Vlammen, maar in het collectief

MUZIEK..

Snijdende kreten, vervormd gebrul dat het koper lijkt te splijten, een smachtend gekreun dat naar de noten toe glijdt - Paul van Kemenade is altijd een van de vurigste altsaxofonisten van Nederland geweest. Dat vuur brandt nog, maar wordt tegenwoordig ook vaak getemperd tot een diepe gloed, wat de expressiviteit van zijn muziek alleen maar ten goede komt. Zijn composities zijn ook steeds afwisselender, met meer lucht en ontspanning dan vroeger.

Van Kemenades kwintet bestaat vijftien jaar, waarvan tien in de huidige bezetting. Dan ben je zo goed ingespeeld dat je alle stemmingen aankunt, en nieuwe invloeden makkelijk kunt opnemen. Gitarist-zanger Louis Mhlanga, trompettist-bugelspeler Feya Faku en tenorsaxofonist Sydney Mnisi komen uit Zuid-Afrika en voegen aan de waaier van stijlen de hypnotiserende zangerigheid toe van de kwela en de township jive.

Muziek maken is in Afrika ook meestal een gezamenlijke handeling, waarin zelden een ster domineert. Die houding beheerst ook het tegenwoordige Van Kemenade Kwintet, ieder lid is in de eerste plaats een onmisbaar onderdeel van de orkestratie, en geen enkel nummer ontaardt in een rondje solo's voor de hele zaak.

De onmisbare polyritmiek ontstaat op de bekkens en vellen van drummer Pieter Bast, en omdat er verder geen slagwerkers meedoen, voegen pianist Jeroen van Vliet en bassist Eric van der Westen er geregeld heel dienstbaar percussieve patronen aan toe. Er wordt wel degelijk gevlamd, ook Faku en Mnisi blazen lyrisch en toch fel, maar zelfs in de drukke collectieve improvisaties loopt niemand elkaar in de weg en klinkt er één stem.

Bijna iedereen draagt composities bij, maar die van Van Kemenade tonen het beste de veelzijdigheid van deze groep. Hij houdt van lange suites met veel wisselingen in tempo en klankkleur. Kosmo, geschreven voor zijn zoontje, begint als een dromerige shuffle met een lieflijk repeterend loopje door de alt en de bugel, terwijl Hans Sparla zijn trombone met een demper ritmisch laat zuchten en genoeglijk pruttelen. In een iets sneller gedeelte treedt een fluisterende tenorsax op de voorgrond, omkringeld door steeds levendiger lijnen van de andere blazers, waarna er nog een tandje hoger wordt geschakeld voor een sprankelende pianosolo. Een stuk dat in de wieg begint en vervolgens gaat kruipen en lopen.

Meer over