Verpozen met Voltaire

Na ruim vierhonderd pagina’s geestrijke biografie valt er een steen. Daar staat de zin: ‘Voltaire was geen oorspronkelijk denker.’ Hij deelde in het denken van zijn tijd: in zijn strijd voor vrijheid en tolerantie, in het rustgevende, maar ook prikkelende geloof van het deïsme, in zijn afkeer van alle gezag,...

Allemaal hoge ernst van wijsgeren en vrijzinnige theologen. Zijn deelgenootschap valt niet aan te vechten. Maar wie hem daarom onoorspronkelijk noemt, abstraheert het denken, maakt het los uit de superieure taal waarin het werd geschreven. De grootste spotter van de achttiende eeuw en een van de grootste van de westerse letteren heeft het nieuwe denken in zijn taal een blijvende vorm gegeven en zo geconcretiseerd (en onvergetelijk gemaakt). Hij heeft als literator aan het denken een dimensie toegevoegd of misschien nog beter: dat denken omgevormd.

Dat was zijn oorspronkelijkheid. En die was onweerlegbaar. De andersdenkende of niet-denkende tijdgenoten moeten machteloos met zijn Filosofisch woordenboek in de hand hebben gestaan. Zij konden het alleen maar verbranden en op de Index zetten. De haat die hij zoveel heeft ondervonden, moet alles met die machteloosheid te maken hebben gehad. Hij had plezier in die haat en dat maakte de tegenstanders nog woedender.

Voltaires geest en geestigheid – een heel mooie twee-eenheid – zijn onweerstaanbaar. Ze waren dat in persoonlijke contacten – hij was een zeer onderhoudend spreker, zeker wanneer er een vrouw in het gezelschap was – ze blijven dat in zijn geschriften, vooral in die meest persoonlijke: zijn brieven. Hij was een onvermoeibare en onuitputtelijke briefschrijver, volgens kenners ook een der allergrootsten (de bloemlezingen die ik ken roepen het gelijk van die kenners meteen af). Het lijkt erop dat ouder en geestiger worden bij hem samengingen. Zijn uiterlijk kan het bewijzen. De keurige, welgevormde veertiger, met zijn wat statige gezicht, krijgt in zijn ouderdom een steeds geestiger kop, wat het plezier om het venijn verraadt. Uit zijn tandeloze mond kwamen steeds scherpere opmerkingen. Misschien was hij vóór alles ongelooflijk slim en sluw. De manier waarop hij zijn vermogen fundeerde en uitbouwde bewijst die sluwheid.

Ruim vijfentwintig jaar heerste hij als een kleine vorst in het dorp Ferney (dat nu Ferney-Voltaire heet, zijn landhuis staat er nog in prachtige staat, de huizen die hij voor de arbeiders van de door hem opgezette horloge-industrie liet bouwen, zijn er ook nog). De plaats kende verschillende vluchtroutes naar Zwitserland, want ‘Versailles’ bleef hem bedreigen.

Vele groten kwamen de denker in zijn ballingschap bezoeken. Zijn roem groeide, hij werd een symbool en als zodanig een soort tegengod, een mythe ook. Twee jaar voor zijn dood, hij is dan tachtig, mag hij naar Parijs terugkeren. Het werd een triomftocht. De grote geest bleek echt te bestaan. Hij sluit nog een slim duivelsverbond met de kerk, krijgt de laatste sacramenten, maar weigert de communie (‘mijn bloed’ – hij leed aan bloedspuwingen, F. – ‘mag niet met dat van Christus vermengd worden’, zijn bijna laatste woorden zitten nog vol schitterend venijn, er is geen quasi-vromere toneelspeler geweest dan Voltaire). Hij doet er nog lang over. Maar dan is alles voorbij, ook hij zelf, zoals hij wist. Hij werd niets. De onhandelbaarste denker van Frankrijk was dood.

De triomf van de laatste twee jaar wordt in Voltaires jongste biografie uitstekend en animerend beschreven. Het boek heeft de mooie titel Voltaire Almighty en is geschreven door de Oxfordse hoogleraar Roger Pearson. Hij blijkt een geestverwant van de Franse schrijver in zijn geestigheid en lichte spot en beschaafde vorm van non-conformisme. Hij is ook een heel goede stilist, een moeiteloze vooral. Het leven van Voltaire wordt een uitstekend verteld verhaal;, een licht verhaal ook, de biograaf is ook een groot entertainer. Hij weet alles, maar laat zijn boek er niet onder gebukt gaan. Heel fraai is de beschrijving van het verblijf in Engeland. Voltaire komt als een onbekende ‘asielzoeker’ aan en verlaat het land als een beroemdheid. Engeland heeft hem gevormd en die vorming heeft hij aan heel Europa doorgegeven. Goed is ook de beschrijving van de relatie (en het breken ervan) met Frederik de Grote, die even verlicht als geestelijk hebzuchtig was. Voltaire, die in zijn dienst was, zag hij als een sinaasappel; je knijpt hem uit en gooit de schil weg. Voltaire kneep er tussen uit, ook een sinaasappel heeft zijn eergevoel.

Voltaire Almighty betekent uren uiterst aangenaam en geestrijk verpozen. Er zijn boeken waar je goede zin van krijgt. (Die humeur-verbetering is natuurlijk ook aan Voltaire te danken.) De biografie als een schitterende historische vertelling past als zodanig in een lange traditie.

De door kenners meest hooggeschatte biografie van Voltaire werd in 1969 gepubliceerd door Theodore Besterman (een uitgebreide, herziene editie verscheen in 1976). Deze Zwitser was de grootste Voltaire-kenner van zijn tijd. Hij heeft zeer veel gedaan voor de bevordering van de studie van de achttiende eeuw. Zijn omvangrijke biografie, Voltaire, is een wetenschappelijke levensbeschrijving. Ze is uiterst dicht geschreven – niet zo vloeiend als die van Pearson – staat vol passende citaten uit het hele oeuvre en is uiterst rijk aan verwijzingen. Daarbij wordt de culturele, religieuze en politieke context met haast ijzeren systematiek weergegeven.

Pearson laat zich door Voltaire charmeren, Besterman weet de charme te ontwijken. Hij is een strenge biograaf en historicus. (Ik heb enkele hoofdstukken in Bestermans boek gelezen.) Voor de wetenschapper is Bestermans boek ideaal: hij kan alles, met de bronverwijzingen, terugvinden uit leven en werk.

Die wetenschapper zal met Pearson weinig kunnen beginnen, behalve in zijn vrije uren als hij gezelschap zoekt. Daarmee kom ik aan een wezenlijk verschil: Pearson heeft Voltaire uit zijn werk in het leven kunnen roepen en velen van zijn tijdgenoten ook (de vriendinnen, de geliefde of gehate medegeleerden en -denkers. De Voltaire van Besterman is een bewonderenswaardig en onovertrefbaar gereconstrueerde geest en schrijver van een oeuvre.

Wat maakte Voltaire zo’n nauwelijks te evenaren polemist? Zijn kennis. Hij kreeg zijn vorming op een college van de jezuïeten in Parijs – Pearson beschrijft die school en de docenten zonder meer uitstekend. Zijn opvoeding was orthodox, hij kende de leer door en door en alle apologetische trucs. Dat is mede zijn kracht geweest in de strijd tegen het geloof. Geen betere opvoeding voor de ketter dan een streng gelovige.

Er is, vermeldt Pearson, het gerucht geweest dat Voltaire na het verlaten van het college erover gedacht heeft jezuïet te worden. Was het maar gebeurd! Zijn latere geestgenoten, alle vrijdenkers van de achttiende eeuw, zouden geen kans hebben gekregen van die duivel in toog en met bonnet op. Wat zou die een plezier hebben gehad in alle valstrikken die hij hun zette. Zijn magere kopje zou dan het bewijs van ascese zijn geweest.

Roger Pearson: Voltaire Almighty – A Life in Pursuit of Freedom. Bloomsbury, import Penguin; 447 pagina’s; ¿ 32,45. ISBN O 7475 7495 2

Meer over