VooruitblikHaute Bordure

Vier eeuwen borduurkunst in het Fries Museum: een steekhoudend verhaal

Borduren een suf en preuts tijdverdrijf? Schop dat stoffige imago maar opzij. Het Fries Museum in Leeuwarden toont met de expositie Haute Bordure ware meesterstukken van in gouddraad geschreven naaldkunst in Nederland.

‘De borduurster’, 19de of 20ste eeuw. Uit de collectie van het National M.K. Ciurlionis Art Museum in Kaunas, Litouwen.  Beeld Foto Getty
‘De borduurster’, 19de of 20ste eeuw. Uit de collectie van het National M.K. Ciurlionis Art Museum in Kaunas, Litouwen.Beeld Foto Getty

Madame de Pompadour deed het. Marie Antoinette deed het. De gezusters Brönte deden het – voor ze boeken gingen schrijven althans. Jane Austens heldinnen en hun zussen deden het ook, smachtend wachtend op een aanzoek van een knappe lord. En onlangs nog, op Netflix: Daphne Bridgerton en haar moeder Violet. Allemaal zaten ze braaf te borduren, urenlang. Om tijd te doden en tasjes en zakdoeken te verfraaien, cadeautjes te maken of om de uitzet te voorzien van initialen. Wat borduren extra populair maakte: je handen en armen bewogen er zo sierlijk van.

Logisch dat borduren een nogal suf en preuts imago heeft gekregen. Iets voor bedeesde maagden of oude vrijsters, een kneuterhobby voor bij de haard of achter de geraniums. Dus kan het gebeuren dat de cultureel angehauchte lezer van dit stuk, als-ie hoort over een borduurtentoonstelling in Leeuwarden, denkt: mwah. Maar die overslaan omdat borduren niet interessant is: quatsch. Zeker, het wás een nette hobby van allerhande al dan niet verveelde freules, madammen en lady’s, maar het is nog zo veel meer dan dat. De eersten om dat toe te geven, zijn uiteraard de makers van de tentoonstelling Haute Bordure: Eveline Holsappel, conservator Toegepaste Kunst & Textiel van het Fries Museum en haar rechterhand, junior conservator Anne-Marie Segeren.

Ondergeschoven kind

Twee jaar was Holsappel bezig met de voorbereidingen en halverwege kwam Segeren haar bijstaan. Want er was werk aan de winkel. Borduursels bleken in Nederland nog weinig bestudeerd en gedocumenteerd. ‘Een ondergeschoven kind’, noemt Holsappel het.

Het uitgangspunt voor Haute Bordure werd de eigen collectie van het Fries Museum. Daar bleken goudgeborduurde schoenen te vinden, mutsen, mannenvesten, jakken, japonnen, beurzen, kroplappen en rokjassen. Er doken zelfs geborduurde kousenbanden op. Wat opviel, was dat in het bijzonder de oudste stukken, uit het begin van de 17de eeuw, razendknap geborduurd waren. Borduren was indertijd geen onnozele vrijetijdsbesteding, maar een serieus vak, vooral uitgevoerd door mannen die zich verenigden. Aanvankelijk vielen ze onder het Sint Lucasgilde voor kunstenaars, later ontstonden speciale borduurwerkersgilden, zoals in Leeuwarden in 1628.

null Beeld Ruben van Vliet
Beeld Ruben van Vliet

Kostbaar vakwerk

Wie de stukken van dichtbij bekijkt, ziet meteen dat het tijdrovend en kostbaar vakwerk is. Klanten die dat konden betalen, waren rijk en voornaam. Wat ze bestelden bij de meesterborduurder en zijn leerlingen waren lijfjes, mouwen, handschoenen en schoenen. Hoe ingewikkelder en bewerkelijker de patronen, hoe rijker en belangrijker de drager, dat spreekt. Iets waar de dragers in kwestie zo trots op waren dat ze zich graag in hun kostbaarste geborduurde goed lieten vereeuwigen, wat resulteerde in talloze schilderijen waarop geborduurde lijfjes, schoenen en handschoenen te zien zijn. De portretschilders moesten duizenden pietepeuterige puntjes en streepjes zetten om de complexiteit van het borduurwerk te benaderen.

Dan te bedenken dat de Nederlanders naar verhouding nog ingetogen waren als het op pronken aankwam. Enerzijds veroorzaakt door het ontbreken van een hofleven met bijbehorende hiërarchie, anderzijds passend bij de sobere, calvinistische volksaard. In Frankrijk ging het er heel wat uitbundiger aan toe. Het woord bordure is Frans voor zoom of rand, de plek waar de versieringen het eerst opdoken. Later werden hele kledingstukken onder handen genomen. Mannenvesten bijvoorbeeld, die aan de voorkant bedolven werden onder de bloemen, ranken en blaadjes, bij voorkeur met een gouddraad erin: deed het geweldig goed bij kaarslicht. Veel van die mannenvesten kwamen als halffabrikaat – al wel geborduurd maar nog niet in elkaar gezet – vanuit Frankrijk naar Nederland. En wie het graag nog exotischer wilde, kon een bestelling plaatsen bij borduurateliers in China, Japan en India.

Bossche baljurken

De Nederlandse koninginnen Juliana en Beatrix shopten vaker in Brabant dan in Parijs. Naam van hun favoriete modehuis was Maison Linette, de deftige en discrete zaak die Caroline ‘Lien’ Bergé-Farwick in 1930 in Den Bosch opende. Juliana kwam er terecht via een tip van een hofdame en werd vaste klant, Beatrix liet er haar trouwjurk en de jurken voor de bruidsmeisjes, haar moeder en haar zussen maken, alsook haar complete huwelijksreisgarderobe. Een van de jurken uit Beatrix’ bruidsgarderobe, een lichtblauwe zijdechiffon baljurk met machinale- en handborduursels die ze droeg tijdens een galadiner daags voor het huwelijk, staat te schitteren op Haute Bordure.

Bittere noodzaak en bijverdienste

Niet alleen mannen waren druk in de weer met naald en draad. In de lagere klassen was het zelf kunnen maken en herstellen van kleding bittere noodzaak én een manier om wat geld te verdienen. Voor rijke vrouwen was borduren vooral een gerieflijk tijdverdrijf. De traditionele rolverdeling schreef voor dat mannen buitenshuis actief waren en vrouwen het binnen gezellig maakten. Ze schreven brieven, zaten aan het klavier of wijdden zich ijverig aan een naaldwerkje. Om inspiratie op te doen, gebruikten ze patronen uit bladen als Pénélope, genoemd naar de vrouw van de Griekse held Odysseus die in afwachting van ’s mans terugkeer twintig jaar lang thuis zat te weven. Het stereotype van de handwerkende huismu(t)s is zo oud als de beschaving zelf.

Terug naar de expositie in Leeuwarden. Die bevat naast een aantal stokoude en zeer kunstig gemaakte spektakelstukken ook moderner werk. Rijglijfjes uit Marken bijvoorbeeld, in bruikleen gekregen van het Zuiderzeemuseum. Met vrolijke bloemen geborduurde bloesjes van lakens en meelzakken, gemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aandoenlijk detail: stof was indertijd op de bon, borduurgaren niet. Het meest actuele stuk uit de expo: een denim jasje van Gucci met bonte patches op de rug. Meest indrukwekkende stukken: de creaties van Jan Taminiau en Viktor & Rolf én avondtoiletten van alle vier de vorstinnen die Nederland de afgelopen 123 jaar gekend heeft.

Wie na deze dwarsdoorsnede vreest dat de expo een allegaartje is: wees gerust, dat is-ie beslist niet. Alle stukken zijn ingedeeld in heldere thema’s. Om te beginnen luxe, daarna techniek, identiteit, wit-op-wit en de grande finale is een zaal vol jurken die in chronologische volgorde staan opgesteld, eindigend met een jurk van koningin Máxima met borduursels geïnspireerd op het behang van Huis ten Bosch.

Voor wie niet kan wachten om naar Leeuwarden te gaan – of überhaupt niet naar Leeuwarden kan – zijn hier vast vier highlights uit de tentoonstelling.

1636: De bruidshandschoenen van Cornelia Fagel

Dit zijn niet zomaar handschoenen, dit zijn bruidshandschoenen van leer en zijde, versierd met goud- en bouillondraad, parels en pailletten. Ze hebben zeer waarschijnlijk toebehoord aan Cornelia Fagel (1619-1693) die in 1637 trouwde met Nicolaas ten Hove. Handschoenen hadden een symbolische betekenis: de bruidegom schonk ze op de dag van de verloving, samen met andere geschenken, in bijzijn van de notaris en onder toeziend oog van getuigen. Tijdens de verlovingsreceptie werden alle gulle gaven in versierde manden tentoongesteld zodat de aanwezigen ze goed konden bekijken. Tijdens de huwelijksvoltrekking werden de handschoenen niet gedragen: trouwen gebeurde met blote handen. Op staatsieportretten van jonggehuwden werden ze wel vaak afgebeeld, zij het losjes gedragen in en niet aan de hand. Dat deze handschoenen bedoeld zijn als pronkstukken blijkt wel uit het feit dat de afbeeldingen voor de drager omgekeerd staan, maar goed te zien zijn voor de toeschouwer. Wat er precies geborduurd is: een salamander met uitgestoken tong, een stralende zon met een gezicht, een anjer, een wilde aardbei en een viooltje. Symbolen voor liefde, huwelijk en lust.

Bruidshandschoenen, 1630-1640; leer, zijde, gouddraad, parels, pailletten.  Beeld  Amsterdam Museum, Amsterdam
Bruidshandschoenen, 1630-1640; leer, zijde, gouddraad, parels, pailletten.Beeld Amsterdam Museum, Amsterdam
Portret van His Hesselsdr. van Eminga (1603). Beeld Fries Museum
Portret van His Hesselsdr. van Eminga (1603).Beeld Fries Museum

1700: De brieventas van Isaac Sweers II

Weer eens wat anders dan een leren aktetas: deze brieventas is gemaakt van stevig papier en bedekt met petit point-borduurwerk. De voering is gemaakt van roze zijde en de sluiting is van zilver. Ook hier hebben de geborduurde figuren een betekenis: boven het slot zijn de gekrulde initialen IS in gewoon schrift en in spiegelbeeld afgebeeld. Op de voorkant omlijsten twee heraldische wezens, leeuwen met vissenstaarten, het familiewapen van de zeevaardersfamilie Sweers. Aan de randen kronkelen ranken met appeltjes van oranje. Voor conservator Eveline Holsappel overtuigende redenen om aan te nemen dat de brieventas toebehoorde aan commandeur en begeleider van de Nederlandse koopvaardijvloot Isaac Sweers II, zoon van admiraal en zeeheld Isaac Sweers I en getrouw aan Willem III, de Prins van Oranje. Aan de binnenkant van de klep staat nog, alleen voor Isaac leesbaar, de tekst: ‘si ie vous perd / ie suis perdu’ (als ik u verlies ben ik verloren).

Maakster van de tas is volgens Holsappel daarom Isaacs vrouw Catharina La Clé, die de innige hoop op een behouden vaart van haar man vervlocht in dit cadeau. Droevig detail: Catharina stierf zelf jong, twee weken na de geboorte van zoon Isaac III.

Brieventas van Isaac Sweers II, 1700-1725, papier, linnen, zijde, zilver. Rijksmuseum (bruikleen Koninklijk Oudheidkundig Genootschap). Beeld Carola van Wijk en Frans Pegt
Brieventas van Isaac Sweers II, 1700-1725, papier, linnen, zijde, zilver. Rijksmuseum (bruikleen Koninklijk Oudheidkundig Genootschap).Beeld Carola van Wijk en Frans Pegt

1870: De groene japon van Wilhelmina Holleman

Tegenwoordig is het vermaken en verstellen van oude kleding helemaal hip en heet het upcycling. Eeuwen geleden was het de normaalste zaak van de wereld en kwam het in de beste families voor, omdat textiel kostbaarder was dan het (ver)maken van kleding. Deze groene zijden jurk dateert van omstreeks 1830 en werd veertig jaar later naar de toen heersende mode aangepast. Eigenares was de Brabantse Wilhelmina Jacoba Holleman-van Hoven, dochter van de notaris en burgemeester van Son en Breugel. In 1858 trouwde ze met Frederik Arnold Holleman. De bruidegom was fabrikant van garancine, een rood pigment uit de meekrapwortel dat een belangrijk kleurstof was in de textielindustrie. Dat de jurk niet rood maar groen is, heeft er wellicht mee te maken dat de japon – zo leidde junior conservator Anne-Marie Segeren af uit de biedermeierborduursels met pioenrozen en viooltjes – dateert van vóór het huwelijk van Wilhelmina en Frederik. Waarschijnlijk is hij eerst van Wilhelmina’s moeder geweest. Door het aanpassen van de mouwen en de schouderkapjes werd hij weer helemaal 1870-proof.

Groene japon van Wilhelmina Jacoba Holleman-van Hoven, 1865-1875 (vermaakt uit ouder model 1830-1840), zijde.  Beeld Erik & Petra Hesmerg
Groene japon van Wilhelmina Jacoba Holleman-van Hoven, 1865-1875 (vermaakt uit ouder model 1830-1840), zijde.Beeld Erik & Petra Hesmerg

1972: De blazer van Mies Bouwman

Sommige kijkers spraken er schande van, dat tv-presentator Mies Bouwman inde vroege jaren zeventig graag in een broek-met-jasje verscheen. Anderen prezen haar om haar lef en haar stijlgevoel, en werden geïnspireerd zich ook in broekpakken te hullen. Deze blazer is niet zomaar een jasje, maar een heus designerstuk, ontworpen door couturier Dick Holthaus, die Bouwman aanspoorde broekpakken te gaan dragen bij haar spelshow Een van de acht. De onderliggende borduursels zijn machinaal gemaakt, de pailletten, kralen en kunststof vakjes zijn daar met de hand op aangebracht. De kleur van het jasje is wat flets, maar aangezien in 1972, het jaar waarin Bouwman het jasje voor het eerst droeg, de meeste mensen nog geen kleurentelevisies hadden, gaf dat niks. De glitters en patronen kwamen in zwart-wit juist prima tot hun recht. Het jasje verscheen daarna nog twee keer ten tonele. De eerste keer toen Bouwman tijdens het Grand Gala du Disque een Edison mocht uitreiken aan Charles Aznavour, de tweede keer was tijdens een bal in het Hilton Hotel. Na haar overlijden schonken haar kinderen het jasje aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Mies Bouwman met het jasje van ontwerper Dick Holthaus in een televisie-uitzending in 1972. Beeld Hollandse Hoogte
Mies Bouwman met het jasje van ontwerper Dick Holthaus in een televisie-uitzending in 1972.Beeld Hollandse Hoogte

Haute Bordure - Geborduurde kleding en accessoires in Nederland 1620-2020 is te zien in het Fries Museum in Leeuwarden tot en met 18/7. Op de website staan links naar podcasts en lezingen over borduren en handleidingen om het zelf te leren. Bij de tentoonstelling verscheen ook een rijk geïllustreerd boek dat ookHaute Bordure heet (Waanders Uitgevers, Zwolle).

Emmeline de Mooij. Beeld Annelie Bruijn
Emmeline de Mooij.Beeld Annelie Bruijn

Feministisch borduren?

Een jaar geleden richtte kunstenaar Emmeline de Mooij (42) samen met ontwerper en regisseur Margreet Sweerts (61) de Feministische Handwerk Partij (FHP) op. Een partij met een heus manifest, zonder politieke ambities. Alhoewel, zegt De Mooij: ‘Het ís wel politiek.’ Het persoonlijke is politiek, uiteraard. In het manifest zet de FHP zich af tegen de macho superheld: ‘Wij zijn het beu dat het hoogste streven een heroïsche manifestatie in de buitenwereld is. Wie faciliteert de superheld? Wie ruimt zijn rotzooi op?’ In andere woorden: wie naait de S van Superman op zijn cape?

De FHP pleit voor een herwaardering van handwerk, van onspectaculaire arbeid binnenskamers. Handwerk heeft in de geschiedenis wel degelijk revolutionaire invloed gehad, weet De Mooij: ‘Bijvoorbeeld in de 18de eeuw besloten Amerikaanse vrouwen zelf stoffen te weven om de Britse textielproducenten te kunnen boycotten. Weven werd daarmee een symbool van ongehoorzaamheid aan het Britse Rijk.’ De afgelopen maanden organiseerde de FHP ‘feministische naaikransen’ in samenwerking met Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Zo’n 150 geïnteresseerden kwamen via zoom-meetings bijeen om al handwerkend naar lezingen en gesprekken te luisteren, bijvoorbeeld over handwerken in crisistijd of ‘intercultureel handwerken’.

Om te begrijpen hoe borduren in een feministische traditie past, raadt De Mooij het boek The Subversive Stitch (2010) van Rozsika Parker aan: ‘Parker legt uit hoe de geschiedenis van borduren samenhangt met de manier waarop door de tijd heen naar vrouwen werd gekeken.’ Als voorbeeld noemt De Mooij merklappen (proeven van kunde voor wie borduurt) waarop soms teksten stonden: ‘versjes over hoe jonge vrouwen in het leven stonden; het was een vorm van subversieve zelfexpressie.’

Een hedendaags voorbeeld van activistisch borduurwerk is het ‘Tiny Pricks Project’ van de Amerikaanse kunstenaar Diana Weymar (51). Zij borduurde uitspraken van Donald Trump en zette de resultaten op haar Instagram-account. Ze vertelde de Volkskrant vorig jaar: ‘De borduurwerkjes zijn voor Amerikanen die de politiek uit hun leven hadden gebannen een manier geweest om zich weer betrokken te voelen. Hopelijk moedigt het hen aan te gaan stemmen.’

Emmeline de Mooij borduurt zelf niet: ‘Ik werk intuïtief, niet zo heel precies.’ De opvallendste steek in haar huidige tentoonstelling is dan ook de simpele rijgsteek die bijvoorbeeld bij quilten wordt gebruikt. Haar kunstwerken plaatst ze in de handwerktraditie van patchwork: ‘Ik heb alleen stoffen gebruikt die in mijn atelier al te vinden waren, restjes en beetjes.’

Emmeline de Mooij, The Guest Mattrass, Galerie Andriesse Eyck, Amsterdam t/m 04/04 (op afspraak te bezoeken). Informatie over de Feministische Naaikrans, zie: feministischehandwerkpartij.org/news. Op 28 april houdt Volkskrant-kunstredacteur Wieteke van Zeil in de naaikrans een korte lezing over handwerken en kunst.

Meer over