Vogelen in het Mauritshuis

Kunstcriticus en vogelaar Matthias Depoorter belicht in zijn boek Vliegwerk de vogels op oude schilderijen. Voor de Volkskrant maakt hij een rondgang door het Mauritshuis.

Anna Van Leeuwen
Peter Paul Rubens en Jan Brueghel I, Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva, c. 1615, in bezit van het Mauritshuis in Den Haag. Beeld Mauritshuis
Peter Paul Rubens en Jan Brueghel I, Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva, c. 1615, in bezit van het Mauritshuis in Den Haag.Beeld Mauritshuis

De liefde voor vogels is bij Matthias Depoorter (35) ouder dan de liefde voor kunst. Hij was pas 10 jaar toen zijn vader hem ermee besmette. 'Nu is hij nog fanatieker dan ik', zegt vader Pol Depoorter (58). Ze zijn samen vanuit België naar het Haagse Mauritshuis gekomen. Vandaag gaan ze in het museum vogels spotten, morgen hopen ze een echte zeearend bij Leuven te zien. Maar of die zich zal vertonen, is nog maar de vraag.

'Pech hoort soms ook bij vogels spotten', zegt vogel- en kunstcriticus Matthias Depoorter. Hij begon op zijn 20ste aan zijn studie kunstgeschiedenis, na tien jaar vogels kijken. Een goede oefening denkt hij: 'Mijn oog was al getraind om op details te letten. Je moet snel kunnen kijken en goed onthouden wat je hebt gezien.'

Vogels kijken op schilderijen is daarmee vergeleken altijd prijs. 'Het is echt een andere manier van kijken, met een andere snelheid.' In zijn onlangs verschenen boek Vliegwerk wist hij beide liefhebberijen te combineren. Hij vertelt over vogels in de schilderkunst en presenteert bij elk dier (kunst)historische feiten en dagboekfragmenten over vogels.

Waarheidsgetrouw geschilderd

Het Mauritshuis is in het boek het sterkste vertegenwoordigd. Hier is Depoorters lievelingsvogelkunstwerk te bewonderen: Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva van Jan Breughel de Oude en Peter Paul Rubens. Breughel schilderde de dieren heel waarheidsgetrouw. 'Mijn vader vindt het niks', aldus de zoon. 'Het klopt gewoon niet', legt vader Depoorter uit. Een struisvogel en een blauwe reiger horen niet in hetzelfde bos, bedoelt hij. Zijn zoon is wat minder streng, het is immers het paradijs.

Als ze samen voor het schilderij staan, buigt Matthias Depoorter zich naar het paneel toe om details aan te wijzen. Zijn favoriet in dit stuk is de grote paradijsvogel bij Adams rechtervoet. Zijn vader ziet het schilderij voor het eerst in het echt en kijkt zwijgend toe. Matthias Depoorter vertelt: 'Het is een van de eerste keren dat een paradijsvogel correct wordt geschilderd, heel bijzonder. De eerste exemplaren kwamen in 1522 naar Europa. Ze waren dood en geprepareerd zonder vleugels, zonder poten en zonder botten. Alleen die mooie pronkveren waren goed te zien.'

null Beeld
Beeld

Een soort engelen

De Europeanen verbaasden zich over dit wonderlijke dier: 'Men geloofde dat de beesten altijd vlogen, dat het een soort engelen waren en ze hun gouden kleur van de zon kregen en leefden van de hemelse dauw. Zo stonden ze zelfs in encyclopedieën vermeld. Linnaeus noemde dit exemplaar uiteindelijk Paradisaea apoda 'pootloze paradijsvogel', verwijzend naar die geschiedenis.' Dat we hier op een doek uit 1615 een paradijsvogel zien lopen, is dus erg bijzonder. Pa lijkt niet helemaal overtuigd, maar na een poosje zegt hij: 'Het is zeer schoon.'

Toen Matthias Depoorter het doek bestudeerde voor zijn boek, ontdekte hij ook vogels die hij niet kon thuisbrengen. 'Ik ben te rade gegaan bij bevriende veldornithologen. Die vogels met die blauwe rug, tussen de reiger en de tijger, bleven een raadsel. Sommigen dachten dat het een soort sialia, een Amerikaanse lijsterachtige, was, anderen dachten aan een Indische scharrelaar. We kwamen er niet uit.'

Al hoeft snel kijken niet in het museum, het gaat vanzelf bij vader en zoon Depoorter. Dwalend door de zalen zegt een van hen opgewonden: 'Hé, een koolmeesje!' Alsof het beestje elk moment kan wegvliegen.

Van Het puttertje (1654) van Carel Fabritius is Depoorter niet zo'n fan: 'Putters zijn altijd opgewekt, altijd bezig. Deze zit er wat stoïcijns bij, levenloos haast. Het komt misschien ook door de situatie dat ik dat vind, zo'n vogeltje in gevangenschap, dat is toch niet hoe je het wilt zien.'

Nu maar hopen dat die zeearend zich morgen laat zien.

Matthias Depoorter, Vliegwerk, Athenaeum, 35 euro.

Vogels schilderen, een vak apart

Hoe gingen oude meesters te werk? Matthias Depoorter neemt twee beroemde schilderijen onder de loep.

Over de duif op het doek Kippen en eenden (ca. 1680) van Melchior d'Hondecoeter: 'Een heel spectaculaire en dramatische scène, maar die duif en die smient hingen zo te zien aan touwtjes in het atelier. Dat kun je zien aan de stand van de vleugels. Soms merk je het direct als een vogel is opgezet, aan de houding, of als de veren verfomfaaid zijn. Het komt ook voor dat een taxidermist de borst te veel vulling heeft gegeven.' Over het vogeltje dat boven De stier (1647) van Paulus Potter vliegt: 'Het zal een veldleeuwerik zijn - te oordelen naar het biotoop, de zangvlucht en de vorm van de staart. Ik zie nog net de witte staartzijde. Het is niet de best geschilderde veldleeuwerik. In de verte zie ik twee eksters en wat meeuwen. Vogels vormen soms de details die een schilderij compleet rond maken. Het is echt heel moeilijk om vliegende vogels te schilderen.'

De stier (1647) van Paulus Potter. Beeld Mauritshuis, Den Haag
De stier (1647) van Paulus Potter.Beeld Mauritshuis, Den Haag

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over