100 jaar de Volkskrant27 oktober 1956

Voor de Volkskrant luidde de Hongaarse opstand het einde van het communisme in

De voorpagina van 27 oktober 1956. Beeld VP
De voorpagina van 27 oktober 1956.Beeld VP

Op zaterdag 27 oktober 1956, vier dagen na het uitbreken van de opstand in Hongarije tegen de Russische overheersers, kon de Volkskrant haar onwetendheid over de gebeurtenissen in dat land niet maskeren. Over een eigen correspondent ter plekke beschikte ze niet. Dus citeerde ze, doorgaans anonieme, ooggetuigen; Oostenrijkse spoorwegbeambten die hadden gezien dat hun Hongaarse collega’s in staking waren gegaan en de rode sterren van hun uniform hadden getrokken; de correspondent van een ‘Zuidslavisch’ (Joegoslavisch) dagblad die had gezien dat Russische soldaten de stoffelijke resten van gevallen Hongaren in de Donau hadden geworpen; ‘Westelijke waarnemers die de gebeurtenissen uit de ramen van de Britse legatie enigszins hadden kunnen volgen’; Oostenrijkse wielrenners die 160 Russische tanks op de weg naar Boedapest hadden geteld.

Bij de interpretatie van de schaarse nieuwsfeiten ging de Volkskrant stelligheid dus uit de weg. ‘Gaat het reëel om meer of om minder dan nationaal-communisme?’, vroeg zij zich af. ‘Om rechtlijnig titoïsme, of toch nog met wezenlijke afhankelijkheden van Rusland? Of ook, in betekenende mate, om andere dan communistisch-besmette ideologieën?’ Ze verkeerde (nog) in het ongewisse over de positie van minister-president Imre Nagy: stond hij aan de kant van de opstandelingen of zocht hij de steun van de Russen? Het feit dat hij niet radicaal met de Sovjet-Unie had gebroken, maakte van hem – naar het oordeel van de Volkskrant – een ‘meer dan gecompromitteerde figuur’.

Horigheid

De Hongaarse opstand onderscheidde zich op één wezenlijk punt van de pogingen van Joegoslavië en Polen om zich te ontworstelen aan de Russische dominantie: die landen ‘hebben wel hun horigheid aan Moskou opgezegd, maar zij zijn niet bekeerd tot nieuwe ideologieën. In Boedapest echter zijn de slachtoffers van het communisme opgestaan met het wapen in de vuist.’

Aan het welslagen van de opstand leek de Volkskrant niet te twijfelen. Sterker: bij gebrek aan betrouwbaar nieuws van het strijdtoneel, nam ze alvast een voorschot op de deconfiture van het Sovjet-imperium. Een paginagroot artikel over die ontwikkeling leest als een necrologie van het communisme. ‘Daar waar het communisme kwam, slopen eveneens de spoken van armoede, onderdrukking en terreur binnen, opgesierd met de grote leugens van welvaart, vriendschap, wederzijdse hulp en broederlijke verbondenheid.’

Russen

De communistische machthebbers waren, naar het oordeel van de krant, ‘mensen die geen historie achter zich hebben’. Oftewel: ‘barbaren’. Toekomstige historici zullen ‘moeten blozen van verlegenheid wanneer zij moeten verklaren, hoe de hoog ontwikkelde westerse diplomatie tientallen jaren lang de schijnmacht van het communisme en het schijngezag van het communistische Kremlin ooit ernstig heeft kunnen nemen. Dertig jaren lang heeft men Stalin naar de ogen gekeken. Achtbare wereldgroten, zoals Roosevelt zaliger en Churchill, hebben hem in Teheran en Jalta aan hun conferentietafel genodigd.’ Niemand minder dan Karl Marx had het Westen voor die dwaling kunnen behoeden. ‘Pas op voor de Russen’, schreef Marx – instemmend door de Volkskrant geciteerd. ‘Zij zijn een aanmatigend en brutaal volk. Maar ze zijn ook laf. Zeg tegen een Rus ‘neen’, hou altijd voet bij stuk en hij kruipt in zijn schulp.’

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over