Volmaakt met een menselijk knikje

MISSCHIEN heeft hij van alle kunstenaars de meeste geloken ogen geschilderd. Waar ze open zijn, zijn de leden vaak zo zwaar dat ze zich ieder ogenblik kunen sluiten....

Kees Fens

Hij moet ze altijd wijd open hebben gehad, als de door hem geschilderde Lucas die bezig is Maria met het kind - haar ogen zijn naar beneden gericht, als altijd, zij beschouwt haar eigen kind - te tekenen. En toch: hij kijkt zo intens en geboeid, dat hij het tekenen even lijkt te vergeten. Hij verliest zich even in zijn onderwerp.

Ik heb hem mij altijd voorgesteld als een smalle man met een bijna gotisch gezicht, een stille man ook. Als een dichter, volgens Brodski, in de klanken van zijn gedicht zijn autobiografie schrijft, waarom zou een schilder geen zelfportret maken in zijn kleuren? Zijn kleuren zijn die van de stilte, en die stilte heeft hij ook aan zijn figuren gegeven. (Dat zijn enige zoon, na studies in Leuven, voor de absolute stilte van het kartuizerleven koos, is bijna te mooi om waar te zijn). Maar hij is ook de schilder van de innigheid, van die gevoelige vroomheid die de 15de-eeuwse Nederlanden zo kenmerkt, maar die buiten de Nederlanden ook bewonderd werd: hij had een heel grote naam in Italië. De 'Bewening voor het open graf', nu in de Uffizi in Florence, zou door Cosimo de Medici besteld zijn. Het is voor mij het hoogtepunt uit zijn werk; bij de schok van de herkenning van het eigene in een toch zeer Italiaans museum, kreeg ik die voorstelling van zijn persoon, van de geloken ziel die de zijne moet zijn geweest.

Er is van zijn leven niet zoveel bekend, zodat er veel te vermoeden en speculeren blijft. Zijn geboorte is niet precies te dateren, maar men kan 1400 aanhouden. Hij kwam uit Doornik. Vierenzestig jaar later stierf hij in Brussel en hij werd begraven in de kerk van zijn geest: de gotische Sint Goedele. (Is er een andere schilder die gebeurtenissen of figuren zo vaak in gotische kerken of kerknissen heeft geplaatst als hij?). Zijn testament vermeldde schenkingen ten gunste van de armen van Sint-Goedele en de Kapellekerk en van het kartuizerklooster van Scheut, waar ook een jaargetijde werd ingesteld. Voor dat klooster schilderde hij een van zijn meest geheimzinnige kruisigingen; Maria en Johannes beiden gekleed in wat een kartuizerpij lijkt.

Pas nu, zoveel jaar na de eerste kennismaking, kreeg ik hem te zien. In het zonder twijfel als monument voor de zeshonderdste geboortedag verschenen Rogier van der Weyden, 'Het volledige oeuvre' van Dirk de Vos (Mercatorfonds) staat een getekend portret van hem. Een wat men kan noemen technische tekening naar een verloren gegaan geschilderd portret. Hij blijkt een haast onopvallend gezicht te hebben, of het moeten de drie bijna golvende rimpels in het voorhoofd zijn. Hij maakt een vooral rustige indruk; de ogen zijn wijd open, de leden erboven wat zwaar. Een kortgehouden, krullende, volle haardos dekt het hoofd. De lijnen van de tekening zijn heel dun en dat is haast symbolisch: hij lijkt elk ogenblik te kunnen verdwijnen. Misschien is zijn gezicht vooral lief. Uit de 16de eeuw is er een portretgravure van Hiëronymus Cock, die misschien het verloren gegane schilderij heeft gekend.

Hij kijkt haast even onschuldig als op de tekening, ernstig, maar toch ook wat vragend, om niet te zeggen onzeker. Zijn rechterarm rust op de onderzijde van de ets, de hand houdt hij open. En dat versterkt nog de vragende uitdrukking van het gezicht. Op de muur achter hem hangt een kleine pieta, Maria met de gestorven Christus. Wie heeft de stilte en de pijn van Christus' dood inniger verbeeld? Er hangt rond tekening en gravure veel zwijgen. Hij moet een uiterst gevoelige man zijn geweest, die wellicht zelf al gauw de ogen neersloeg. Ik had hem wel willen kennen, al was het maar om zwijgend tegenover elkaar te zitten.

De Vos citeert een fragment uit een gedicht dat de mij onbekende Dominicus Lampsoinus een eeuw na zijn dood schreef; de regels zijn veelzeggend:

Ghy liet u goeders doch hier d'aerde voor haar deel,

Die blijven metter tijdt verdorven al gheheel:

Maer die schoon Stucken claer, waer by wy u ghedencken,

Die sullen ongescheynt in Hemel eeuwigh blincken.

('ongescheynt' betekent 'ongeschonden' en staat uiteraard tegenover 'verdorven', 'vergaan').

De laatste woorden herinnerden mij aan de mooiste tekst die F. van der Meer heeft geschreven: Pasen. Zijn inspiratie vond hij in het rechterpaneel van het zogeheten Miraflores-altaarstuk: de verrezen Christus verschijnt aan zijn moeder, en de afbeelding is naar de compositie een herhaling van de annunciatie. Van der Meer laat het tafereel in de eeuwigheid spelen, waar de gebeurtenissen van eens op aarde zich eeuwig blijven herhalen en het dus ook elk 'jaar' Pasen is.

Het werk van zijn grote tijdgenoot, Jan van Eyck, is volmaakt, maar het blijft daardoor afstandelijk. Rogier van der Weyden is volmaakt. maar met dat 'knikje' dat het menselijk en benaderbaar maakt. Hij portretteerde ook zijn eigen gevoelens, om niet te zeggen vroomheid.

Ik moet naar Berlijn voor de laatste en defintieve kennismaking. In de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen worden niet minder dan negen schilderijen van hem bewaard (waaronder het 'Miraflores-altaarstuk'). Onlangs was ik in Londen, in de National Gallery. Ik vergeef het mijzelf niet, niet even Maria Magdalena te hebben bezocht. Al vijfenhalve eeuw leest zij in haar getijdenboek. En haar aandacht is nog altijd even groot. Van der Weyden schilderde ook de allermooiste lezeres aller tijden. Maar stilte en lezen horen ook bij elkaar.

Meer over