Verrassend ‘Moordspel’ gaat te veel bochten om

Een toneelschrijver kampt met een writer’s block, terwijl zijn vrouw het ongewild nog erger maakt door hem almaar in te fluisteren dat zijn oude successen wel zullen terugkeren....

Hij kan wel weer wat erkenning gebruiken na een reeks mislukkingen. Er zou geen haan naar kraaien als hij de student om zou leggen en het stuk onder zijn eigen naam uit zou brengen. Daarmee begint Moordspel van Ira Levin, op het eerste gezicht een thriller in de aloude Britse traditie. Dat wordt ook gesuggereerd door het monumentale decor van Jan Klatter: een studeerkamer, bruine wanden, drankflessen, fauteuils en hoge vitrinekasten, gevuld met sabels, zwaarden, antieke pistolen en messen.

Levin, ook de auteur van het filmscript van Rosemary’s Baby, schreef het stuk in 1978, het was vier jaar lang een hit op Broadway en werd in 1982 verfilmd. Het plot ontrolt zich aanvankelijk zoals te verwachten, maar al snel wordt de argeloze kijker totaal op het verkeerde been gezet. De ene onverwachte wending volgt op de andere: verrassende omkeringen die in de regie van Peter Tuinman de nodige suspense meekrijgen.

Gaandeweg ontstaat er een Droste-effect: een toneelstuk over een toneelstuk dat als twee druppels water lijkt op wat er op het podium gebeurt. Geen doorsnee thriller dus, zoals de toneelbewerking van Agatha Christie’s Tien kleine negertjes waarmee Het Thrillertheater zich vorig seizoen presenteerde.

Eerder een comedy met thrillerelementen waarbij je af en toe denkt aan een persiflage als doodgewaande figuren telkens weer herrijzen en hun aanvaller bedreigen.

Na dat verrassende begin glipt de spanning tegen het einde steeds meer weg. Dat ligt niet aan de acteurs, vooral Waldemar Torenstra als jonge student en Leonoor Pauw als Zuid-Afrikaanse helderziende spelen aanstekelijk, maar ook zij kunnen niet voorkomen dat het stuk uiteindelijk zoveel bochten omgaat dat de ontknoping je nauwelijks nog interesseert.


T/m 29 april (www.thrillertheater.nl).

Meer over