Voor de stem

Als 'revolutionair' ging een Russische bundel in 1923 de geschiedenis in

Olaf Tempelman

Wie zich de 20ste eeuw nog kan herinneren, weet van het bestaan van klappers met tabbladen. In analoge tijden vond je een adres of telefoonnummer door je vinger te leggen op de eerste letter van iemands achternaam. In de eerste decennia van de vorige eeuw werd gedichten eenzelfde functionaliteit toegedicht als telefoonnummers. In die tijd genoten tabbladen de belangstelling van kunstenaars en ontwerpers voor wie vorm net zo belangrijk was als inhoud.

Bij weinigen was die houding zo uitgesproken als bij de Russische futuristen. Een van hun illustere representanten was de proletarische dichter Vladimir Majakovski (1893-1930). Zijn poëem Bevel No 2 aan de legers van de kunsten uit 1922 bevat de strofe: 'En terwijl wij twisten, talmen, / Naar verborgen inhoud vorsend, / Hoor je door de dingen galmen: / 'Geef ons nieuwe vormen!'

Majakovski's ster was na de bolsjewistische machtsgreep van herfst 1917 snel gestegen. Lenin cum suis wilden de dood van de oude politiek, de futuristen de dood van de oude kunst. 'De houding van de dichter tegenover zijn materiaal moet dezelfde zijn als die van de lasser tegenover staal', stelde Majakovski.

Begin jaren twintig was de romance tussen de bolsjewieken en avant-garde al flink bekoeld. De nieuwe machthebbers persten hun rode dogma's in toenemende mate in conventionele vormen, de Staatsuitgeverij Gosizdat werd allengs minder ontvankelijk voor Majakovski's experimenten. Voor gedurfdere ideeën moest hij uitwijken naar Berlijn.

In de herfst van 1922 ontmoette Majakovski daar de architect en grafisch ontwerper El Lissitzky (1890-1941). Een paar maanden later publiceerde het duo een bundel die als revolutionair en opzienbarend de geschiedenis is ingegaan, Dlja golosa, nu als fraaie facsimile heruitgegeven door Huis Clos samen met de Nederlandse vertaling, Voor de stem.

De ondertitel laat over de gelijkwaardigheid van vorm en inhoud geen twijfel bestaan: 'Dertien gedichten van Vladimir Majakovski in een boekconstructie van

El Lissintzky.' De gedichten dragen titels waaraan je hoort dat Majakovski ze bij voorkeur luidkeels voordroeg: Linkse mars voor de matrozen, Mijn 1 mei, Derde Internationale.

Lissitzky voorzag ze van een duimregister, een index van tabs waarop elk gedicht is voorgesteld door elementen als vierkanten en cirkels. Wie zijn vinger op een tab legt, stuit op de meest verregaande grafische experimenten uit de eerste helft van de vorige eeuw. Experimenten die, in de woorden van Lissitzky, 'de trek- en drukkracht van de inhoud weerspiegelen'.

Voor Lissitzky betekende Voor de stem zijn grote Europese doorbraak. Voor Majakovski was het boekje in veel opzichten het begin van het einde. De Staatsuitgeverij was niet blij met zijn activiteiten in Berlijn. In de ochtend van 17 april 1930 schoot de dichter zichzelf dood in Moskou, na flink wat vernederingen van de Sovjet-autoriteiten en de proletarische schrijversbond RAPP, die hem had gesommeerd 'begrijpelijk' te schrijven.

Wat in 1917 voor een bevrijding van de kunsten werd gehouden, was iets anders gebleken, namelijk de geboorte van de eerste totalitaire staat van de 20ste eeuw.

Meer over