Vluchten of spelen in een tent

Een tentoonstelling toont de artistieke belangstelling voor het fenomeen shelter. Engagement is er maar weinig...

Van onze verslaggeefster Bieke van der Mark

‘Congratulations, you get a show in Heino!’, komt uit de mond van een getekend mannetje met stropdas. Een poppetje, dat een kunstenaar moet voorstellen, vraagt zich verbaasd af: ‘Where?’ Dirk van Lieshout kalkte deze en meer tekeningetjes op het bord aan de binnenkant van zijn Mobile Studio, een eigenaardig tot ligfiets omgebouwd bootje met polyester overkapping, dat als atelier dienst kan doen.

Het kunstwerk staat geparkeerd in de tuin van kasteel Het Nijenhuis, een havezate in de bosrijke omgeving van het plaatsje Heino in Overijssel. Deze zomer is het kasteel, een locatie van Museum de Fundatie, het decor van Shelter. Een tentoonstelling over tenten, hutten en andere schuilplaatsen en de bescherming, beschutting of privacy die ze kunnen bieden.

Kasteel Het Nijenhuis, met zijn versterkte muren en slotgracht zélf een krachtig symbool van bescherming, is een toepasselijke plek voor een artistieke verkenning van het fenomeen ‘shelter’. In de kunsten, zowel oude als contemporaine, is het een thema dat vaak voorkomt – alhoewel in verschillende verschijningsvormen. Rond 1800 liet een voormalig kasteelheer al een holle boomstronk in het aangrenzende bos ombouwen tot hut, door het te tooien met een strooien puntdak. Dit typisch romantische ‘tuinsieraad’, waarin de kasteelheer zich kon terug trekken is inmiddels vergaan, maar de hutjes en tentjes die voor de huidige expositie zijn opgesteld, maken de oude kasteeltraditie weer springlevend.

Net als Dirk van Lieshout met zijn mobiele atelier, associeerden veel van de deelnemers het begrip shelter in eerste instantie met hun kunstenaarschap. Rob Voerman, bijvoorbeeld, bouwde een Peugeot om tot sfeervolle timmermanswerkplaats, voorzien van glas-in-lood ramen. Pjotr Müller creëerde een tijdelijk onderkomen voor een van zijn sculpturen.

Even verderop in de tuin, loodst een eeuwenoud, met loofgewelf overdekt wandelpad, de bezoeker regelrecht naar de slotgracht toe. Hoog in een beuk springt het knalgele boomhutje Betrapt! van ontwerpers Kleefmann/Schilderman direct in het oog. Het refereert aan het kinderlijke plezier dat je aan een verstopplek kunt beleven.

Dat het thema hedendaagse kunstenaars al langer fascineert, blijkt uit de werken die niet speciaal voor Shelter zijn gemaakt. Tom Claassen maakte in 1977 een archetypisch tentje van zand en rubber dat, wanneer in de openlucht opgesteld, langzaam zal vergaan. Voor de expositie staat het echter veilig binnen in het kasteel, waar ook Atelier van Lieshouts Ball (Sensory Deprivation Chamber) uit 1996 is te vinden. Gezeten in deze kogel kun je je onttrekken aan alle indrukken van buitenaf.

Ondanks het tot engagement uitnodigende onderwerp, wordt er weinig maatschappijkritisch werk getoond. Wel is er een jurk en video van Alicia Framis. De Spaanse kunstenares voert ontwerpen van bekende ontwerpers zoals Chanel opnieuw uit in Twaron, een goudkleurige synthetische stof die onder meer in kogelvrije vesten wordt verwerkt. Ze wil donkere vrouwen zoals zijzelf bescherming bieden tegen vreemdelingenhaat, zonder ze meteen als slachtoffers te bestempelen. Op het filmpje is te zien hoe acht modellen zich laten overspoelen door een stroom van voetbalsupporters voor de ingang van Amsterdam Arena. Hoewel ze toch behoorlijk in de weg staan, stelt geen enkele hooligan de weerbaarheid van de jurken op de proef.

Ook geëngageerd zijn de documentaire foto’s die Henk Wildschut in 2006 maakte van tenten in de bossen bij de Noord-Franse havenstad Calais. Ze zijn gemaakt van slaapzakken, kleding en allerhande afgedankt materiaal. In de meest barre omstandigheden, wachten honderden illegalen daar soms maandenlang om de oversteek naar Engeland te maken. De realiteit: dat een shelter behalve een zelf verkozen toevluchtsoord ook een noodonderkomen kan zijn, wordt met deze foto’s pas echt pijnlijk duidelijk gemaakt.

Meer over