Verzamelaar van meisjes

Arno Nollen fotografeert meisjes...

Wie is er bang voor een beetje bloot?

Acht maanden voorwaardelijk eist de Franse justitie tegen de Nederlandse kunstenares Kiki Lamers.

Omdat zij haar eigen kinderen bloot fotografeert. Omdat zij de kinderen van vrienden en kennissen in hun nakie voor de camera laat spelen als basismateriaal voor haar bedeesde, tere kinderportretten.

Niet de schilderijen zijn het probleem: die zijn 'absoluut niet pornografisch of obsceen', oordeelde de Franse officier van justitie. Het gaat om de foto's. Die zetten aan tot 'zedelijk bederf van minderjarigen'.

Bedrijft Lamers met haar foto's kinderpornografie? Laat ze kinderen elkaar op een vunzige manier onderzoeken en betasten? Natuurlijk niet. Lamers toont de kinderen zoals ze zijn: zonder vijgenblad, realistisch. Het zijn peuters in het paradijs, die oase waar volwassenen alleen met ogen scheel van jaloezie naar kunnen kijken, die felbegeerde plek waar schuld en schaamte helemaal geen toegang hebben, tenzij 'in the eye of the beholder'.

Ook fotograaf Arno Nollen (1964) lijkt bang voor bloot. Waarom anders dekt hij zich in en noemt hij zichzelf 'verzamelaar van emoties'? Nollen verzamelt helemaal geen emoties, zoals op dit moment in de Hallen in Haarlem kan worden gezien. Nollen verzamelt vrouwen, jonge vrouwen, meisjes. Wat heet, Nollen is geobsedeerd door meisjes. Hij legt ze vast in tal van poses en met honderdduizend blikken. Bloot, een beetje bloot of gekleed, schuchter, zelfbewust of uitdagend, voluptueus rond of jongensachtig recht, zwaarmoedig, sensueel of ingetogen, met slippers of met hakken, panty's of jarretels, hooggesloten hals of broek op de enkels, recht in het kruis of recht in het gezicht.

Al sinds zijn afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie in 1997 streelt zijn camera hun al dan niet naakte huid. Zelfs de zoektocht naar de geboortegrond van zijn voetbalidool Johan Cruyff, die hij kort na zijn afstuderen ondernam, ontaardde in een wervelwind van meisjes. Zelf zegt hij: 'Ik ben altijd met meisjes bezig. Juist die jonge meisjes zijn interessant vanwege hun lichaamstaal en hun gelaatsuitdrukkingen.'

Is Nollen daarmee een perverse, oudere jongere? Misschien. Hij ontkent niet dat lust een van zijn drijfveren is. Maar hij is bovenal een van de vele kunstenaars die in de loop van de geschiedenis gefascineerd of geobsedeerd zijn geraakt door het menselijk lichaam.

Al sinds de Renaissance bijten schilders hun tanden stuk op het schildersnaakt, het levend model. Het naakt stond bovenaan de bekwaamheidsladder: eerst kwam de kopie, vervolgens het stilleven van een stilstaande sculptuur en tot slot, als toppunt van virtuositeit, het menselijk naakt. Rembrandt schilderde naakt in de ets Jozef en de vrouw van Potifar, met geslachtsdelen en al. Michelangelo kneedde naakt. Eind negentiende eeuw werden de onverbloemd erotische naakten van jonge, Siciliaanse jongens, gemaakt door de Duitse fotograaf Wilhelm von Gloeden, met belangrijke prijzen geëerd en in de jaren tachtig van de vorige eeuw kon de Amerikaanse fotografe Sally Mann haar verleidelijke puberkinderen nog vastleggen zonder de zedenpolitie over de vloer te krijgen.

Tien jaar later was de situatie totaal anders. Het Franse schandaal is het enige niet. In de zomer van 2003 ontstond in Londen een onverhoeds felle aanval op Nederlands beroemdste fotografe Rineke Dijkstra. Aangewakkerd door schandaalblad The Sun werd haar foto van een blote peuter op het strand in allerijl teruggetrokken van een veiling. En ook in Nederland zwaait de zedenpolitie weer met het vijgenblad en ontdekte men in 1995 porno in een alleronschuldigst reclame-affiche, waarop een tweejarig naakt jochie met videocamera om zijn hals, guitig de wereld in tuurt.

Geen wonder dat Nollen het zekere voor het onzekere neemt en zich indekt. Nollens meisjes zijn zelfstandige wezens, bewust van hun lichaam en van hun blik, maar ze zijn nog niet ontpopt tot de uitgekookte, overbewuste, mannenverslindende wezens uit Sex and the City. Ze bevinden zich nog in een overgangsfase, zijn nog niet geharnast, zijn dan weer schuchter dan weer stoer en overduidelijk minderjarig.

Niet langer is de Hollandse garde geïnteresseerd in het klassieke naakt. Met dank aan Rineke Dijkstra heeft een hele stoet kunstenaars de aandacht verlegd naar het lichaam in tijden van overgang, een taboerijk en kwetsbaar gebied, waarin de geest nog niet is verstopt achter het omhulsel van vlees, waarin het pantser richting buitenwereld nog niet is gevormd of tijdelijk is afgedaan, waarin de verschillende maatschappelijke rollen nog niet zijn ingestudeerd. Denk aan de zwoele kinderen van Hellen van Meene, de schuchtere pubers op het strand en de naakte vrouwen na de bevalling van Rineke Dijkstra, de stellen na de seks van Martine Stig.

Nollens voorkeur voor jonge meisjes is onlosmakelijk verbonden met deze trend. Het is zelfs de vraag of zijn meisjes überhaupt zouden bestaan zonder Dijkstra's sobere, onopgepoetste, no-nonsense fotografie.

Ook Nollen plaatst zijn onderwerp bij voorkeur midden in het beeld, toont zijn meisjes dan weer voluit of driekwart dan weer als bij de borst afgesneden portret. A la Dijkstra zijn zijn meisjes naturel, zonder opsmuk of make-up, met pukkels en wallen, rood geaderde neus, met haren die los wapperen of meisjesachtig in paardenstaart zijn gebundeld. Dijkwijls staan ze in een Spartaans gemeubileerd en schaars gekleurd vertrek of tegen een grijze achterwand, pips van het licht. Net als Dijkstra wacht Nollen tot zijn prooi de voyeur een ogenblik vergeet, de bedachte pose beu is en het masker laat vallen.

Niet voor niets was Dijkstra zijn leermeester op de Gerrit Rietveld Academie. Maar Nollen beperkt zich niet tot één pose, tot één blik. Hij is de koning van de variatie, een kameleon die kruipt in de huid van andere fotografen, en talloze blikken annexeert. Echoot het ene meisje in kanten ondergoed, haar handen slungelachtig langs het lijf, met afwezige blik overduidelijk Rineke Dijkstra, het volgende meisje, naakt tot op het bot en tot op haar rode afwashanden, plakt op haar stoel als Rodins denker op zijn steenblok. En weer een ander, een open blouse nonchalant over haar borsten, kijkt zo zwoel en uitgeput in de lens dat ze onmiskenbaar doet denken aan Stigs portretten van stellen na de daad.

Maar wie behalve Dijkstra in Haarlem de meeste sporen nalaat, is de onlangs door het grotere publiek herontdekte fotograaf Gerard Fieret. Vooral de ingewikkelde poses van blote meisjes in vogelperspectief, het hoofd verborgen in gekruiste handen, het uitgestrekte lijf gekoesterd door de zon en de brutale, uitdagende poses, met glimp op okselgat of via opzettelijk opgetrokken jurk richting kruis, zijn linea recta ontleend aan deze Haagse vrouwenliefhebber.

Zo verzamelt Nollen niet alleen meisjes, maar ook poses en blikken. De zijne bedachtzamer dan de rauwe en chaotische Fieret, speelser en sensueler dan de sobere Dijkstra. Zo baant hij zijn eigen pad. Eén vastomlijnde kijk zou de tientallen meisjes geen recht doen, hun rijkgeschakeerde uitstraling niet vatten.

Daarom beperkt hij zich ook niet tot de bovenkant. Want Nollen is eigenlijk helemaal niet bang voor een beetje bloot. Onbeschaamd zoomt hij in op de onderste helft van het lichaam, bombardeert hij het deel onder de taille tot zelfstandig portret, afgehakt van bovenlijf en gezicht, al dan niet met voeten. Oog in oog met de naakte waarheid blijkt die onderkant even veelzijdig en boeiend als de bovenkant. Teer en liefdevol laat Nollen zijn camera op dit taboegebied rusten, met licht dat de dijen en de bovenbenen streelt, dat schaduwen werpt die de rondingen versterken, het lichaam abstraheert tot een landschap, elke dij uniek, elk putje in de knie anders, elke navel een werelddeel, elke vacht een wereld van verschil.

Nollen koestert zijn meisjes, hangt ze levensgroot en in groten getale in de ruimte, zodat ze met evenveel ogen naar het publiek kijken als andersom, maar hij geeft ze geen naam, geen plek of jaartal. Alsof hun beeltenissen zijn losgekoppeld van de persoon van vlees en bloed en alleen op papier bestaan. En zo is het ook. Meisjes worden vrouwen, met buiken en putten, met plooien en rimpels, zoals iedereen boven de dertig weet. Hun meisjesachtige schoonheid is van korte duur. De enorme banieren, waarop de foto's grofkorrelig, licht onscherp en vooral transparant zijn afgedrukt, verhevigen de indruk van vluchtigheid, van de melancholie van dingen die voorbijgaan.

Nollen confronteert ons niet zozeer met lust of bloot. Zoals Lamers ons de onschuld van het paradijs voorhoudt, zo houdt Nollen ons de spiegel voor van sterven en vergankelijkheid. Verheven, klassieke thema's, waar de zedenpolitie hoe realistisch, naakt en onverbloemd ze ook zijn, met zijn vingers vanaf moet blijven.

Meer over