Vertederende horlepiep van broek-uit-broek-aan

Een kruising tussen een roadmovie en een vrijgezellenavondje. Dat is KopGhana, die nieuwe voorstelling van Alex d'Electrique. Wie de groep wel eens bezig heeft gezien kan zich bij die kruising wel wat voorstellen....

Marijn van der Jagt

'Laat je maar gaan', zegt de gangstervader in KopGhana tegen zijn gangsterzoon. Die staat op het punt om te trouwen met de bruid die vader en zoon samen gegijzeld hebben, en pa vindt dat daar absoluut een vrijgezellenmoment aan vooraf moet gaan. 'Laat dat beest maar gaan. Schiet uit je krammen. Dit is de laatste keer dat je echt loos kan gaan.'

Schutterig staat acteur Jochem Stavenuiter in het midden van de speelvloer. Uit zijn stoer vertrokken mond komt een heel voorzichtig bral-geluidje. Zijn armen maken aarzelende pompgebaren, en trekken in een kramp z'n broek naar beneden. Erg 'loos' is het allemaal nog niet.

Beschaamd trekt de gangsterzoon z'n broek weer omhoog, maar pa zoekt een stimulerend muziekje. Met een grammofoonnaald zapt Martin Hofsta ruw langs de nummertjes van een langspeelplaat. Bij ieder deuntje probeert de zoon het opnieuw, en zo ontstaat een idiote, vertederende horlepiep van broek-uit-broek-aan, waarbij Stavenuiter hulpeloos het publiek inkijkt en van de zenuwen in beetjes op de vloer plast.

Het zijn de losse scènes waar KopGhana het van moet hebben. Beschouw de voorstelling als een verzameling variété-nummers en je hebt een prima avond.

Ingrediënten: een spectaculair smerige wc-act, de vakkundig getimede tweestrijd tussen een eigenwijs 'kapot' machientje en zijn menselijke reparateur, clowneske gevechten en dronkemansgewauwel, het effectieve geluidsdecor van Wim Conradi en de handenvol geestige one-liners van tekstschrijver Ko van den Bosch.

'Het beste reisbureau is de agressie van anderen', zegt de gangsterzoon, een scherpe uithaal naar het steeds hardere Nederlandse uitzetbeleid ten aanzien van asielzoekers. Want hoe doellozer hij rondzwerft, hoe gerichter hij wordt weggetrapt.

Meer dan in vorige voorstellingen weten de spelers hun uitzinnige motoriek te verbinden aan de karaktertrekken van de figuren die zij spelen. De lijzige gekte van de gangstervader, het verlegen gestuntel van de explosieve zoon, de hysterische vrijheidsdrang van bruid Bianca van der Schoot - mede dankzij regisseur Moniek Merkx hebben drie van de vier karikaturale figuren een coherente, menselijke kern.

Alleen Ko van den Bosch als de moeder van de bruid schiet op gebruikelijke wijze gierend uit de bocht; een ongericht projectiel dat het gezelschap best kan gebruiken.

Maar wat totaal ontbreekt aan deze voorstelling is spanning. De gijzeling van de bruid en haar moeder is geen moment bedreigend, want de slachtoffers zijn net zo vervaarlijk als de daders. En de langdurige autorit door een derde-wereldwoestenij komt ook niet uit de verf, de spelers hangen rond tussen de decorstukken in plaats van ons mee te nemen op reis. Te weinig roadmovie dus, en te veel vrijgezellenfeest.

Meer over