de werkelijkheid, en in welke mate de film-artsen zich aan het veiligheidsprotocol van Artsen zonder Grenzen hielden.

‘Marina gaat over heel wat grenzen heen’, erkent scenarist Barbara Jurgens. ‘Zo’n mijnenveld in rennen, of de avondklok negeren om nog iemand te redden – voor echte artsen is dat uit den boze. Als ze dat doen, kan het hele team zo het noodgebied worden uitgekickt. Maar voor drama is het noodzakelijk. In film móeten personages door roeien en ruiten gaan.’

Artsen zonder Grenzen vond het daarmee verstandiger om hun naam niet helemaal aan de film te koppelen, legt Jurgens uit. ‘Nu heet de instantie in de film International Frontline Doctors. Eerst had ik nog Doctors for Life geopperd, maar dat bleek al van een collectief anti-abortus artsen in Texas.’

Wel pronkt op de aftiteling van de film groot het logo van Artsen zonder Grenzen. Het maakt First Mission, na Mafrika (2008) en Wit Licht/The Silent Army (2008) de derde recente Nederlandse speelfilm die gefinancierd wordt om goede doelen onder de aandacht te brengen van een breder en vooral jonger publiek. En er zullen er nog wel meer komen, schat Mafrika-regisseur Paul Ruven in. ‘Als je tenminste jongeren wilt bereiken. En die zijn echt niet geïnteresseerd in Monique van de Ven met een aids-negertje.’

Ruven, bekend van de Paul de Leeuw-komedie Filmpje! (1995), nam in Afrika zijn speelfilm Mafrika op, over een door en door cynische reclamefilmer (gespeeld door Frank Lammers) die ontdekt dat hij aan een slippertje een Afrikaanse tienerdochter heeft overgehouden. Ooit verwekt tijdens de opnames van een goede-doelen spotje, op locatie. Zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken, Plan Nederland, de Nationale Postcode Loterij en omroep Llink droegen bij aan de film. ‘Ik ben er een klein beetje ingetuind’, zegt Ruven nu over de regie-klus. ‘Vooraf zeiden ze: je hebt volledige vrijheid, maar geleidelijk kwamen er allerlei vriendelijke voorwaarden op tafel.’

Ruven werkte met een budget van 1,1 miljoen euro. ‘In feite heb ik daarvoor een dubbele film gedraaid, om aan alle wensen van de fondsen tegemoet te komen, die alles er héél duidelijk in wilden. De millenniumdoelen bijvoorbeeld. Maar ik heb het allemaal zo gefilmd, dat ik dat er ook weer makkelijk uit kon snijden.’

Terug in Nederland toonde hij de ideële financiers een ruwe, drie uur lange versie. ‘Toen begrepen ze wel: oké, er mogen wel wat minder mededelingen in. Je ziet in de eindversie nog wel een neger op straat poepen en plassen, maar er hoeft niet meer in een dialoogje worden uitgelegd dat zoveel miljard mensen op aarde geen wc hebben.’

Mafrika won een Gouden Kalf (de publieksprijs) tijdens het Nederlands Film Festival van 2008, maar werd niet in de bioscoop uitgebracht omdat producent Palazzino nog voor de première failliet ging. ‘Hij is wel nog op tv en op scholen vertoond’, zegt Ruven.

Niet Artsen zonder Grenzen zelf, maar de Nationale Postcode Loterij is de financier achter First Mission, met drie miljoen euro. Bedoeld om het geadopteerde goede doel – dat jaarlijks al miljoenen ontvangt uit de loterijopbrengsten – nog eens extra onder de aandacht te brengen.

Scenarist Jurgens hoopte de film te kunnen beginnen met heldin Marina die in een klein vliegtuigje boven de bush zweeft. Ongeveer zoals ze zelf in Congo aankwam, voor haar research bij een team van Artsen zonder Grenzen. ‘Eerst wat beelden van het uitgestrekte landschap. En een vliegtuigje dat vlak over de landingsbaan moet scheren om de geiten weg te jagen, en dan pas kan landen. Maar zo’n prompt begin vond de Postcode Loterij te ingewikkeld voor de kijker.’

Men wilde dat het verhaal gewoon overzichtelijk in Nederland begon. ‘Eerst moest helemaal worden uitgelegd waarom dat meisje op een dag besluit om tropenarts te worden, wat haar motivatie is. Dat vond ik veel te uitleggerig. We hebben er eindeloos over onderhandeld, en dan kom je uit op een compromis.’

Als een probleem ervaart ze dat niet. ‘Je leert als scenarist wel eelt op je ziel kweken. En met het Filmfonds of een omroep als financier voer je soortgelijke gesprekken. Het is altijd een gevecht, dat is bij deze constructie niet anders.’

Dat noodhulp zin heeft was het uitgangspunt van de film. ‘Daar waren de regisseur, Boris Paval Conen, en ik het al snel over eens, na ons bezoek aan een artsenpost in Congo. Maar we wilden wel de problemen laten zien bij de uitoefening van hulp. Dat kon ook. Er heeft nooit iemand van de Postcode Loterij gebeld om te zeggen: er moeten meer helden in.’

Wel werd het script, dat oorspronkelijk in Afrika was gesitueerd, op verzoek omgeschreven naar een niet nader benoemd land in Zuid-Amerika. ‘Dat Marco Borsato ook net in Afrika zat, speelde mee.’

Net als Mafrika kreeg ook Wit Licht/The Silent Army te maken met een faillissement. De rechten van de film worden momenteel beheerd door de curator van Borsato’s geklapte artiestenbureau The Entertainment Group. Een deel van de opbrengst zou naar goede doelen gaan, maar vooralsnog is er niks uitgekeerd aan Stichting Kindsoldaat. Die Stichting werd speciaal opgericht omdat War Child – dat wel op de aftiteling staat – zelf geen financiële relatie met Wit Licht wilde hebben. Dit om de suggestie te voorkomen dat donorgeld gebruikt werd voor de speelfilm.

Linda Polman, Afrika-specialist en schrijfster van het boek De crisiskaravaan, over het falen van de noodhulpindustrie, heeft met verbazing naar Wit Licht gekeken. ‘Een bespottelijke, hele rare film, met Borsato als blanke redder van de zwartjes.’

First Mission heeft ze nog niet gezien, maar dat Artsen zonder Grenzen, net als War Child bij Wit Licht, wel op de aftiteling staat, maar zich ook weer niet helemaal aan de film wil verbinden, noemt ze een rare keuze. ‘Waar het met ons werk strookt, gaat het over ons, en waar niet, niet. Dat idee. Zo varen de instanties mee op de heroïek in de film, die ze in werkelijkheid helemaal niet waar kunnen maken.’ Polman beschrijft in haar boek hoe de aanwezigheid van hulporganisaties in conflictgebieden de noodsituatie vaak verlengt, of zelfs verergert. Strijdende partijen romen de ideële goederen- en geldstroom af, en melken vluchtelingenkampen uit.

In een scène in First Mission wordt nadrukkelijk gemeld dat de artsen geen smeergeld betalen aan de rebellen die het gebied controleren, ook niet wanneer die met wapens dreigen. Polman: ‘Ik geloof niet dat er in de handboeken van Artsen zonder Grenzen staat dat als je bij een roadblock komt, er onder geen omstandigheden wordt betaald.’

Voorbeeld-Arts zonder Grens Mireille de Wit, die zich tegenwoordig bezighoudt met de werving van uit te zenden personeel: ‘Het uitgangspunt is wel altijd om niet te betalen. Je kunt zulke escalaties ook voorkomen wanneer de bevolking je accepteert. Dan waarschuwen ze je welke dag je een bepaalde route wel of niet moet nemen. En dan stel je geen vragen.’

Ze wijst op het belang van het protocol, dat ook een terugkerend element is in de speelfilm. ‘Je werkt met een risicoanalyse, die varieert naar de omstandigheden.’ In First Mission pakken de artsen klokslag 16.00 uur hun spullen weer in, om voor donker thuis te zijn, en de afspraken met de guerrillastrijders niet te schenden.

Precies zo maakte schrijfster Polman het mee in Rwanda, waar ze getuige was van een massaslachting onder Hutu-vluchtelingen. ‘Het was net een film: toen de nood het hoogst was, kwamen er plots Nederlandse artsen aangereden, in wapperende witte jassen. Maar na drie kwartier helpen gingen ze alweer weg, want het was 16.00 uur. Terwijl er nog honderden mensen met afgerukte ledematen lagen. Die moesten maar doorbloeden.’

Filmarts Marina trekt zich als enige in First Mission niets aan van al die regels. Die redt gerust na vieren nog een zieke moeder, ook wanneer ze daarmee de missie in gevaar brengt. En het loopt goed af.

‘Het is een film’, zegt scenarist Jurgens, nog maar eens.

Meer over