'Viezerik' stelt hulpsinterklazen rare vragen

Daniëlle Serdijn

Behalve dat A.H.J. Dautzenberg dol is op controversiële onderwerpen speelt hij graag listige spelletjes die de lezer laten vragen of het nou menens is en in hoeverre de literatuur een vehikel moet zijn voor maatschappelijke standpunten.

In de roman Wie zoet is reist ene Arnold het land door om 'hulpsinterklazen' te interviewen. Hij stelt suggestieve vragen: 'En als de kinderen op u komen zitten, raakt u dan wel eens opgewonden?' En krijgt geschrokken reacties: 'U stelt rare vragen, als ik zo vrij mag zijn.'

Arnold plaatst de ongemakkelijke gesprekken op zijn weblog. Daarop verschijnen voorspelbare reacties van half alfabete pedo-jagers als (de fictieve) Henk Bres. Die schrijft: 'Is de kakkerlak verbrant?'

Het oordeel dat de schrijver over deze pedo-jagers heeft, ligt er duimendik op. Interessanter is de wijze waarop het levensverhaal van de hoofdfiguur zich ontrolt. Arnold lijkt eerst nog een rare viezerik, maar allengs wordt duidelijk dat de man getraumatiseerd is. Op de momenten dat het om de verbeelding gaat, laat Dautzenberg zien wat hij als schrijver waard is.

undefined

Meer over