Visite en vis

Nederland en gastvrijheid, al eeuwenlang een ongelukkige combinatie. Hoe is het er nu mee gesteld? Volkskrant Magazine belt iedere week onverwacht ergens aan en neemt de proef op de som....

Wie

Adolf en Noah Shäfer, Nuenen (Noord-Brabant)

Beroep

Zelfstandige, gepensioneerd/ huisvrouw

Huishouden

Met z'n vieren (nog twee van de negen kinderen thuiswonend)

Openingstijden

Tot Adolf in zijn handen klapt en de vioolmuziek stopt

Binnen roken

Ja

Spontaan aangeboden

Wijn, zuurkool, koffie, rijstevla, gesmeerde boterhammen voor onderweg

'Gérard!' De vrouw in de deuropening van de woonwagen spreidt de armen. Maar als we uit het donker treden en op de veranda staan, met onze druipende paraplu's, betrekt haar gezicht. Wel onverwacht, avondlijk bezoek, maar geen Gerard, de verloren Sinti-zoon uit Amsterdam-Noord.

Toch zwaait de deur open, ook voor Gerard-look-a-likes. Want laat daar geen misverstanden over bestaan, op een Sinti-woonwagenkamp, dus ook hier in het Brabant se Nuenen, is iedereen altijd wel kom.

Zeg nooit zigeuner tegen een Sinti. Dat is alvast een goed begin. Hij zal u waarschijnlijk niet corrigeren, ook al betekent zigeuner letterlijk 'rondreizende dief' - hij is het stilletjes aan wel gewend. Belangrijker is: zeg nooit Roma tegen een Sinti. Hier zal hij u wel degelijk corrigeren. Want de Roma, dat zijn 'de anderen'.

Adolf Shäfer, gezinshoofd (negen kinderen, 23 kleinkinderen) en met zijn 68ste ook de oudste en de patroon van het woonwagenkamp, wil het nog wel een keer uitleggen, al zullen we er volgens hem weinig van begrijpen. Sinti herkennen elkaar van verre, aan hun kleding, hun houding en hun manier van lopen - hun trótse manier van lopen. 'Als er in een drukke winkelstraat 20 meter achter me een Sinti een deuntje fluit', zegt hij, 'herken ik hem.' Overal in Europa ontvangen ze elkaar met open armen, de Sinti. Familiebanden worden nageplozen, er wordt samen gekookt, muziek gemaakt, gedanst

We hebben een slechte avond uitgekozen. Adolf doelt op de regen die tegen de ruiten striemt. Hij had graag een kampvuur ontstoken, om een staaltje Sinti-gastvrijheid te laten zien. Iemand begint ermee, bakt spek op een rooster. De anderen komen er vanzelf bij, met violen, gitaren - tot in de kleine uurtjes kan dat duren. En zomers gaat dat zo wel twee, drie keer per week. Dat hadden de Helmonders, die ons met onbestemde blik de weg naar het kamp hadden gewezen - 'het lange zandpad af, langs de bosrand' - ook al verteld. Van die vuren, van dat zingen en dat dansen.

'Ja, dat zijn heerlijke avonden', glimt Noah. Ze schept zuurkool op twee borden uit een enorme ijzeren pan, die bij Scouting Nederland niet zou hebben misstaan. We zijn laat, zegt ze. 'Veel vlees zit er niet meer in.'

Misschien is dat wel de mooiste welkomstzin denkbaar, voor twee onbekenden die zomaar ergens hebben aangeklopt: 'Jullie zijn laat.'

Tegen de koffie zit het huis propvol. Vijftien man binnen en nummer zestien kondigt zich aan, met schallende stem en een bonk op de deur. Zo gaat dat hier op een doordeweekse avond. Willen de Shäfers nooit eens rust? Privacy? Noah snapt de vraag niet goed. Of toch. 'Soms heb ik migraine', zegt ze. Ze neemt het hoofd tussen twee handen en wiegt het zorgelijk heen en weer. Op die zeldzame avonden wordt het haar inderdaad weleens te veel. Dan gaat het hele gezelschap een deurtje verderop.

Meer over