Voor denkers en tobbers

IS DE WERELD zoals zij zich voordoet? Voor een kind wel:..

Toen ik nog leefde

zonder kennen

beleefde ik het woord

als woord bijvoorbeeld, roos.

Niet: 'roos is een bloem'.

Het stond op zich,

het woord.

Alleen en onverbonden.

Geen roos die al onteigend was.

Zodra een kind zich bewust wordt van de dingen om zich heen, gaat het ze interpreteren. Dingen staan niet meer op zichzelf, ze worden tekens waaraan betekenis wordt toegekend.

Pem Sluijter (1939) kijkt in haar debuutbundel Roos is een bloem met verwondering terug naar de periode waarin zij de dingen nog onbevangen tegemoet trad. Maar aangezien het onvermijdelijk is dat een volwassene op zoek gaat naar wat zich misschien achter die werkelijkheid bevindt, is het zaak dat zo serieus mogelijk aan te pakken: '

Ik kijk vanuit mijn huis

naar buiten. Weet: Boom.

Gebolderd blad zie ik.

Geen takken, stam noch bast.

Toch is er 'boom' gelast.'

Desondanks wil men soms even louter waarnemen, zonder bijgedachten:

Wij rusten uit. Kijken na.

Zoeken niet naar woorden.

Kennis van de materie om ons heen is tot op zekere hoogte nog wel voor ons weggelegd, mensenkennis is veel moeilijker. Het wekt dan ook geen verbazing dat Sluijter Oidipous noemt, bij uitstek de man die niet wist wie hij was en ondanks zijn gezwollen voeten zelfs door zijn eigen moeder niet werd herkend:

Mijn zuster is blind,

haar naam is Jokaste:

zij slaapt met haar kind.

Niet alleen weten we niet wie we zijn, het hele leven is een raadsel:

Ik voel een onderhuidse

brand: wij weten

dat wij zijn, maar niet

waarom.

Waarom wij zijn,

zijn wij vergeten.

Daar komt nog bij dat de dood op ons loert:

Nu voel ik in mijn dagen

kruipen de naderende dood.

Nog ben ik bladvol bloemgezicht.

Schijnt in mij licht.

Sterk met de voeten in de grond sta ik.

Toch is het brosheid die mij breken gaat.

Sluijter schrijft existentiële poëzie, poëzie voor denkers en tobbers. Maar is het ook goede poëzie? Wat wil dit boek?

Ik laat mijn verzen vrij,

van elke dwang ontdaan,

vooral van intellect:

Veel waan

is de schoonste logica.

Geen syllogismen dus, maar wel helderheid:

Ik zoek

het stellend woord

dat rechte ruimte schept.

In een prettig beknopte stijl staan waarnemingen die weinig opzien baren, naast soms al te expliciet geformuleerde wijsheden. Een heel enkele keer ontaardt dat in ergerlijke clichés, zoals wanneer ze een foto beschrijft:

Daarin

is hij zijn eigen beeld geworden:

werkelijkheid en schaduw tegelijk - geroepen

tot een eindeloos bestaan zonder be wegen;

versteende tussentijd.

Dat kan écht niet meer.

Doordat Sluijter iets met Israël heeft, ligt een associatie met Judith Herzberg voor de hand, maar Sluijter is doorgaans minder lichtvoetig dan haar generatiegenote. Deze regels doen sterk denken aan Herzbergs bekende ziekenhuisscène:

Gewoon bij je zitten.

Naar je hand kijken op tafel,

die nu de kat tussen de oren kriebelt.

Afwezig, niets uitgesprokens maar wij,

de kat en ik, weten dat je er bent.

Een van de aardigste gedichten is een vrouwelijke herdichting van Gene

sis 1-3, die zo begint:

Woest en leeg

was de aarde gisteren

voordat ik werd gebouwd

uit de rib

van een onbekende man

die mij liefheeft

en ik hem, zo

kwam het mij voor.

Nu is het nacht na

heldere dagen

van puur genot.'

Deze vrouw is buiten haar schuld uit het paradijs verdreven, zoals in het gedicht 'Moerheim 1944' ook een klein meisje de vertrouwde omgeving van een tuin verlaat en de gevaarlijke wereld van grote mensen betreedt:

Zij zouden kunnen delen

in het geheim

van de tot vuist geklemde kinder hand,

het afgeknipte stukje parachute

van zijde.

Aan de lezer die haar vriend wil zijn, is Sluijter bereid iets van haar geheim prijs te geven:

Als je een vriend

en geen vijand in de buurt zag lopen

vouwde je voorzichtig

twee vingers open.

Piet Gerbrandy

Pem Sluijter: Roos is een bloem.

De Arbeiderspers; 64 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 295 3496 6.

Meer over