reportage

Vier grote kunstinstellingen hebben nu samen één superdepot: uniek in de wereld

Het CollectieCentrum, het depot voor het Rijksmuseum, Paleis Het Loo, Openluchtmuseum Arnhem en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan de rand van Amersfoort.  Beeld Chris Langemeijer
Het CollectieCentrum, het depot voor het Rijksmuseum, Paleis Het Loo, Openluchtmuseum Arnhem en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan de rand van Amersfoort.Beeld Chris Langemeijer

Het CollectieCentrum Nederland staat aan de rand van Amersfoort en wordt volgende week officieel geopend. Door de samenwerking was er genoeg geld voor een duurzaam gebouw met dure techniek.

In het ontvangstzaaltje ontbreekt nog een paneel in het plafond. Maar verder is alles state of the art in het nieuwe CollectieCentrum Nederland (CC NL), dat in de afgelopen drie jaar aan de rand van Amersfoort is verrezen.

In deze kolos – de vloeroppervlakte is 31.500 vierkante meter, de bouw kostte 44 miljoen euro – hebben vier grote culturele instellingen van het rijk nu hun depot: het Rijksmuseum in Amsterdam, het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, Paleis Het Loo in Apeldoorn en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort.

Samen hebben zij in dit superdepot een half miljoen objecten opgeborgen, die voorheen waren opgeslagen in kleinere depots, het Openluchtmuseum had er alleen al een stuk of twintig. Het bijzondere is dat alle depotmedewerkers van de vier instellingen voortaan samenwerken in één team, ook al zijn zij nog steeds in dienst bij hun oude werkgever. Zoiets bestaat op de wereld nog niet.

Door de krachtenbundeling kon een gebouw worden neergezet waarmee veel kosten worden bespaard. Zo is het zeer duurzaam - het heeft de hoogste kwalificatie toebedeeld gekregen. Het is nagenoeg klimaatneutraal, mede dankzij 2.100 zonnepanelen op het dak. In het oude depot van het Rijksmuseum in Lelystad, dat oorspronkelijk werd gebruikt als opslagplaats voor euro’s, moest er in de zomer worden gekoeld en in de winter worden verwarmd. ‘Daar waren we altijd gas aan het stoken’, zegt Wim Hoeben van het Rijksmuseum, die de manager is van het CollectieCentrum. Omdat de huur van het depot in Lelystad afliep en het een forse investering zou vergen om het naar een hedendaags niveau van duurzaamheid en klimatologie te brengen, ontstond het idee voor een nieuwe opslagplaats.

Kunst in het CollectieCentrum Nederland, waar een half miljoen objecten liggen opgeborgen.  Beeld NL
Kunst in het CollectieCentrum Nederland, waar een half miljoen objecten liggen opgeborgen.Beeld NL

Een ander voordeel van de samenwerking is dat er dure faciliteiten konden worden aangelegd. Zo heeft het CollectieCentrum een vriescel en twee ruimten die nagenoeg zuurstofvrij kunnen worden gemaakt. Daarin kunnen museumstukken van schadelijke insecten en schimmels worden ontdaan. Hoeben: ‘Dat hadden we in ons eentje nooit kunnen betalen.’

Bij de ingang van het langgerekte gebouw zitten de kantoren. Daarachter zijn de ruimtes waarin objecten worden ontvangen of weggestuurd – er is heel wat bruikleenverkeer bij zo’n groot depot. Daar zijn ook twee enorme restauratieateliers te vinden, alsmede een fotostudio en een ruimte waarin opnamen met röntgenapparatuur kunnen worden gemaakt.

Dan volgt het grootste deel van het gebouw: het vier verdiepingen tellende depot. Dat is in 39 aparte ruimtesn opgedeeld om grote schade te voorkomen als er ergens iets misloopt. Besloten is om geen sprinklers aan te leggen. Daarmee kan een brand worden geblust, maar dan ontstaat wel waterschade. Bovendien is er ook kans op lekkage. Om brand te voorkomen, worden alle elektrische apparaten aan het einde van de dag uit de depotruimtes gehaald en wordt de elektriciteit daar uitgeschakeld.

Kunst in het nieuwe CollectieCentrum  Beeld NL
Kunst in het nieuwe CollectieCentrumBeeld NL

Het enorme gebouw wordt voor een groot deel omgeven door een ‘wadi’, een soort slotgracht die als beveiligingsmaatregel is aangelegd. De natuur krijgt daar omheen vrij spel. Er zijn al vossen gesignaleerd. ‘We hebben zo langzamerhand een natuurgebiedje om ons heen’, stelt Hoeben met tevredenheid vast.

Niet alleen de bouw van het superdepot was een grote operatie, maar ook de verhuizing. De vier instellingen hebben vooraf al hun opgeslagen collectiestukken geïnventariseerd, waarna die in 869 vrachtwagenritten zijn overgebracht. De objecten zijn zoveel mogelijk naar aard bij elkaar gezet, al is dat (mede door de coronapandemie) niet met alles gelukt. De verzameling klokken is bijvoorbeeld nu nog verspreid opgeslagen. Het groeperen maakt onderzoek makkelijker. Het CollectieCentrum is niet voor publiek toegankelijk, maar moet wel een studiecentrum worden.

Links het orgel dat vroeger werd verhuurd aan danszalen, van 5,5 meter hoog. Rechts de stoommachine ‘Tarzan’ van 7.200 kilo. Beeld Lucas van der Wee
Links het orgel dat vroeger werd verhuurd aan danszalen, van 5,5 meter hoog. Rechts de stoommachine ‘Tarzan’ van 7.200 kilo.Beeld Lucas van der Wee

Het zwaarste object dat er nu staat is ‘Tarzan’, een stoommachine van 7.200 kilo die tot de collectie van het Openluchtmuseum behoort. Die instelling bezit ook het grootste opgeslagen collectiestuk: een orgel dat vroeger werd verhuurd aan danszalen. Het is 7,6 meter breed is en bijna 5,5 meter hoog. Dat werd de norm voor de hoogte van de plafonds in het hele depotgedeelte. Tijdens de rondleiding voor journalisten schalmde het dansorgel geregeld door het gebouw. Voor de officiële opening volgende week moeten nog leuke deuntjes worden gezocht.

Depotbureau

Het CollectieCentrum is ontworpen door het architectenbureau cepezed uit Delft, dat eerder al het depot van Filmmuseum Eye in Amsterdam tekende. In het CollectieCentrum werken zo’n dertig mensen. Niet alles van de vier samenwerkende instellingen is in het nieuwe superdepot opgeslagen. Zo bestaat het overgrote deel van de collectie van het Rijksmuseum uit prenten. Die zijn, net als de kostuumcollectie, in hun opslagplaats in Amsterdam gebleven.

Meer over