Verstoft verzen sneuvelen in leukheid

Trijntje Cornelis van Constantijn Huygens door Het Toneel Speelt. Regie: Hans Croiset. Stadsschouwburg Utrecht, 17 oktober. Tournee...

MARIJN VAN DER JAGT

Massaal gingen de toeschouwers staan aan het slot van Trijntje Cornelis. Waarom? Misschien waren ze blij dat er weer eens een oud-Nederlands toneelstuk werd opgevoerd. Dat is inderdaad de verdienste van deze voorstelling. Regisseur Hans Croiset, mede-oprichter van Het Toneel Speelt, doet nu al drie producties lang wat hij beloofd heeft: het brengen van 'oorspronkelijk klassiek en eigentijds Nederlands Toneel'. Zonder een cent subsidie - ook een applausje waard.

Het mooie beginbeeld van Trijntje Cornelis lijkt een verwijzing naar de vrije status van Croisets gezelschap. Een stilstaand tableau waarmee de groep acteurs, bont verkleed als een verzameling rondtrekkende potsenmakers, zich presenteerde. Achter hen werd een kader van oranje stof als een soort vaandel opgehouden.

Dat beginbeeld bracht een ver toneelverleden tot leven. En dat is ook wat deze voorstelling beoogt. In 1653 schreef Constantijn Huygens Trijntje Cornelis, maar zijn archaïsche taal wordt door de acteurs met een bewonderenswaardige souplesse gehanteerd. 'Luister', zeggen ze met ieder woord dat ze uitspreken, 'luister eens naar hoe levend wij de verstofte verzen laten klinken. En wij begrijpen alles.'

Bovendien is er die ondeugende ondertoon, die bijdraagt tot de leukheid van deze onderneming. 'Kijk', zeggen de acteurs met iedere greep naar een borst of in een kruis, 'kijk eens naar hoe pikant dit stoffige toneelstuk eigenlijk is. En wij durven alles.' Dus rijdt Jules Croiset als de morsige Francisco met zijn achaïsche broek zogenaamd naar beneden in een donker hoekje tegen de half ontklede, bewusteloze Trijntje aan.

In het tekstboekje valt het woord 'misbruik'. Dat is inderdaad wat er met schippersvrouw Trijntje Cornelis gebeurt. In Antwerpen verlaat ze het Hollandse schip van haar man Klaas voor een wandeling door de stad. De Antwerpse hoerenmadam Marie doet zich voor als Trijntjes tante en voert het arme kind dronken. Samen met haar maat Francisco, die als Trijntje slaapt gaat kijken 'of ze ook gevoelens heeft'.

Kidnap en seksueel misbruik in België, de actualiteit van dit 300 jaar oude stuk ligt voor het oprapen. Laat Croiset de hoerenmadam en Francisco na hun misdaad met een kruis rondsjouwen als protest tegen de schijnheiligheid in het katholieke zuiden?

Het is allemaal veel te ver gezocht voor deze goedgemutste voorstelling. In de visie van Hans Croiset is Trijntje geen slachtoffer. Alice Reys speelt haar als een kranige tante. Zij is in de rommelige, slecht gespeelde voorstelling de enige geloofwaardige figuur: een Zaanse heldin die geen angst of twijfel kent. Haar eerste handeling na de statische proloog is een rake klap, uitgedeeld aan een man die haar op straat belaagt.

In het huis van de hoerenmadam consumeert ze gretig de aangeboden drankjes, en het seksueel misbruik vervult haar maar met één zorg: hoe verberg ik het voor mijn man. De onnozele Klaas laat zich makkelijk om de tuin leiden, de schijnheilige misdadigers worden buiten zijn weten op hun nummer gezet, en Klaas en Trijn leefden nog lang en gelukkig.

Blijft de vraag waarom de toeschouwers zo enthousiast overeind schoten aan het eind van deze oppervlakkige vertoning. Misschien waren ze blij dat het afgelopen was.

Marijn van der Jagt

Meer over